Vakantie of sabbatical

Vakantiedagen zijn een verworven recht, waar de meeste mensen graag gebruik van maken. Wie een aantal weken weg geweest is, wordt vervolgens geacht zijn collega’s verslag uit te brengen van de drieweekse reis naar de Malediven of van de midweek in de vakantiebungalow in Drenthe. Want in vakantie worden verwachtingen geïnvesteerd en daarvan moet ook verantwoording worden afgelegd.

Hebben vakantie en geloof ook wat met elkaar te maken? Over reizen naar een verre bestemming weten Bijbel en Koran mee te praten. Voor de moslims is er de reis naar Mekka die je eens in je leven gemaakt moet hebben. Joden trokken regelmatig naar Jeruzalem. Ook oosterse religies kennen hun pelgrimages. Voor christenen bestaan geen verplichte reizen, maar in de katholieke variant ervan kent men bedevaarten naar bijvoorbeeld Lourdes, Santiago de Compostela of Rome.

De Bijbel kent niet de vakantie, maar wel het sabbatical, het sabbatsjaar. Wetgeving in het Oude Testament schreef voor dat het Joodse volk één keer in de zeven jaar een jaar lang vrij had. In een landbouwsamenleving betekende dat dat je niet mocht zaaien, je mocht je wijngaard niet snoeien, de grond moest een jaar lang braak blijven liggen. Wat er desondanks groeide mocht je niet actief oogsten, het was gewoon voor iedereen, inclusief de dieren.

Mensen die zich wegens schulden als arbeidskracht hadden moeten verkopen, zeg maar slaven, kregen in het sabbatsjaar hun vrijheid terug. Het was verder het jaar waarin de onderlinge financiële schulden op een radicale manier vereffend werden: ze werden gewoon kwijtgescholden. Nog even wat anders dan de 8 procent vakantietoeslag in mei.

De God van de Bijbel verbond een belofte aan het naleven van deze regels. „Mocht je je afvragen waarvan je dat zevende jaar moet leven als je niet mag zaaien en oogsten, bedenk dat ik jullie het zesde jaar zal zegenen met een oogst die voor drie (!) jaar toereikend is, zodat je in het achtste jaar weer kan zaaien en tot het negende jaar zult kunnen leven van de oude oogst.” Een ultieme relativering van het overdreven arbeidsethos waaraan velen lijden.

Lees: Exodus 21, Leviticus 25, Deuteronomium 15

    • Herman Amelink