Nu al verlangen naar Londen 2012

Bas Verwijlen verliet het olympische schermtoernooi met ambivalente gevoelens.

Hij versloeg een grote favoriet, maar werd in de kwartfinales uitgeschakeld.

Bas Verwijlen (links) in zijn gewonnen duel met de Chinees Wang Lei. Foto Bas Czerwinski 10-08-08, Beijing, China. Bas Verwijlen, links, tijdens zijn partij tegen Lei Wang uit China. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Later, als de opwinding over het olympische toernooi gezakt is, denkt schermer Bas Verwijlen dat hij tevreden op de Spelen zal terugblikken. Maar gisteren, na zijn uitschakeling in de kwartfinales, overheerste de teleurstelling. Hij voelde nog de pijn van een gemiste medaille.

Natuurlijk, Verwijlen wist dat hij in de kwartfinales op zijn waarde was verslagen door de geslepen Italiaan Matteo Tagliariol, die later op de dag ook nog olympisch kampioen zou worden. Maar daar stond tegenover dat hij in de eerste ronde een sensationele overwinning had behaald op de Chinees Wang Lei, vooraf een favoriet voor goud. Die zege, uitgerekend in Peking, ervoer Verwijlen als een persoonlijke mijlpaal, omdat Wang Lei „een beest van een schermer is”, met olympisch zilver (Athene 2004) en een wereldtitel (2006) als markeringen op zijn erelijst.

Als geen ander realiseerde Verwijlen zich dat de uitschakeling van Wang Lei hem geen garanties bood. Hij wist zich nog wel de Zwitser Michael Kauter van het lijf te houden, maar in Tagliariol trof de enige Nederlandse schermer bij de Spelen een tegenstander wiens verdediging ‘potdicht’ zat. Welke tactiek hij ook toepaste, de Italiaan pareerde alle aanvallen en was slagvaardig bij Verwijlens schaarse momenten van onachtzaamheid. Met spijt in zijn stem: „Drie keer liet ik de afstand met hem te groot worden, waardoor hij kon scoren door mijn aanval te ontwijken. Dat was drie keer te veel.”

Het besef dat hij met zijn olympisch debuut een kleine sport in Nederland enige bekendheid heeft gegeven, verdreef deels zijn ongenoegen. Hoe egocentrisch Verwijlen zijn sport ook bedrijft, hij voelt zich ook ambassadeur van het schermen. „Ik hoop dat de mensen die mij op televisie hebben gezien gaan denken: wat een schitterende sport is schermen.”

En een sport waarvan de toegankelijkheid volgens Verwijlen is toegenomen. De elitaire drempels en obstakels zijn naar zijn zeggen inmiddels verdwenen. „In het internationale circuit schermen zowel schoffies als rijkeluismensen.”

Van die integratie was begin deze eeuw geen sprake. Toen werd schermen beoefend door de bourgeoisie. Met de nodige olympische successen, want tot en met de Spelen van 1948 in Londen was Nederland onafgebroken door schermers vertegenwoordigd. Het Nederlandse sabelteam won in de jaren tien en twintig vier keer brons en individueel waren er medailles voor George van Rossum (zilver op sabel in Athene 1906), Alexander Hendrik Willem Blijenburgh (brons op degen in Athene 1906) en Willem de Jong (brons op sabel in Antwerpen 1920).

Na de Tweede Wereldoorlog zonk schermen in een poel van olympische ellende. Eddy Hamm plaatste zich nog voor de Spelen van 1972 in München, maar hij werd vroegtijdig uitgeschakeld. Pas in Seoul (1988) keerden Nederlandse schermers terug bij de Olympische Spelen. De degenploeg werd veertiende en individueel was Stephane Ganeff met de zestiende plaats de beste Nederlander.

Pas twintig jaar later meldde zich Verwijlen, overigens in gezelschap van floretschermster Indra Angad-Gaur, die zich op de valreep voor ‘Peking’ plaatste. Als het aan Verwijlen ligt krijgt zijn optreden over vier jaar een vervolg, want hij heeft intens genoten van het olympische toernooi. „Ik vind het nog steeds ongelooflijk dat ik erbij was. En over een paar weken zal ik zeggen: ‘Prachtig dat ik de kwartfinales heb gehaald.’ Mooi dat ik hier hebben kunnen schermen. Op naar Londen. Ik kan niet wachten.”

Bekijk Verwijlens videoblog op www.basverwijlen.com

    • Henk Stouwdam