Maximo Park brengt Paradiso aan dansen

Rock: Maximo Park. Gehoord: 10/8 Paradiso, Amsterdam.Inl.: www.maximopark.com

Lowlands doet Maximo Park dit jaar niet aan, hoewel de Engelse indierockband beslist de kwaliteiten heeft om een volle festivaltent in beweging te krijgen.

Tussen hun tweede album Our Earthly Pleasures uit 2007 en een nieuwe cd die pas in april volgend jaar zal verschijnen, spelen ze een aantal shows om niet roestig te worden en om nieuw materiaal te testen. De groepsnaam, geënt op de ontmoetingsplaats van Cubaanse revolutionairen in Havana, doet engagement vermoeden. In werkelijkheid is de groep van zanger Paul Smith vooral gespecialiseerd in vrolijk entertainment, met springerige songs die geen hoogdravende boodschap uitdragen.

Op het podium is Smith met zijn onafscheidelijke bolhoed innemend, hij wil zowel acteur als marktkoopman als acrobaat als troubadour zijn.

Dat deed hij met verve, in een uitverkocht Paradiso dat gisteren al meteen bij het pittige openingsnummer Girls who play guitars in beweging kwam.

Maximo Park is een band die aanstekelijk spelplezier uitstraalt, met uitzondering van de stoïcijnse bassist Archis Tiku die zich somber concentreerde op de juiste noten op de juiste plaats.

Een handvol nummers van de cd die nog opgenomen moet worden, wekt de indruk dat Maximo Park een rustiger richting zal inslaan. Het ingetogen Tanned was atypisch tussen de opzwepende staccato rocksongs, waarbij het debuutalbum A Certain Trigger de grootste publieksfavorieten heeft opgeleverd. Our velocity en Limassol werden met veel vrolijk gewoel voor het podium ontvangen. Toen zich tijdens de indie-rockklassieker Apply some pressure enkele dansers op het podium meldden, werden ze zonder pardon door roadies van het podium geduwd.

Slechts een enkele keer toonde Smith behalve lollig showmanschap ook een beetje diepgang. In het nummer By the monument liet hij de woorden „No more late night calls / Where teardrops fall” gepaard gaan met de getergde blik van een zanger die zijn tekst met gevoel acteerde.

Verder was er vooral veel lekkere niets-aan-de-handmuziek, door een groep die eerder de uitstraling van opgeruimde straatmuzikanten heeft dan van gevaarlijke rockers.

Maar de nieuwe Rolling Stones zijn ze niet en zelfs vergeleken bij een band als Oasis zijn het vriendelijke koorknapen, die braaf hadden geleerd in het Nederlands „dank je wel, Amsterdam” te zeggen.