Oorlog in de Kaukasus

georgie_.jpgAfgelopen vrijdag begon mijn vakantie. Twee weken lang zouden vrouw en ik met een paar goede vrienden gaan wandelen in de bergen van Noord-Georgië, bij de grens met Tsjetsjenië. Het moest een schitterend gebied zijn, hadden we gehoord. Dus waarom niet, vooral omdat ons van alle kanten was verzekerd dat het de komende tijd rustig zou blijven in het gebied. Georgië is tenslotte een van de mooiste landen ter wereld. En een vriendelijker bevolking kom je op die wereld zelden tegen.

Maar toen we vrijdagochtend vroeg op het vliegveld in Moskou stonden, werd ik gebeld door de buitenlandredactie met het bericht dat er aan de grens met de Georgische separatistische provincie Zuid-Ossetië zwaar gevochten werd. Nu had ik nog even de hoop dat het geweld snel zou betijen. Tenslotte is het iedere zomer raak aan die grens. Maar dit keer bleek het toch serieus. Maar onze bagage was al ingecheckt en we stonden bij de deur van het vliegtuig. In geen tijden heb ik me zo ongemakkelijk gevoeld tijdens een vliegreis.Bij aankomst in Tbilisi, in de loop van de middag, leek alles nog kalm. In de Roestavelistraat was van enige spanning niets te merken. Mensen flaneerden zoals gebruikelijk over straat. Alleen bij de regeringsgebouwen stonden meer politiemannen en soldaten dan gewoonlijk.georgie_kaukasus.jpg

Nadat we ons in een klein familiehotel hadden ingechecked vroeg ik aan de eigenares hoe de zaken ervoor stonden. Ze begon spontaan te huilen en vertelde over haar familie die in het beschoten grensgebied woonde.

Toen ik zei dat ik journalist was, maar geen computer bij me had omdat ik met vakantie was, mocht ik meteen aan haar huiscomputer zitten om het nieuws te scannen. ,,Vergeet die vakantie maar”, zei mijn vrouw, die altijd gelijk heeft.

Ik begaf me vervolgens naar het Georgische ministerie van Buitenlandse Zaken om te kijken of de minister me te woord wilde staan. Dat was niet het geval, maar wel werd ik te woord gestaan door een van haar medewerksters die me vertelde dat er in de loop van de avond een persconferentie zou worden belegd.

Inmiddels liet ik me door Rotterdam uitvoerig briefen over de situatie te velde. Dat was ook wel nodig, omdat het op Georgische websites regende van de desinformatie en de geruchtenstroom op gang begon te komen. ,,Krijgen we nu een Russische bezetting?”, vroeg de hoteleigenaresse me, terwijl ze haar man en een paar vrienden van Gatsjapoeri voorzag. Vervolgens belde ik twee goede kennissen, de hoofdredacteur van de Engelstalige Georgische krant The Messenger en een oud-ambassadeur van Georgië in Nederland, die ik tijdens de presidentsverkiezingen van januari had ontmoet.

Twee verstandige mensen, die altijd een goede kijk op de gang van zaken in hun land hadden. Beiden waren altijd felle critici van Saakasjvili, maar bleken zich nu vierkant achter hun president te hebben geschaard. Het vaderland werd bedreigd door zijn grote vijand en alle stevenen moesten één kant uitwijzen.

Die avond begon het volk in Tbilisi zich te roeren. Er werd gedemonstreerd bij de Russische ambassade, nu Moskou zijn Zuid-Ossetische bondgenoten te hulp was geschoten. Velen waren uitbundig over de gebeurtenissen. Het Georgisch nationalisme beleefde een hoogtepunt. ,,We hebben al twee dorpen veroverd”, juichten een paar jongens. Anderen toonden me hun militaire passen: ze waren reservisten en moesten de volgende dag naar het front. Slechts een enkeling was bang. De heldenstatus op het slagveld was blijkbaar belangrijker.Tot in de nacht was ik vervolgens bezig om een stuk te tikken. De computer moest tenslotte ook de andere ongeruste gasten in het hotel bedienen. En de eigenares wilde tussendoor haar spelletje backgammon afmaken.

 

Klik voor fotoserie

De volgende dag nam de geruchtenregen alleen maar toe, maar in Tbilisi gebeurde nog altijd niets noemenswaardigs. nadat ik een aantal diplomaten en het plaatsvervangend hoofd van de OVSE-missie in Georgië had geïnterviewd stelde ik mijn vrouw voor naar Gori te gaan om toch nog iets van onze vakantie te maken. Het geboortehuis van Stalin daar was toch de moeite van het reizen waard. ,,We gaan niet”, zei ze resoluut. ,,Straks worden we nog geraakt door een bom.”Twee uur later schoten de Russen raketten af op een in een woonwijk in Gori liggende militaire basis. Daarbij raakten ze ook een flatgebouw. Tientallen burgers kwamen om het leven. Weer had mijn vrouw gelijk.

De bemoeienis van de Russen met de gevechten nam in de loop van de dag toe. Op straat in Tbilisi werden de mensen steeds onrustiger en verdween de heldenmoed van de vorige dag. Op pleinen stonden stadsbussen klaar om reservisten naar het front te vervoeren. ,,Saakasjvili is een idioot, omdat hij ons in dit avontuur heeft gestort”, zei een taxichauffeur. Het was een reactie die steeds vaker te horen was.

Toen mijn vrouw de volgende ochtend om zes uur wakker schrok van een inslaande Russische raket bij een vliegtuigfabriek een paar kilometer van ons hotel vandaan, zei mijn vrouw: ,,En nu wil ik naar huis.” De organisatie waarmee we wandelden had inmiddels een vluchtauto ter beschikking gesteld. En omdat we van de Nederlandse ambassade te horen kregen dat het misschien beter was het land te verlaten nu het nog kon, maakten we van dat aanbod gebruik.Via Armenië landden we vanochtend weer in Moskou. Nog nooit heb ik zo’n korte vakantie gehad.

Lees het artikel: ‘Georgiërs willen nooit meer slaven van de Russen zijn’

    • Michel Krielaars