Het bravourestukje van Wijnand Duyvendak

Aan een inbraakje meedoen op jonge leeftijd en uit idealisme kan men wellicht nog als een jeugdzonde afdoen, maar dat is het probleem niet. Het probleem is de achterliggende mentaliteit die bij Duyvendak c.s. heerste en heerst, namelijk die van het exclusieve en onwrikbare eigen gelijk, dat, indien anderen dat niet kunnen of willen erkennen, dan maar aan hen moet worden opgelegd, voor hun eigen bestwil, waarbij alle middelen geoorloofd zijn.

Duyendak had bij Nova achteraf spijt van de inbraak, maar alleen ”omdat dergelijk handelen niet effectief, zelfs contraproductief was gebleken”. Ten principale afstand nemen van het onrechtmatige ervan kon hij toen niet opbrengen. Ook in het interview in NRC Handelsblad van 8 augustus komt hij eerst met het argument van de ineffectiviteit, en pas na stevig aandringen wil hij toegeven dat zijn onrechtmatig handelen destijds het hart van de democratie aantastte. Hij zegt in zijn boek principieel afstand te nemen van deze methode, maar uit het feit dat hij bij de presentatie van zijn boek eerst goede sier meende te kunnen maken met een bravourestukje, en pas onder forse druk tot afstand nemen te bewegen was, blijkt dat hij in feite nog steeds de ondemocratische en zelfs tirannieke denkbeelden van toen huldigt. Dat diskwalificeert hem als volksvertegenwoordiger in een democratisch bestel.

    • O.L.E. Jongmans