Mobiel bellen als gedragswetenschap

Nokia verwacht veel van de mobiele markten in China en India. Maar nieuwe klanten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika gaan anders met hun gsm om dan de rest van de wereld.

De Nederlanders Joeske Schellen en David Dhondt ontwierpen de N96.

De rechterbroekzak. Dat is de plek waar 55 procent van alle mannen hun telefoon bewaart. Terwijl 56 procent van de vrouwen het mobieltje in een handtas meeneemt. „En omdat ze zolang moeten zoeken naar de telefoon, missen ze gemiddeld 50 procent van de gesprekken, terwijl mannen slechts 30 procent van de gesprekken missen”, zegt Jan Chipchase.

Chipchase is gedragswetenschapper in dienst van Nokia, ’s werelds grootste fabrikant van mobiele telefoons. Zijn afdeling doet onderzoek naar de manier waarop mensen hun gsm gebruiken. Dat levert waardevolle informatie voor Nokia, de grootste mobieltjesfabrikant ter wereld, die dit jaar 1,2 miljard telefoons verwacht te verkopen.

Het probleem van vrouwen met de onvindbare telefoon in het handtasje is overigens makkelijk op te lossen, zegt Chipchase: „We maken gewoon een mobieltje met een lampje aan de zijkant. Dat geeft licht als je gebeld wordt.”

De onderzoeken van Chipchase’s afdeling dienen als inspiratiebron voor de Nokia Design Studio, waarvan het hoofdkantoor in hartje Londen is gevestigd. Chipchase woont zelf in Tokio en reist regelmatig de wereld over om onderzoek te doen en te fotograferen. „Als ik mijn werk goed doe, ontwerpen wij nu de telefoons waarmee we over tien tot vijftien jaar zullen bellen.”

Chipchase en zijn collega’s bezoeken de plaatsen waar trends ontstaan: veelal grote steden in Latijns-Amerika, Afrika en Azië: „Plekken waar veel culturen en religies samenkomen.” Uit de straatinterviews blijkt dat het gebruik van de gsm wereldwijd nogal verschilt. Bijvoorbeeld de manier waarop het toestel gedragen wordt: in Nederland draagt bijna niemand zijn gsm aan de broekriem, maar in de Chinese stad Jin Li doet 40 procent van de mannelijke ondervraagden dat wel. In het Indiase Hyberadad draagt 45 procent van de mannen de telefoon in zijn borstzak. In Los Angeles is dat nog geen 2 procent.

Nokia heeft grote interesse voor de belcultuur in nieuwe markten. In West-Europa hebben de meeste mensen al één of meer mobieltjes. De penetratiegraad ligt er rond de 100 procent, in Nederland is die zelfs al 120 procent. Azië heeft veel grotere groeimogelijkheden, liet Nokia-directeur Olli-Pekka Kallasvuo afgelopen week nog weten. In China, waar Nokia marktleider is, bellen ‘nog maar’ 600 miljoen van de 1,33 miljard inwoners mobiel. Nokia verkocht er het afgelopen half jaar 38,5 miljoen mobiele telefoons. Ook India is volgens Kallasvuo een interessante groeimarkt, omdat daar nog maar 24 procent van de inwoners mobiel belt. „Maar in India wonen wel 280 miljoen analfabeten”, zegt Jan Chipchase. „Hoe kun je die leren omgaan met een telefoon?” Dat vraagt specifieke aanpassingen als het gaat om de bediening, de menustructuur en de gebruikte symbolen op het toestel, aldus de Nokia-onderzoeker.

In derdewereldlanden is met name de praktische toepassing van een mobiele telefoon belangrijk. Chipchase deed onderzoek naar de manier waarop de inwoners van een dorpje in Uganda hun telefoon opladen. „Ze hebben er geen elektriciteit, maar bellen toch mobiel. Een gezin doet ongeveer een maand met een tweedehands autoaccu. Als de accu leeg is, moet hij een paar dorpen verderop worden opgeladen en is er een dag of drie geen stroom in huis.”

In Uganda schiet je dus niets op met een energie vretende smartphone die met een groot scherm, wifi en gps-ontvanger is uitgerust. „Daar hebben de mensen het liefst een zuinige telefoon. Dus werken we aan een gsm waarvan je de kleuren kunt uitschakelen. Een zwart-witscherm verbruikt immers minder stroom.”

Hoewel telefoons steeds slimmer en krachtiger worden, is bij het ontwerpen van een nieuwe gsm de technologische vooruitgang niet het belangrijkste. „Het gaat al lang niet meer om telefoons met meer megabits of meer megapixels”, zegt Chipchase. „Het gaat erom of de telefoon iets relevants toe te voegen heeft aan je leven.”

In een onderzoek naar urbane gebieden reisde Chipchase’s team naar grote steden als Mumbai (India), Rio de Janeiro (Brazilië) en Accra (Ghana), om het gebruik van mobieltjes bij de bevolking te bestuderen.

Op die plaatsen kan een mobiele telefoon het leven van de beller ingrijpend veranderen, aldus Chipchase: „Een gsm geeft de mensen ongekende mogelijkheden. Iemand die een sloppenwijk woont, heeft vaak geen officieel adres, de straten hebben er niet eens namen. Maar met een mobieltje en een telefoonnummer ben je opeens bereikbaar. Dat is een randvoorwaarde als je een eigen bedrijfje wilt beginnen.” Daarnaast kan de telefoon als mobiel betaalmiddel gebruikt worden. „Zo heb je ook geen bank meer nodig als beginnend ondernemer.”

Van de 6,6 miljard mensen op de wereld gebruiken er inmiddels 3,3 miljard een gsm. Eén ding hebben alle bellers met elkaar gemeen, zegt Chipchase. „Waar je ook komt: als je iemand vraagt welke drie dingen hij of zij altijd bij zich heeft, dan luidt het antwoord steevast: geld, sleutels en een telefoon.”

Hij mijmert: „Geld en sleutels zijn praktische zaken. Maar een telefoon heeft iets magisch, daarmee kun je tijd en afstand overbruggen. Het is het apparaat waarmee je gesprekken met je dierbaren voert. Dat zijn toch de meest intieme momenten uit je leven?”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Nokia

In het bericht Nieuwe Nokia N96 met Nederlandse trekjes (11 augustus, pagina 9) wordt gsm-ontwerper David Dhondt genoemd. Hij heet Daniël Dhondt .

    • Marc Hijink