‘De Tempeliers verborgen de Heilige Graal op IJsland’

In een boomloze, onbewoonbare streek op IJsland zijn enkele wetenschappers al vier zomers bezig met een zoektocht naar de Heilige Graal. Zij zijn ervan overtuigd dat Tempeliers hun schat daar hebben verborgen.

Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci met geografische aanwijzingen geprojecteerd op een deel van de kaart van IJsland.

Vier zomers al duurt de zoektocht naar de geheime ondergrondse koepel waar de Heilige Graal en andere sacrale objecten uit de tempel van Jeruzalem al eeuwenlang verborgen zouden liggen. Wekenlang is er deze zomer gegraven in Skipholskrókur, een barre, boomloze woestenij in het zuidwesten van IJsland, ver van de bewoonde wereld.

Zonder resultaat, maar de Italiaanse cryptograaf Giancarlo Gianazza en de IJslandse architect Thorarinn Thorarinsson geven niet op: ze zijn ervan overtuigd dat hier, diep verborgen, schatten van de Orde van de Tempeliers te vinden zijn. Volgend jaar, na nieuwe geofysische metingen, gaan ze verder.

De orde der Tempeliers, die in 1118 of 1119 werd opgericht en het hoofdkwartier in Jeruzalem had, groeide uit tot een financieel machtige organisatie, wat de afgunst van de Franse koning Philips de Schone opwekte. Hij vervolgde de ridders genadeloos en dat gebeurde overal in Europa, nadat paus Clemens de orde in 1312 had verboden. Maar vele ridders, met hun witte mantel met daarop een groot rood kruis, overleefden vermoedelijk.

Of de Tempeliers ooit de Heilige Graal van het laatste avondmaal van Jezus bezaten, wordt sterk betwijfeld (ze hebben er zelf met geen woord over gesproken), maar dat deert de gravers in Skipholtskrókur niet. Thorarinsson en zijn helpers zijn geïnspireerd door de theorie van de cryptograaf Gianazza, die lijkt op een esoterisch scenario voor een nieuwe Da Vinci-code.

Op basis van vele ‘gecodeerde’ aanwijzingen in werken van Dante, Botticelli, Rafael en Leonardo da Vinci meent Gianazza dat een aantal Tempeliers in 1217 naar IJsland reisde en daar met hulp van Snorri Sturlason, (een machtig politicus en auteur van het zogeheten ‘proza Edda’), een geheime bergplaats aanlegden waar heilige boeken en objecten uit de tempel van Jeruzalem konden worden bewaard.

Thorarinsson wijst op een schriftelijke bron uit die jaren waarin wordt gemeld dat Snorri Sturlason op de jaarlijkse Althing, het in 930 opgerichte ‘parlement’, verscheen in het gezelschap van „tachtig ridders van het zuiden, allen op dezelfde wijze gekleed en bewapend”. Wie deze ridders waren, is onbekend, en evenmin weten we welke rol zij speelden bij de verkiezing van Snorri tot ‘commandant van het jaar’. Gianazza gelooft dat deze ridders Tempeliers waren, die Snorri’s verkiezing steunden in ruil voor zijn hulp bij de aanleg van een geheime bergplaats voor de schatten uit de tempel in Jeruzalem.

Waarom IJsland? Gianazza leidt dat af uit aanwijzingen in Dantes La Divina Comedia, zoals hij uitlegde in een interview in het Italiaanse magazine Hera. In vers 66 van canto 33 schrijft Dante eccelsa lei tanto – zo buitengewoon hoog. De getallen 66 en 33 komen overeen met de geografische breedte van de poolcirkel, dicht langs het noorden van IJsland, het verst gelegen land dat bekend was in Dantes tijd. Veilig ver weg, maar bij de Tempeliers bekend, aldus Gianazza: Een van de negen ridders die de tempel van Salomon ontdekten, was een lid van de familie Sinclair, eigenaar van de Orkney-eilanden, vanwaar je in korte tijd naar IJsland kunt zeilen. Gianazza: „Het lijkt redelijk te veronderstellen dat de Sinclairs IJsland kozen als bergplaats voor de schatten van Jeruzalem.”

Gianazza die met Gianfranco Fregiulia een boek (The keepers of the message) over zijn ontdekkingen schreef, meent bovendien dat Dante – als lid van een ‘geheime elite’ van Tempeliers – IJsland bezocht, in 1319, twee jaar voor zijn dood. Alweer zou dat volgens Gianazza ‘gecodeerd’ zijn beschreven in canto 27, waar Dante na een lange reis de Shetland-eilanden bereikt en vandaar naar IJsland oversteekt.

En dan is er nog een ‘cartografische decodering’ van Leonardo da Vinci’s schilderij Het Laatste Avondmaal waaruit Gianazza de exacte locatie in IJsland afleidde – het barre Skipholskrókur , dat alleen met een zware vierwielaandrijving bereikbaar is. „We hebben onze twijfels”, zegt Isolfur Gylfi Pálmason, de baas van het district waarin Skipholskrókur is gelegen, die vergunning gaf voor de opgravingen. „Maar het is weer eens wat anders.”

    • Jan Gerritsen