Asterix en Obelix

Asterix en de Olympische Spelen

Tullius Torsus droomt van olympische roem. De in Gallia gestationeerde legionair waant zich de beste atleet van de Oudheid. Tót hij bij een trainingsuitje stuit op twee wereldvermaarde Galliërs, die van boven tot onder in de toverdrank zijn gedoopt. Gekleineerd en gedemotiveerd ruilt Torsus zijn speer in voor een bezem. Zo begint de – recentelijk nogal losjes verfilmde – stripklassieker die Asterix en Obelix naar Olympia zal brengen.

Een beter moment om het album Asterix en de Olympische Spelen (Uitgeverij Dargaud, € 5,99) weer uit de kast te trekken, is niet denkbaar. De vele thema’s die scenarist René Goscinny en tekenaar Albert Uderzo in 1968 aansneden zijn verrassend actueel gebleven. Dat bewijst dat ‘de ontwikkelingen in de sport’ niet meer zijn dan variaties op een bekend liedje.

Zo herkennen we in het feestgedrag van de Gallische supporters de Oranje horden die Bern en Basel overspoelden. Er wordt gehamerd op de internationale pr-waarde van sportieve prestaties. Iets wat een wrange bijsmaak krijgt wanneer die prestaties dubieuze regimes ten goede moeten komen. Hier gaat het om de Romeinen, maar evengoed had het over Hitlers olympiade kunnen gaan, of de Grote China-show van 2008. De organiserende Hellenen zijn zich bovendien danig bewust van de commerciële belangen van hun evenement. Romeinse atleten moeten op zijn minst één gouden palm winnen, stelt een redenaar in de olympische Senaat. Zo niet, dan laten ze bij een volgende gelegenheid verstek gaan. ‘En zoals mijn neef Pingpathos zegt: hoe meer vreemdelingen, hoe meer geld er in het laatje komt!’

Voor alles lijkt Asterix en de Olympische Spelen over dopinggebruik te gaan. Dat is opmerkelijk: het album is uit 1968, terwijl georganiseerde dopingtests pas in 1966 werden ingevoerd. Eerst in het wielrennen, de frontlinie qua gebruik én opsporing, later ook op de Spelen, waar legendarische gebruikers als Ben Johnson en Marion Jones de zaak bedonderden.

Wanneer de Hellenen lucht krijgen van een mysterieuze toverdrank, wordt de Galliërs met klem verzocht ‘clean’ te sporten. De Romeinen blijken de sportiviteit minder hoog in het vaandel te hebben. Ze stelen de drank en domineren het afsluitende loopnummer. De valsspelers worden ontmaskerd doordat druïde Panoramix een extra stof aan de drank toevoegde. De Romeinse tongen zijn er blauw van uitgeslagen.

Hier begint de werkelijkheid eigenaardig dicht tegen de strip aan te schurken. Want viel volgens dopinginstantie WADA wielrenner Riccardo Riccò niet door de mand doordat aan de nieuwste generatie epo een markeringsmolecuul zou zijn toegevoegd? Een claim die door producent Roche onzinnig werd genoemd, maar toch. Het maakt Asterix en de Olympische Spelen niet alleen onverminderd lezenswaardig. Het geeft een van de geestigste albums in de reeks de uitstraling van superieur cabaret.

Auke Hulst