Van dief tot Kamerlid

Hij was betrokken bij een inbraak en maakte gebruik van de buit, hij heeft gelogen en heeft volgens zijn fractieleider ook nog zijn partij, GroenLinks, schade toegebracht. Wat ook de verdiensten van het Tweede Kamerlid Duyvendak mogen zijn, voor een volksvertegenwoordiger zijn dit antecedenten die te denken geven. Kamerleden van andere partijen meenden dat Duyvendaks ‘onthullingen’ over zijn verleden het aanzien van de politiek hebben geschaad. Dat is een kwestie van smaak; er zullen ook kiezers zijn die Duyvendaks activistische ervaringen een aanbeveling vinden, al dan niet inclusief de illegale handelingen die hij verrichtte. Feit is dat er geen wettelijke reden is Duyvendak uit zijn passief kiesrecht te ontzetten. Dat zou een rechterlijke uitspraak en een gevangenisstraf van ten minste één jaar vergen.

De partijtop en de leden van GroenLinks moeten dus vooral zelf uitmaken of zij Duyvendak een volgende keer ook een verkiesbare plaats op de lijst gunnen, en de kiezers of zij het daarmee eens zijn. Dat hij zijn daden heeft opgebiecht, valt te waarderen. Al was het nog wel zo attent geweest als Duyvendak zijn bekentenis over zijn betrokkenheid bij een inbraak in 1985 bij het ministerie van Economische Zaken en de heling die daarop volgde, vóór de verkiezingen van 2002 had gedaan. Dat had de indruk kunnen wegnemen dat hij vooral instrumenteel met deze daad wenst om te gaan. In zijn reacties de laatste dagen onderstreept hij inmiddels tot de conclusie te zijn gekomen dat dergelijke acties ongepast zijn. Akkoord, inzichten kunnen ook bij een vijftigjarige nog rijpen. Maar dat belet hem niet om zijn illegale daden 23 jaar later in te zetten als pr-materiaal, om zijn nog te verschijnen boek Klimaatactivist in de politiek onder de aandacht te brengen. De opwinding daarover had overigens al eerder kunnen ontstaan: in de brochure van de uitgeverij waarin het boek werd aangekondigd, was de inbraak al onthuld. In 1996 had Duyvendak in Het Parool zijn betrokkenheid erbij nog ontkend, omdat de zaak toen nog niet was verjaard. Een ander staaltje van opportunisme.

De partijtop van GroenLinks, die op de hoogte was van Duyvendaks verleden, sloeg ook aan het zigzaggen. Zij bleef na zijn bekendmaking vorige week aanvankelijk achter het Kamerlid staan; ze had hem aangemoedigd in zijn boek verantwoording af te leggen. Maar twee dagen commotie later meende fractieleider Halsema dat hij de partij schade had toegebracht door zijn verleden op onhandige wijze in een persbericht te openbaren, omdat het er ten onrechte op leek dat hij zijn illegale acties nu nog vergoelijkte.

Het ‘succes’ van de actie uit 1985, waarmee werd aangetoond dat bij het ministerie plannen aanwezig waren voor de bouw van kerncentrales, mag ook als twijfelachtig worden bestempeld. Van ministeries mag worden verwacht dat zij plannen en scenario’s hebben klaarliggen. Zolang ze maar niet stiekem en pas na parlementaire instemming worden uitgevoerd. Hopelijk is ook dit inzicht bij alle Kamerleden van GroenLinks tot volle rijping gekomen.