Russisch leger verandert Gori in een spookstad

De Georgische stad Gori is zwaar gebombardeerd door het Russische leger. Er brak gisteren paniek uit toen het gerucht ging dat een invasie van het Russische leger op handen was.

In de schaduw van het grote beeld van Josef Stalin in het centrum van de Georgische stad Gori maakten inwoners zich gisteren nog op om de stad uit te vluchten voor de gevechten tussen het Georgische en het Russische leger. Vrijwilligers deelden hulpgoederen uit, terwijl mensen grote koffers achter zich aan sleepten, waar alles in zat wat ze mee konden nemen. Gori is een spookstad geworden, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR schat dat 80 procent van de bevolking de stad heeft verlaten.

Gori ligt op zestig kilometer van de Georgische hoofdstad Tbilisi. De centraal gelegen stad huisvest een Georgische legerbasis van waaruit de troepen worden bevoorraad die de afgelopen dagen probeerden de controle terug te krijgen over de afvallige regio Zuid-Ossetië. Dat maakte van de stad een belangrijk doelwit voor het Russische leger.

Het gonste gisteren van de geruchten dat Russische troepen Gori zouden zijn binnengetrokken. Deze geruchten werden mede gevoed door verklaringen van de Georgische regering. Maar ooggetuigen en journalisten in de stad hebben deze berichten niet bevestigd. De stad werd gisteren wel de hele dag beschoten. De Georgische troepen trokken na de geruchten over de ophanden zijnde Russische invasie van Gori in wanorde de stad uit. Militaire vrachtwagens reden in colonne naar Tbilisi. Op de weg naar de hoofdstad stonden enkele verlaten Georgische legervoertuigen en een uitgebrande tank, als stille getuigen van de chaotische aftocht.

Russische gevechtsvliegtuigen hebben Gori vandaag opnieuw gebombardeerd. Getuigen zagen een konvooi van personenauto’s snel wegrijden terwijl de inzittenden riepen: „Ze bombarderen ons, ze bombarderen ons!” Volgens getuigen zijn er ten minste vijf burgers omgekomen, onder wie een journalist. „De bommen vielen voor en naast ons”, verklaarde een getuige. „Verschillende mensen raakten gewond en lagen bloedend op straat. We zijn meteen gevlucht.” De getuige zei dat de bommen uit de lucht vielen terwijl hij met zijn auto door praktisch verlaten straten reed. Alle winkels in Gori hadden hun luiken gesloten, maar hier en daar liepen nog kleine groepjes mensen over straat.

Of het Russische leger Gori is binnengevallen is dus niet zeker, maar zeker is wel dat Russische militairen gisteren via de afvallige provincie Abchazië het westen van Georgië zijn binnengetrokken. Ze hebben de controle over de stadjes Senaki, Zugdidi en Kurga in het westen van Georgië overgenomen, ondanks uitspraken van de Russische regering dat ze geen plannen heeft om Georgisch grondgebied binnen te trekken.

In het stadje Zugdidi heeft het Russische leger volgens getuigen een aantal politiebureaus ingenomen. In Zugdidi stonden zes Russische militairen geposteerd buiten het gebouw van het Georgische ministerie van Defensie, zo meldden getuigen. Tanks en andere pantservoertuigen reden door het stadje, maar de straten waren verder uitgestorven en alle winkels, restaurants en banken waren gesloten. Abchazische militairen hebben de controle over het nabij Zugdidi gelegen stadje Kurga overgenomen, zo meldden verschillende getuigen. En in Senaki heeft het Russische leger het vliegveld en een militaire basis bezet.

De gevechten gingen gisteren ook verder rond Tschinvali, de hoofdstad van de afvallige Georgische provincie Zuid-Ossetië. Een getuige zag Georgische gevechtshelikopters doelen in Tschinvali bombarderen, waardoor een deken van zwarte rook over de stad viel.

Een andere getuige hoorde zwaar artillerievuur op de weg ten noorden van de gehavende stad. Vrouwen en kinderen huilden in de straten van Tschinvali, terwijl ze de schade die was aangericht door Georgisch mortiervuur inspecteerden. Russische militairen deelden water en voedsel uit.

Een oudere inwoner van de Zuid-Ossetische hoofdstad vertelde hoe ze in een kelder schuilde met haar zevenjarige kleinzoon tijdens de Georgische bombardementen. „Mijn kleinzoon schreeuwde: ‘Oom Poetin, alstublieft kom ons helpen zodat de Georgiërs me niet vermoorden!’ Ze schreeuwden en huilden, het was vreselijk”, zei ze. „Godzijdank zijn de Russen gekomen. Nu wordt het langzaam beter.” (AP, Reuters, BBC)