Zwemsters zetten grootmachten opzij

Na 72 jaar won Nederland gisteren weer een gouden medaille op de 4x100 meter vrije slag bij de vrouwen. „Theoretisch gezien is het onmogelijk.”

Slotzwemster Marleen Veldhuis springt op uit het water na als eerste te hebben aangetikt namens Nederland in de finale van de 4x100 meter vrije slag. Femke Heemskerk (links), Inge Dekker en Ranomi Kromowidjojo juichen mee op het droge. Foto Reuters Femke Heemskerk (L), Inge Dekker (bottom), Marleen Veldhuis (2nd R) and Ranomi Kromowidjojo of Netherlands celebrate after winning the women's 4x100m freestyle relay swimming final at the National Aquatics Center during the Beijing 2008 Olympic Games August 10, 2008. REUTERS/Jason Reed (CHINA) REUTERS

Voor de Nederlandse estafettevrouwen zijn gouden medailles en wereldrecords het afgelopen jaar de maat geworden. Het leverde Inge Dekker (22), Ranomi Kromowidjojo (17), Femke Heemskerk (20) en Marleen Veldhuis (29) de bijnaam Golden Girls op. Toch wist het Nederlandse kwartet niet wat het overkwam, toen aanvoerster Veldhuis gisteren in de indrukwekkende Water Cube van Peking als eerste aantikte op de 4x100 meter vrije slag.

„Het moet nog wel een beetje bezinken”, zei Heemskerk. „Ik wilde dit zo graag, dat houd je niet voor mogelijk. Ik heb er ook al zo vaak van gedroomd. En nu hebben we goud, dat geloof je toch niet.”

Ruim 17.000 toeschouwers, onder wie de Amerikaanse president George Bush en softwaremiljardair Bill Gates, waren getuige van het eerste Nederlandse goud op dit nummer in 72 jaar – de laatste keer was in 1936 in Berlijn dankzij Jopie Selbach, Tini Wagner, Willy den Ouden en Rie Mastenbroek.

Ditmaal liet het Nederlandse viertal in de ochtendfinale de twee sterkste zwemnaties ter wereld, Amerika en Australië, achter zich. De prestatie was des te knapper omdat het viertal als torenhoog favoriet de finale was ingegaan. In maart had de ploeg in Eindhoven met 3.33,62 een spectaculair wereldrecord gezwommen. In de Chinese zwemtempel werd de klok stilgezet op 3.33,76, waarmee het olympisch record van Australië van 2004 met ruim twee seconden werd aangescherpt.

Voor bondscoach Jacco Verhaeren betekende het een nieuwe mijlpaal in zijn toch al indrukwekkende carrière als zwemcoach. „Ik ben hier heel trots op. Dat je in zo’n sport, en dan ook nog op de meest prestigieuze estafette, wint van landen als Australië, Duitsland, Amerika en China is heel bijzonder. Theoretisch gezien is het onmogelijk.”

Een stralende Veldhuis, die haar beste splittijd (met vliegende start) ooit zwom, herinnerde zich een uitspraak van de Amerikaanse veteraan Dara Torres (41) van vorige week. „De Amerikanen dachten dat ze het wel eventjes zouden uitvechten met Australië. Daar hebben we mooi een stokje voor gestoken. We wilden ervoor gaan, exploderen in het water en dan maar kijken wat het resultaat was.”

Verhaeren was blij dat de eerste kans op goud direct werd gegrepen. Juist dit nummer bood volgens hem de beste kans. „Ik had het een beetje verwacht, maar vooral gehoopt. Je weet dat je een kans hebt. Op de Olympische Spelen moet je die pakken. Als je dat doet heb je een dikke tien verdiend.” Volgens Verhaeren stijgen Nederlandse zwemmers in estafettes altijd boven zichzelf uit. „Deze ploeg heeft ook nog ruimte voor verbetering. Een tijd van 3.31 is niet ondenkbaar.”

Op de 100 meter vrije slag zijn de Nederlandse vrouwen ook in de breedte sterk. Verhaeren zag afgelopen jaar liefst acht zwemsters de olympische estafettelimiet zwemmen. Dat werkt in het voordeel van de ploeg, vindt hij. „We hebben kwalitatief goede reserves. Dat houdt de druk op het systeem. Je moet scherp zijn, want anders zwem je niet in deze estafette.”

Van druk leek nauwelijks sprake. Verhaeren: „We hebben bewust veel wedstrijden opgezocht, zoals de Swim Cup, de EK, de WK kortebaan. Ik vond de stress wel meevallen. Ik vond dat ze heel rustig naar deze finale hebben toegeleefd. Ik heb voor de race bijna niks gezegd, alleen dat ze moesten oppassen bij de overnames. Dit is een echt team, met de reserves erbij. Ze hebben veel waardering voor elkaar. Dat is wel eens anders geweest.”

Voor de vrouwen was de gouden medaille op de tweede dag van het zwemtoernooi een enorme opsteker. Maar Verhaeren temperde de euforie. „Je moet je na zo’n estafette niet rijk rekenen. Daar heb ik ook op gehamerd. Of het nou goed zou gaan of niet goed de eerste twee dagen, we hebben er nog zeven te gaan. Natuurlijk steken we deze in onze zak. Maar de concentratie moet heel hoog blijven om geen fouten te maken.”

Nog maar twee jaar geleden verkeerde het Nederlandse zwemmen in een diepe depressie, getuige de magere oogst bij de WK in Montreal. Onder Verhaeren als technisch directeur van de zwembond ging het roer om. Het succes kan mede worden toegeschreven aan de richting die hij insloeg, met de oprichting van nationale zweminstituten in Amsterdam en Eindhoven, waar de meeste topzwemmers zijn ondergebracht.

Chef de mission Charles van Commenée, ook getuige van de finale, roemde „de kracht van het programma. Het is niet dat we toevallig één talent hebben. Dat kan elk land overkomen. Als je een estafette wint, geeft dat aan hoe breed je top is, hoe goed er getraind wordt, hoe goed je faciliteiten zijn. Als je als miniatuurstaatje wint van grootmachten als China, Australië, Amerika, Rusland en Duitsland, dan is dat heel bijzonder. Dat is het mooie aan de estafette. Die win je niet met geluk.”

Van Commenée noemde de overwinning een resultaat van het gevoerde beleid. „En dat is mooi, want beleid kun je doorzetten.” De inrichting van de zwemtop, met twee zweminstituten, kan een blauwdruk zijn voor andere sporten, vindt de chef de mission. „Dat moet je zeker in een klein land doen. Die talenten die je hebt, moet je bundelen. Je ziet het ook bij andere sporten meer en meer gebeuren, zoals atletiek op Papendal. Maar het is moeilijk te realiseren.”