Om twee uur riep mijn vader: nou allemaal wegwezen

Jaap Klinkhamer (51) vindt zijn vader nog steeds de grootste en de beste.

Zijn nieuwe zaak is een succes omdat die ‘Loetje aan de Amstel’ heet.

fotograaf Anais Lopez Lopez, Anais

Zegt zijn vader dat-ie hem had aangeraden om naar de Hotelschool te gaan? Haha. Dat zei-die toen misschien wel, maar hij meende het niet hoor. Dat kon hij toen echt nog niet betalen. Hij is er wel geweest, in Den Haag, op zo’n kennismakingsdag. Was hij de enige die geen pak met stropdas aanhad. Eén jongen hield bij de rondleiding door de school de hele tijd de deur open voor de leraren. Hij wist niet wat hij meemaakte.

Beroepsofficier? Dat is waar, daar is hij ook nog wezen kijken. En bij de politie. Maar hij was te lang of zo, boven de 1 meter 90. Of z’n ogen waren niet goed – weet hij veel. In elk geval is hij zo achter de bar beland. Eerst in de Jordaan, in de stamkroeg waar ze altijd biljartten. En daarna in de Johannes Vermeerstraat. Z’n vader en z’n oom zijn hier op 1 februari 1977 begonnen. Hij zat nog op het atheneum, maar hij voelde zich helemaal niet lekker daar, er waren ook gymnasiumjongens. Dus dat heeft hij toen niet afgemaakt.

Nu doet hij dit dus al meer dan dertig jaar. Hij heeft dat helemaal niet als slecht ervaren of zo, maar een paar jaar geleden dacht hij: nu ga ik voor mezelf beginnen. Hij wilde bewijzen dat hij het zelf ook kon. Er kwam in Ouderkerk een leuke kroeg vrij en dat is toen Loetje aan de Amstel geworden. Na de zomer opent hij nog een zaak in Laren. Waar hij goed in is: het juiste personeel op de juiste plek zetten. Maar wat belangrijker is: hij nam de naam van zijn vader mee. De mensen kwamen vanzelf kijken.

De zaak hier in Amsterdam ging eerst helemaal niet zo goed. Het was echt geen rozegeur en maneschijn. Het begon pas te lopen toen de reclamejongens met hun kantoren hier in de buurt hen ontdekten. Die vonden het grappig zoals zijn vader zich gedroeg. Beetje schreeuwen, beetje tegen ze tekeergaan. Vonden ze heerlijk. Was het twee uur, dan riep zijn vader: nou allemaal wegwezen. Kon-ie zelf weer gaan biljarten.

Het punt was wel dat de klanten nooit bleven als ze honger hadden, want er werd hier toen alleen maar geschonken. Zijn moeder kwam toen op het idee om warme gehaktballen met jus te gaan klaarmaken. Dat sloeg aan. Ze hield in een boekje bij wat er werd verkocht. De eerste dagen: drie keer gehakt, drie keer biefstuk, vier uitmijters. Al snel werden het er honderden.

Hij heeft in 1995 de biljarten eruit gegooid, ja. Weet je wat het is met een biljarter? Die bestelt een kopje koffie en na twee uur nog een kopje koffie. Weet je hoeveel vierkante meter hij in beslag neemt? Op die plaats kunnen tafeltjes staan waar mensen aan kunnen eten én drinken. Vindt zijn vader het erg dat-ie dat gedaan heeft? Nou, dat heeft hij nooit tegen hem gezegd. Zo wijs is zijn vader wel. Als die het wel gezegd had, had hij er niet naar geluisterd.

Dat is een trekje van de Klinkhamers: ze luisteren niet naar hun vader. Hij weet nog dat zijn vader hem ging voordoen hoe hij lever moest snijden, een biefstuk moest bakken. IK ZEG JE TOCH DAT HET ZO MOET! DOE HET DAN OOK ZO! Haha. Hij heeft ook liever niet dat zijn vader in Ouderkerk komt. Ga jij hier even lekker weg hè.

Kijk, zijn vader wil nog steeds de grootste en de beste zijn. Prima. Dat is hij ook. Die eer gunt hij hem graag. Zijn vader komt hier ’s morgens schoonmaken en ’s middags komt-ie terug om een kaartje te leggen. Gelukkig begrijpt hij dat hij zich nergens meer mee moet bemoeien. Zijn vader heeft een klein hartje, al zou je dat misschien niet zeggen. Een verlegen man. Zelf is hij minder verlegen, maar wel rustig, aardig, beleefd. Nu hij erover nadenkt, is dat wat hij nog het meest aan zijn vader te danken heeft: zijn karakter.

Of hij daardoor zoveel succes heeft, zou hij niet durven zeggen. Zo moeilijk is het niet hoor, wat ze hier doen. In principe kan iedereen het. Gewoon zorgen dat alles goed is. Goed vlees, goed bakken, goed personeel, goede tafels – en dat altijd en nooit een keertje niet. Blijven de mensen vanzelf komen. Ja, hij bakt biefstukken voor de kouwe kak. Leuk toch? Na Laren wil hij wel een zaak in Wassenaar openen.

Maar het leukste vindt hij het als mensen hier door de Johannes Vermeerstraat fietsen en hij hoort de een tegen de ander zeggen: hé, dat is café Loetje, van de biefstukken, weet je wel. Dat ze daarna stoppen en binnenkomen, vindt hij niet meer dan logisch.

    • Jannetje Koelewijn