De dagen van Saakasjvili zijn geteld

Ook al roept Rusland zijn troepen een halt toe, de oorlog om Zuid-Ossetië is nog lang niet ten einde. Het zal veel moeite kosten om het conflict politiek op te lossen, zegt Carel Hofstra.

De dagen van Saakasjvili zijn geteld. Tekening Wolfgang Ammer Ammer, Wolfgang

Nu de oorlog rond Zuid-Ossetië mogelijk wordt beëindigd – de Russische president Medvedev zou zijn troepen een halt toeroepen – wordt het tijd om de wijdere consequenties voor deze voor Europa niet onbelangrijke regio te bezien. Wie ook de meeste verantwoordelijkheid voor het ontstaan van het conflict heeft, een instabiel Georgië heeft consequenties voor de hele regio.

Maar eerst nog even over de schuldvraag. Na de eerste gevechtshandelingen in 1992 in Zuid-Ossetië, waarbij enkele tientallen doden vielen, werden een staakt-het-vuren en een vredesmissie met Russische deelname afgesproken. Hoewel deze missie zich van die taak min of meer heeft gekweten – en over de jaren heen doden onder haar gelederen te betreuren had – ging het wel over tot sluipende Russische annexatie. Aan bijna de gehele Zuid-Ossetische bevolking werden Russische paspoorten verstrekt. Het beschermen van landgenoten was nu een argument om in te grijpen.

Hoewel de Russen gedurende het al zestien jaar durende conflict dus een anti-Georgische rol hebben vervuld, ligt het grootste deel van de schuld voor de huidige uitbarsting toch bij de Georgische politieke leiding. Na jaren van stroperige onderhandelingen in een onder de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) opgezette bemiddelingsstructuur, na vermeend tijdrekken door Rusland en na een zekere desinteresse van het Westen, raakte het geduld van Georgië op. Het trachtte in een Blitzkrieg-achtige operatie het grootste deel van Zuid-Ossetie te bezetten. De bedoeling was ongetwijfeld om de Russen voor een fait accompli te stellen en daarna met Amerikaanse politieke steun een voor Georgië gunstig staakt-het-vuren af te dwingen.

De VS hebben het Georgische leger getraind en van moderne wapens voorzien. Met 2.000 soldaten in Irak leverde Georgië het derde troepencontingent aan de door de VS geleide coalitie daar. Voorgegaan door hun messianistische president Saakasjvili ondernamen de Georgiërs afgelopen week dus hun riskante vlucht naar voren. Die is nu in een militaire nederlaag geëindigd.

Duidelijk is dat de Georgische leiding zich totaal heeft verkeken op de Russische reactie. Wellicht werd de nog onervaren Russische president Medvedev niet voor vol aangezien of de Russische bereidheid voor Ossetië in het vuur te treden onderschat. Hun ongebreidelde pro-westerse koers, het diplomatiek uitdagen van hun grote buur en hun obstinate houding inzake de Russische toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie ergeren het Kremlin al jaren. Het moet het Kremlin ongetwijfeld een goed gevoel hebben gegeven om eens goed uit te halen naar deze in hun ogen slaafse bondgenoot van de VS en om het Amerikaanse wapentuig te vernietigen.

Met Zuid-Ossetië buiten bereik en een in de praktijk verloren Abchazië – de Abchazen hebben van de verwarring gebruik gemaakt om met Russische hulp Georgische stellingen in een van de laatste door hen bezette districten aan te vallen – ziet het er voor Georgië niet goed uit. Zowel militair, humanitair als economisch betaalt het arme land een hoge prijs voor het avontuur in Zuid-Ossetië.

President Saakasjvili zit inmiddels in een lastig parket. Hij kan hopen dat de Russen toch te ver gingen in hun militaire acties, wat hem de westerse steun oplevert om het conflict althans politiek in zijn voordeel te beslechten. Het lijkt echter waarschijnlijker dat de Russen volstaan met zo veel mogelijk afbreuk te doen aan het Georgische militaire potentieel voordat ze met een wapenstilstand akkoord gaan.

Om politiek te overleven na het militaire debacle zal de Georgische president de eigen bevolking ervan moeten overtuigen dat het conflict een verdedigingsactie betrof na een Russische invasie. Dat zal maar ten dele lukken, ondanks het diepgaande anti-Russische sentiment onder de Georgische bevolking. Na verloop van tijd worden meer details over de toedracht van het Georgische optreden bekend en de economische gevolgen zullen voelbaar worden. Het ligt voor de hand dat zijn populariteit zal dalen.

Na in januari 2004 met 96 procent van de stemmen tot president te zijn gekozen, nam de publieke goedkeuring voor Saakasjvili gestaag af. In januari werd hij na een dubieuze eerste ronde met net iets meer dan de helft van de stemmen herkozen. Hij beloofde toen binnen een jaar Zuid-Ossetië en Abchazië terug in de Georgische moederschoot te brengen.

Saakasjvili zal na deze actie politiek geen lang leven meer beschoren zijn. De president zou zijn toevlucht kunnen nemen tot verder autoritair gedrag om de oppositie de mond te snoeren. Of hij kan de nationalistische kaart spelen, wat zijn goede verhouding met de VS onder druk zou zetten.

De Russen zouden zijn vertrek in ieder geval zeer toejuichen. Ze zien in hem sowieso de aanstichter van het onheil in Zuid-Ossetië en zouden nu graag eens een hun beter gezinde regering in Tbilisi zien. Tenzij Tbilisi zelf bezet wordt, zijn de Russische mogelijkheden om actief aan ‘regime change’ te doen echter beperkt, gezien hun geringe populariteit onder de Georgische bevolking. Het lijkt echter wel duidelijk dat zolang Saakasjvili aan de macht is de verhouding tussen Georgië en Rusland slecht zal blijven.

Georgië stevent dus af op een politiek onrustige periode en dat heeft als altijd zijn weerslag op de omringende landen. Met name Armenië, geblokkeerd door Turkije en Azerbeidzjan, is voor het overgrote deel van zijn im- en export, voor gasleveringen en communicatie van Georgië afhankelijk, met Iran als enige andere grens. (Overigens is Armenië een trouwe Russische bondgenoot, maar aan Armenië werd niets gevraagd.)

Ook Azerbeidzjan is afhankelijk van Georgië en wel voor zijn olie-export die via twee pijpleidingen en een spoorweg naar de Zwarte Zee wordt vervoerd. Nu de belangrijke Georgische haven in Poti door de Russen is gebombardeerd, kunnen goederen (uitgezonderd olie) alleen nog via de kleinere haven van Batumi worden verscheept. Er zijn bovendien Armeense en Azerbeidjaanse minderheden in Georgië en de als pro-Russisch beschouwde Armeense minderheid heeft een moeilijke verhouding met Tbilisi. Deze interne etnische conflicten zouden kunnen verergeren, als Georgië vlucht in het nationalisme.

Rusland intussen, militair oppermachtig, zit op zijn beurt met het probleem hoe dit conflict politiek op te lossen. Wat moet het doen met het oude dilemma van de etnische conflicten in Georgië? Om Georgië zwak te houden, kon het er vroeger mee volstaan de status-quo in Zuid-Ossetië en Abchazië door deelname in vredesmissies te handhaven.

Simpelweg akkoord gaan met een terugkeer naar de status-quo in Zuid-Ossetië lijkt logisch, maar is toch moeilijk te verkopen aan het thuisfront: al die moeite, verliezen aan mensen en materiaal om vervolgens weer met de Georgiërs om tafel te gaan zitten onderhandelen in de Joint Control Commission? Ook al roept Medvedev nu een halt toe aan zijn troepen – deze uitkomst is niet erg waarschijnlijk. Aansluiting van Zuid-Ossetië bij Rusland, zoals de Ossetiërs graag willen? Ook al hebben de Georgiërs zich slechte gastheren betoond, annexatie is volkenrechtelijk niet acceptabel.

Dan toch maar de onafhankelijkheid erkennen? Dat maakt de Russische bezwaren tegen de onafhankelijkheid van Kosovo wel erg hypocriet, want wat zou er dan wezenlijk anders zijn? Aan de andere kant lijkt reïntegratie in Georgië nu ook wel zo’n beetje uitgesloten.

Al met al vormt Zuid-Ossetië een lastig juridisch parket en niet alleen voor de Russen. De Amerikanen kunnen de Russen nu niet geloofwaardig allerlei zaken verwijten die ze zelf in Irak en Kosovo ook gepresteerd hebben.

Het conflict heeft zijn weerslag op dat andere conflict in de regio, namelijk dat tussen Armenië en Azerbeidzjan om Nagorny Karabach. Dat wacht ook nog steeds op een oplossing. Azerbeidzjan verhoogt zijn militaire uitgaven van jaar tot jaar en dreigt met militaire interventie als er geen bevredigend onderhandelingsresultaat wordt bereikt.

Wat zijn de consequenties van dit alles voor Nederland? Nederland zal wel niet snel gevraagd worden om vredestroepen te leveren of om als bemiddelaar op te treden. Maar misschien is er toch een rolletje voor ons weggelegd. De Georgische president heeft, zoals velen weten, een Nederlandse vrouw en mocht hij onvrijwillig het veld moeten ruimen, dan zou Nederland wel eens benaderd kunnen worden met een verzoek tot verblijfsvergunning.

Carel Hofstra was verbonden aan de Nederlandse ambassade in Georgië. Hij woont in Armenië en bezoekt Georgië regelmatig.

    • Carel Hofstra