Georgië is spil in energiespel

Georgië is een belangrijke spil in het internationale energiespel.

Via Georgië kan de Europese Unie gas uit het Kaspische Zeegebied importeren.

Met argusogen kijken de energieverslaafde machten in het Westen, de Verenigde Staten en Europa, naar de ontwikkelingen in het conflict tussen Georgië en Rusland over de separatistische provincie Zuid-Ossetië. Want in het geopolitieke steekspel om energie is Georgië een strategische pion.

Voor Europa is het Kaukasische land cruciaal in de strijd tegen de afhankelijkheid van Russische energie, voornamelijk gas. De EU importeert nu zo’n 30 procent van haar gasverbruik uit Rusland, het land met de grootste gasreserves ter wereld, en dat wordt in de toekomst eerder meer dan minder. Europa is ervoor beducht dat Moskou die afhankelijkheid inzet als politiek wapen. Een dichtgedraaide gaskraan – zoals in Oekraïne begin 2006 – is een overtuigend argument.

Georgië biedt Europa de mogelijkheid om gas te importeren uit het Kaspische Zeegebied, waarvan de reserves naar schatting tot een van de grootste ter wereld behoren, zonder dat dat hoeft te worden vervoerd over Russisch grondgebied. Door het gas via Azerbajdzjan en Georgië te vervoeren, kan de Russische controle over de gasrijkdommen in de Kaspische Zee worden omzeild.

Met steun van de Verenigde Staten is er al een grote pijpleiding gebouwd, de zogeheten Zuidelijke Kaukasus-pijpleiding (SCP), die jaarlijks twintig miljard kubieke meter gas kan vervoeren van het Shah Deniz-gasveld voor de kust van Azerbajdzjan naar het Turkse Erzurum.

In Europees verband, gesteund door Amerika, wordt gewerkt aan een pijpleiding die vanaf 2010 moet aansluiten op deze SCP. Hoewel het de vraag is of deze pijpleiding – Nabucco genaamd en via Turkije verder lopend naar Oostenrijk – er dan zal liggen, is ze bedoeld als middel om de gasdominantie van Rusland te verminderen. Een tegenzet van Moskou volgde: het kwam met plannen voor een Russische pijpleiding in het gebied, South Stream.

Voor Amerika is Georgië een belangrijke partner in de winning van olie in het Kaspische Zeegebied – en daarmee in het beperken van import van olie uit instabiele landen in het Midden-Oosten. Vanaf 2005 worden zo’n één miljoen vaten olie per dag – een kleine 1 procent van de wereldconsumptie – via de Baku-Tbilisi-Ceyhan (BTC)-pijpleiding vervoerd naar de Turkse havenstad Ceyhan, om daar te worden verscheept naar bestemmingen over de hele wereld.

Behalve aansluiting op het gasrijke Kaspische Zeegebied is Georgië volgens analisten voor Europa en de VS ook een bruggenhoofd naar de aanzienlijke olie- en gasreserves in Centraal-Azië. Tot nu stonden die vrijwel volledig onder controle van Rusland. Door de afwezigheid van alternatieve exportroutes worden onder meer de olie- en gasrijke landen Turkmenistan en Kazachstan gedwongen hun grondstoffen tegen bodemprijzen af te staan aan Moskou.

Rusland zint op verdere uitbreiding van zijn machtspositie op het gebied van energie. Het is nog niet duidelijk of het conflict tussen Moskou en Tbilisi over de opstandige provincie in Georgië de strijd om invloed op de kostbare energiebronnen in het voordeel van Rusland zal beslechten. Daarvoor zou Rusland feitelijk controle over heel Georgië moeten krijgen. Maar het Westen zal hiertegen zeer waarschijnlijk niet te negeren bezwaar maken.

Geruchten over Russische aanvallen op pijpleidingen, over schade aan vitale infrastructuur en over binnenlandse politieke consequenties van het conflict in Georgië zelf, zorgen ervoor dat de aantrekkelijkheid van het land als ‘olie-as’ schade heeft opgelopen.

Het Westen zal op zijn minst terughoudend worden met pogingen om Georgië in te zetten in de strijd tegen Russische energiedominantie.

    • Chris Hensen