Schaamte over beeldbepalende bouwval

Verkrotting is een probleem op het Friese platteland. Maar veel geld gaat naar de achterstandswijken in de steden. „De dakpannen vielen op je auto als je hier had geparkeerd.”

Het huis van Mellan Feddema, een van de 100 krotten in het noorden die het dorpsbeeld ernstig verstoren en waar de corporaties nu serieus werk van gaan maken. Foto Hoge Noorden/Jaap Schaaf. 06-08-2008 NRC Britsum Verkrotting platteland. Vervallen pand aan de Buorren in Britsum naast de kerk ©Foto: Hoge Noorden/Jaap Schaaf Hoge Noorden

De klok in de witte torenspits beiert. Op het kerkhof van het Friese Britsum is een begrafenis gaande. Verder is het stil op straat op deze zonnige middag. Het huis van Mellan Feddema (43) grenst aan de dodenakker. Een blauw zeildoek hangt voor een muur. De voortuin is verwilderd. De kozijnen bladderen af. „Zonde van het huis”, vindt Loekie Jansen die tegenover Feddema woont. Ze weet dat sommige dorpelingen zich tegenover mensen die een teraardebestelling bijwonen „doodschamen” voor de verkrotte woning.

Feddema’s huis is onlangs aangekocht door woningcorporatie WoonFriesland, in overleg met de gemeente en Feddema. WoonFriesland is de grootste verhuurder in de gemeente. De woning wordt gesloopt en er komt vervangende nieuwbouw. Volgens wethouder Gelly Visser (PvdA) van Leeuwarderadeel was dit de beste oplossing. De gemeente had Feddema herhaaldelijk gemaand iets te doen aan de staat van zijn woning en legde uiteindelijk zelfs boetes op. „Zelf konden we het beeldbepalende pand niet aankopen”, vertelt ze. „Daarom zijn we tevreden dat de woningcorporatie dit deed. De nieuwbouw wordt in oude stijl uitgevoerd.” Sjaak Kruis, directeur maatschappij en vastgoed van WoonFriesland, beschouwt de aankoop als een verlengde van stedelijke vernieuwing. „In de stad zoeken we ook andere bestemmingen voor gebouwen. Dat doen we nu in een dorp. We vinden het een van onze taken om de leefbaarheid in stand te houden.”

Feddema verkocht zijn woning met tegenzin. „Maar er zat niets anders op dan op het bod van de woningcorporatie in te gaan. Zelf heb ik geen geld om het op te knappen”, zegt hij. Hij kocht het oude winkelpand vijftien jaar geleden, vertelt hij. „Dat stond toen al tien jaar leeg en op instorten.” Hij geeft toe dat hij er niet in slaagde het naar behoren op te knappen. Een van de oorzaken was dat hij zijn goedbetaalde baan verloor. Feddema: „Toen ik hier twee jaar woonde, ging de zuivelfabriek in Wergea, waar ik werkte, dicht en kwam ik op straat te staan.” En, geeft hij toe, „je wordt laks en je begint te wennen aan hoe je huis eruit ziet.”

Verpauperde woningen zoals in Britsum staan er meer in Friese dorpen. Slecht onderhouden en vaak troosteloos ogende panden in de bebouwde kom, die voor de omwonenden een bron van ergernis zijn. Eind vorig jaar verscheen over de verkrotting een rapport van Stichting Doarpswurk, een onafhankelijke organisatie die dorpsbelangen ondersteunt, in opdracht van vier Friese woningcorporaties. Daaruit bleek dat Friesland bijna 50 verkrotte woningen en bedrijfspanden telt. De VROM Inspectie Noord spreekt in haar Handleiding Vervallen Panden van vorig jaar van bijna 100 zichtbare panden in Noord-Nederland, voornamelijk woningen en bedrijfspanden, waarvan 60 in Groningen. Het zijn leegstaande, maar soms ook bewoonde huizen die het dorpsbeeld verstoren. Eigenaren hebben geen geld, geen tijd of geen zin ze op te knappen. Vaak spelen sociale of privéproblemen daarbij een rol.

Gemeenten kunnen met de woningwet in de hand optreden tegen eigenaars die hun woning niet opknappen. Een verordening vermeldt dat gebouwen moeten voldoen aan voorschriften over veiligheid en gezondheid. Maar VROM concludeert dat handhaving vaak geen prioriteit heeft en dat gemeenten die plicht lastig uit te voeren vinden. Ook beschikken ambtenaren niet over de vereiste kennis van de woningwet. Projectleider Ytsen Strikwerda van Doarpswurk pleit voor meer optreden door gemeenten. Vooral tegenover huisjesmelkers of eigenaren van tweede woningen die hun bezit laten ‘versloeren’, wat overigens slechts een minderheid van de woningbezitters doet. „Gemeenten durven het niet aan om eigenaren aan te spreken, uit angst voor slepende procedures met alle financiële risico’s vandien.”

Mogelijk kunnen ambtenaren die gespecialiseerd zijn in de kwestie ook andere gemeenten hun diensten aanbieden, oppert Strikwerda. Verder is een stimuleringsregeling een mogelijkheid. Bij de provincie Friesland ligt een verzoek voor een provinciaal steunfonds van vijf miljoen euro. Daarmee zouden tien gevallen per jaar kunnen worden aangepakt. Maar een fonds ligt gevoelig. Strikwerda: „Lekker makkelijk: je laat je huis verslonzen en je krijgt geld toe.”

Toch is een smeermiddel nodig om de boel los te trekken, onderstreept hij. „Want de ergernis is groot.” Die was er ook bij bewoners van de Piip in Berlikum. Jaren stond er een oude verpauperde garage in het doodlopend straatje. „De dakpannen vielen op je auto als je die hier parkeerde,” zegt bewoner Jan-Jurjen Reiding, die er tegenover een woning huurt. Hij is blij dat het pand drie maanden geleden is gesloopt. Er worden nieuwe garages gebouwd. Directeur Rein Hagenaars van woningcorporatie Wonen Noordwest Friesland verwacht dat nu de „rotte kies” verdwenen is, de omringende woningen in waarde zullen stijgen. Dat laat hij onderzoeken. Net als woningcorporatie WoonFriesland koopt Wonen Noordwest Friesland zo nu en dan verpauperde gebouwen aan. In Minnertsga was dat een oude garage met belendend pand. Na sloop verrijst er een appartementencomplex. Hetzelfde gebeurde met een rijtje oude woningen in het centrum van Sint Annaparochie, waarvan het merendeel al jaren leeg stond. „Ze zijn gerestaureerd en het zijn mooie, betaalbare huurwoningen geworden”, zegt Hagenaars. Hij vindt de aanpak van de verwaarloosde panden misschien nog wel belangrijker dan nieuwbouw, zeker met het oog op de dreigende bevolkingskrimp op het platteland. „Verkrotting is een structureel probleem en de aanpak is van algemeen belang. Gebeurt er niets dan dreigt een negatieve spiraal”, zegt hij. „Mensen willen dan niet meer wonen in een buurtje. Leegstand is het gevolg en zo komt de leefbaarheid steeds meer onder druk te staan.”

Hij vindt de aandacht voor Vogelaars prachtwijken gerechtvaardigd, maar het „Friese drama” van verkrotting verdient evenveel aandacht, meent hij. „Er gaan miljarden naar de wijken, maar voor het platteland zou ook meer geld moeten komen.”