Iets vrolijks

Ik kreeg een opdracht van mijn vriendin. „Schrijf eens iets vrolijks”, zei ze.

„Haha”, zei ik.

Ze lachte niet terug. Ze meende het.

„Ja maar”, zei ik. Toen ze daar niets op terugzei, zei ik het nog een keer: „Ja maar!”

Toen zat ik met een probleem.

Kijk: ik schrijf al heel lang stukjes waar mensen best wel om kunnen lachen. Ik weet zo langzamerhand wel welke knoppen ik in moet drukken.

De formule die ik gebruik is ongeveer zo: alledaagse situatie (herkenbaar!) -> triest beschrijven (benadruk de treurig makende details) -> maak jezelf het grootste slachtoffer.

Echt, het werkt – ik heb er prijzen mee gewonnen.

Niet dat ik die formule eerder heb uitgeschreven hoor; ik bedenk nu pas dat het zo in elkaar zit. Maar de leukste stukjes die ik in de afgelopen jaren heb geschreven zitten zo in elkaar. En dingen waar je mee scoort, die blijf je gebruiken. En ‘iets vrolijks’ is voor mij nu zeven afslagen geleden.

Ik ga het hier, nu, ook nog niet proberen. ‘Iets vrolijks’ wordt wekenlang zweten boven mijn toetsenbord. Dus ik moet me er nog even op voorbereiden.

Nu laat ik het een beetje lijken of ik altijd met afhangende schouders door het leven ga – niets is minder waar! (Ik word zelf altijd een beetje droevig als mensen uitdrukkingen als ‘niets is minder waar’ opschrijven, maar dit is om mijn geschreven vrolijkheid een beetje te oefenen.)

Toen ik een jochie was, was ik kampioen afhangendeschouders, maar ik heb nu erg veel in mijn leven om vrolijk over te zijn – ik leid het leven dat jullie allemaal wel zouden willen.

Ik slaap bijvoorbeeld elke dag uit. Vanochtend werd ik wakker gepord door mijn hond die het mooi vond geweest, dat uitslapen van mij. Echt: mijn leven is een paradijsje.

Nu alleen nog proberen dat paradijsje op papier te krijgen.

Schrijver Walter van den Berg (37) schrijft de komende weken op dinsdag een brief aan de lezers van nrc.next.

    • Walter van den Berg