Stedelijk Museum gaat zwerven door de stad

Het Stedelijk Museum Post CS in Amsterdam begon net zijn draai te vinden in zijn tijdelijke behuizing. Maar binnenkort sluiten de deuren en is het museum ruim een jaar dakloos.

Het Stedelijk Museum CS in het oude PTT-postgebouw. Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 06-08-2008 Het Stedelijk Museum CS in het oude PTT-postgebouw op het Oosterdokseiland nabij het Centraal Station. In oktober 2008 zal het Stedelijk hier weer vertrekken en zal de deuren openen op de Paulus Potterstraat PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Sandra Smallenburg

‘Stedelijk Museum CS open’, staat er op een groot billboard aan de Oosterdokskade in Amsterdam. Je zou het niet zeggen.

Rondom Post CS, het gebouw waar het Stedelijk sinds 2004 tijdelijk onderdak heeft gekregen, strekt zich één grote bouwput uit. Graafmachines reiken tot aan de voordeur, de ramen op de begane grond zijn al dichtgetimmerd. Alle andere bewoners van het voormalige PTT-gebouw, waaronder het populaire Club 11, hebben het pand inmiddels verlaten. Het Stedelijk houdt nog even vol.

Nog anderhalve maand, dan is ook het Amsterdamse museum voor moderne kunst genoodzaakt zijn deuren te sluiten. En dat is zuur, want het museum begon net zijn draai te vinden in zijn tijdelijke behuizing. Kunstliefhebbers wisten het noodgebouw steeds beter te vinden, zeker na de alom geprezen Warhol-tentoonstelling, die eind vorig jaar hordes bezoekers trok. De programmering werd steeds interessanter. Ook nu is er, voor wie zich niet laat afschrikken door de puinhopen buiten, veel moois te zien in het Stedelijk – tentoonstellingen van Wolfgang Tillmans, Afrikaanse fotografie en The Vincent Award bijvoorbeeld.

Wie wegbleven, waren de toeristen. Het gemiddeld aantal bezoekers van het Stedelijk lag in Post CS rond de 200 duizend per jaar, in het oude museumgebouw aan de Paulus Potterstraat was dat twee keer zoveel. „Vanwege de slechte klimatologische omstandigheden konden we in Post CS geen Picasso’s en Kandinsky’s tonen”, zegt persvoorlichter Marie-José Raven. „En dat heeft gevolgen gehad voor de bezoekcijfers.”

Omdat de nieuwbouw van het Stedelijk waarschijnlijk pas in december 2009 opengaat, zal het museum de komende vijftien maanden dakloos zijn. Amsterdam heeft dus, tragisch genoeg, even geen eigen museum voor hedendaagse kunst. Volgens Raven heeft het Stedelijk „zich te pletter gezocht” naar een andere tijdelijke locatie, maar was er in heel Amsterdam geen gebouw te vinden dat voldoet aan alle veiligheids- en publiekseisen. Om toch zichtbaar te blijven in de stad heeft het Stedelijk een interessante noodgreep bedacht. Onder de noemer ‘Stedelijk in de Stad’ trekt het museum vanaf 1 oktober als een nomade door de Amsterdamse wijken in een voor de gelegenheid ontworpen paviljoen, De Bouwkeet.

Vormgevers Niels van Eijk en Miriam van der Lubbe maakten een zeven meter lange, multifunctionele container die tegelijkertijd als expositieruimte, filmscherm, loket en koffiecorner kan dienen. Op het programma staan lezingen, workshops, discussies en spreekuren met kunstenaars en museummedewerkers. „We gaan een dialoog aan met de bewoners van Amsterdam en willen iedereen persoonlijk uitnodigen voor de heropening van het Stedelijk”, zegt Raven.

De museumcollectie krijgt de komende maanden onderdak bij collega-instellingen. In De Nieuwe Kerk opent in december de tentoonstelling Heilig vuur, over religie en spiritualiteit in de moderne kunst. Dan komen eindelijk de topstukken van Mondriaan, Klee, Kandinsky, Pollock en Kiefer weer eens uit het depot. En in de zomer van 2009 is het Stedelijk opnieuw te gast in het Van Gogh Museum. Niet, zoals nu, met een rijtje doeken van Malevich in een hoekje op de derde etage. Maar met een volwaardige tentoonstelling – titel: Avant-gardes ‘20/’60 – die de gehele nieuwe vleugel van het Van Gogh in beslag zal nemen.

Als die tentoonstelling sluit, in augustus 2009, duurt het nog een maand of drie tot het vernieuwde Stedelijk aan het Museumplein heropent. De bouwwerkzaamheden liggen op schema, verzekert werkvoorbereider Michael Krimp van aannemersbedrijf Midreth. Maar er komen nog wel wat spannende momenten aan. Zo moet het stalen staketsel dat straks de futuristische nieuwe entree gaat dragen over de oudbouw worden getakeld. „De bouwput ligt ingeklemd tussen het Van Gogh Museum en de kelder van de Albert Heijn”, zegt Krimp. „Dat maakt het manoeuvreren soms lastig. Je bouwt op een postzegel.”

Ook de graafwerkzaamheden voor de veertien meter diepe put aan de achterzijde van het oude museumgebouw, waar straks een ondergrondse tentoonstellingsruimte komt, zijn op een cruciaal punt aanbeland. Het reusachtige gat is nu acht meter diep, maar vanwege de druk op de damwanden is verder graven gevaarlijk. Dus wordt de bouwput eerst volgezet met grachtwater, waarna duikers de vloeren storten.

Het oude, uit 1895 daterende museumgebouw van architect A.W. Weissman oogt intussen als een oorlogsgebied. Vloeren en plafonds zijn kaalgestript, in muren zijn gaten geslagen, op zolder vliegen de duiven in en uit door de gebroken dakramen. Het is nauwelijks voor te stellen dat in deze bouwval over iets meer dan een jaar alweer Picasso’s en Appels zullen hangen.

Maar schijn bedriegt, want ook de renovatie van het oude Stedelijk verloopt volgens Krimp voorspoedig. Hij gaat voor naar een rij museumzalen op de eerste verdieping, waar zojuist nieuwe betonnen vloeren zijn gestort. „Hieronder ligt al vloerverwarming”, zegt de Midreth-medewerker. „En achter die houten wandplaten zit een klimaatinstallatie die aan de modernste eisen voldoet. Nog een verfje en een nieuwe parketvloer, en zo’n zaal ziet er heel anders uit.”

„Er zit nu echt schot in”, vindt ook Gijs van Tuyl. De Stedelijk-directeur viert vakantie in Italië, maar het Stedelijk houdt hem ook daar dagelijks bezig. Hij droomt van zijn nieuwe museum. Eindelijk kan de collectie daar permanent en in haar volle breedte getoond worden. In zijn hoofd heeft hij de zalen al gevuld. Op de plek waar vroeger het restaurant zat, wil Van Tuyl een beeldenzaal maken. De overige zalen op de begane grond worden gevuld met kunstwerken vanaf de late negentiende eeuw tot en met Cobra. Toegepaste kunst en vormgeving krijgen hun eigen plek in de oudbouw. „De verschillende disciplines worden niet door elkaar getoond”, aldus Van Tuyl. „Ik wil een historische lijn laten zien, maar ook thematische knopen aanbrengen.”

En dan is er nog die nieuwe, ondergrondse zaal. „Die is gigantisch”, zegt Van Tuyl, „De grootste expositieruimte van Amsterdam. Daar ga ik dwarsverbanden laten zien tussen de collectie en actuele kunst.” De eerste kunstenaar die in het nieuwe Stedelijk een solotentoonstelling krijgt is de Amerikaan Mike Kelley, daarna volgen exposities van Marlene Dumas, Ron Arad en Jeff Wall. „We leggen de lat hoog”, zegt Van Tuyl. „600.000 bezoekers per jaar moeten we zeker kunnen halen.”

Bekijk een videoanimatie van de nieuwbouw van het Stedelijk op www.stedelijk.nl. De site toont ook filmpjes die wekelijks verslag doen van de voortgang van de bouwwerkzaamheden.