Duits overschot

Het hoofd van Stefan Schumacher heeft al langer mijn bijzondere interesse. Het is vlezig, op een malse manier, en door de plooien kijken een paar intelligente ogen de wereld in. Eigenlijk is het zijn gehele lichaam dat mijn aandacht gevangen houdt. Tijdens de Tour schreef ik elders dat dit lichaam, vacuümgetrokken in een skinsuit, me sterk doet denken aan de naaktschilderijen van Lucian Freud. Schumacher bezit niet het afgetrainde rennerscorpus, doorzichtig als rijstpapier. Het is uitbundig, een sterk staaltje Duits overschot. De Tour kreeg het niet klein; in beide tijdritten hield het dat Zwitserse massief Cancellara eronder.

Zaterdag keek het hoofd van Schumacher in de lens van de rijdende camera. De ogen spuwden geen Chinees vuurwerk, het was de wazige blik van een vis zoals die je wel eens aantreft in een emmertje op een brug. Nog net niet dood, nog net geen berusting, nog net deze vertwijfeling: wat is hier in godsnaam aan de hand? Schumacher bevond zich tussen de auto’s. De achterlichten gleden bij hem vandaan. Als een loden aura hing het geheim van Peking rond zijn nek: niet alle longen zijn geschikt voor de Aziatische adem. Toen liet de camera de zieltogende medaillekandidaat ter plekke.

„Uitgevochten en totaal gefrustreerd schudde Stefan Schumacher steeds maar weer zijn hoofd”, las ik een paar uur later op de website Radsport-News.com. Schumacher zelf: „De wedstrijd was een kwelling. De drukkende hitte, de smog daarbovenop, dat heeft me genekt.” Daarbij klaagde hij over ondraaglijke hoofdpijn. Een typisch geval van Aziatische bloedstuwingen, leek me. Sinds het WK van 1990 in het Japanse Utsunomiya weet ik dat uitzettende hersenen niet onmogelijk zijn op het continent. Ik hoop overigens voor Schumacher dat hij geen kennis heeft genomen van de woorden van Samuel Sanchez: „Ik had eigenlijk nergens last van.”

Ik kijk uit naar de individuele tijdrit van morgen. Zal Stefan Schumacher de grijze massa binnen de hem toegemeten ruimte weten te houden? Belangrijker nog de vraag: kan hij het moreel tot een vonkende bosbrand aanblazen? Want wat Fabian Cancellara in de finale van wegrit liet zien moet als een doodschop zijn aangekomen. Cancellara vertrok overigens een dag na de Tour al naar Peking om optimaal te acclimatiseren. Het leek me onverstandig het vermoeide lijf meteen met een jetlag op te zadelen, laat staan het onder te dompelen in de fameuze smog. Voorlopig heeft hij het gelijk aan zijn zijde.

Misschien regent het morgen, en kreunt Cancellara net als Marianne Vos: bereid je je voor op de hitte, krijg je een koelkast waarin de hersenen juist krimpen.

In China kunnen ze regen uit de hemel schieten, maar kunnen ze de regen ook stoppen? Het blijft een land van onberekenbare geesten en granaten.

    • Peter Winnen