Wij gaan problemen van ouderen niet oplossen

De oudere generatie beseft niet dat jongeren hun eigen ideeën hebben over werk en kinderen. Zij gaan de nagelaten problemen niet oplossen, meent Gerardo Soto y Koelemeijer.

Mijn vader roept sinds ik me kan heugen dat ik mijn diploma’s moet verzilveren in het bedrijfsleven. Daarmee bedoelt hij dat ik veel geld moet verdienen en me door niets of niemand moet laten afleiden. Van baan veranderen of een nieuwe studie volgen is uit den boze. Maar daar denk ik anders over. Mijn vader schijnt zich niet te realiseren dat ik andere waarden, preferenties en prioriteiten heb. Deze verschillen in inzichten zijn onderdeel van een generatiekloof.

Het is algemeen bekend dat politici weinig aandacht hebben voor de twintigers en dertigers. Uit electoraal oogpunt is het veiliger de belangen van de babyboomers te behartigen. Hetzelfde geldt voor de vakbonden. En daarnaast bestaan adviesorganen als de SER en recentelijk nog de commissie-Bakker vooral uit mannelijke 50-plussers. Jongerenvakbonden als FNV-jong en CNV-jong zijn weinig populair onder jongeren en omdat het aantal jongeren ten opzichte van het aantal ouderen de komende tijd verder zal dalen, is het maar de vraag hoeveel gewicht zij in de schaal leggen.

Jongeren zullen meer moeten worden betrokken bij de besluitvorming en hun belangen zullen beter moeten worden behartigd. Temeer omdat de huidige jongeren in de nabije toekomst veel verantwoordelijkheden moeten dragen. Zo zal een groot deel van de kosten van de vergrijzing door hen moeten worden opgevangen.

Met belangen doel ik niet slechts op financiële belangen. De twintigers en dertigers van nu zijn over het algemeen beter opgeleid dan hun ouders, hebben veel keuzes gehad en hebben zeker gezien de schaarste op de arbeidsmarkt veel mogelijkheden. Het kan niet anders dan dat zij een andere kijk op de wereld hebben. Zo is werk vaak niet het enige belangrijke in hun leven. Dit schijnt helaas niet altijd even goed begrepen te worden door de oudere generatie. In het rapport van de commissie-Bakker worden de waarden en voorkeuren van jongeren onvoldoende gerepresenteerd. In het rapport wordt wel erg de nadruk op werk gelegd: ‘werk is leuk’, ‘goed voor het zelfvertrouwen’, ‘goed voor sociale contacten’. Werken kan dat inderdaad zijn, maar in de praktijk blijken er voor jongeren ook enkele minpuntjes te bestaan. Mannelijke bedrijfsculturen bijvoorbeeld, of het feit dat in sommige sectoren het maar moeilijk geaccepteerd wordt dat je als man in deeltijd werkt of een papadag hebt. Bovendien botsen energieke jongeren met innovatieve ideeën regelmatig met behoudzuchtige ouderen. Om maar te zwijgen over de weinig flexibele arbeidstijden. Over belangrijke waarden die leven onder jongeren, zoals carrièreperspectieven voor de vrouw, bedrijfsculturen die jongeren belemmeren in hun ontwikkeling, en intensieve begeleiding op de werkvloer die voorkomt dat jongeren in het diepe worden gegooid, wordt in het rapport bijna tot geen woord gerept. De arbeidsmarkt wordt hervormd, maar de oude, achterhaalde arbeidsideologie blijft van toepassing. Het is niet meer van deze tijd om vol te houden dat men, om carrière te maken, fulltime moet werken.

Toch gaan ook de jongeren niet vrijuit. In plaats van alleen te klagen over de belabberde kinderopvang, de ontoegankelijkheid tot de woningmarkt en de stress in het spitsuur van het leven, zouden zij zich moeten verdiepen in de belangrijke en complexe materie rondom pensioenen, sparen, arbeidsmarkt, onderwijs, en sociale zekerheid, zich meer kunnen gaan organiseren en meer inspraak eisen. Door alternatieve ideeën aan te dragen kunnen zij tegenwicht bieden aan de babyboomers. Maar dan moet er wel naar hen worden geluisterd.

Voorwaarde voor een nieuw sociaal contract is echter dat geen enkel onderwerp mag worden geschuwd. Daarbij kan men denken aan langer doorwerken voor 55-plussers, het ‘opeten van de eigen woning’ en een discussie over consumptiegedrag. Wie gaat er ingrijpen als de babyboomers straks flink gaan consumeren terwijl de jongeren zich een slag in de rondte werken? Bovendien zullen we ook onze aandacht moeten richten op de periode na de het hoogtepunt van de vergrijzing en ons moeten bezinnen op het milieu.

De huidige jongeren willen best verantwoordelijkheden dragen. Ook zij willen het sociale zekerheidsstelsel behouden. De vraag is echter tegen welke prijs en wat precies behouden moet worden. Doorwerken tot 67 is in tegenstelling tot veel 55-plussers, voor jongeren misschien wel geen heikel punt. Wel moet er gedurende de hele levensloop een balans worden gevonden tussen werk, zorg, en vrije tijd ‘in een ontspannen samenleving met minder druk en meer vrije tijd’, zoals Dick Pels een maand geleden in deze krant verwoordde. In plaats van af te keuren dat jonge, hoogopgeleide vrouwen niet of in deeltijd werken, moeten we veel meer dan nu inspelen op de behoefte die leeft. En kunnen we dan ook ophouden over het verhogen van het kindertal, zoals minister Rouvoet onlangs voorstelde? Dit voorstel is geen instrument tegen de vergrijzing, maar voert de druk op jongeren alleen maar op. Bovendien is het kindertal al dertig jaar stabiel. De oudere generaties moeten de jongeren geen zaken opleggen die zij zelf hebben nagelaten.

En wat mijn vader betreft, ik zal hem nogmaals proberen te overtuigen van het feit dat de wereld de laatste dertig jaar toch echt is veranderd.

Gerardo Soto y Koelemeijer (32) is wiskundige, literatuurwetenschapper en deed onderzoek naar pensioenen bij Netspar.