In Westwoud sterft de gezelligheid

Bestaat er zoiets als ‘typisch Nederlands’? Als eerste deel van een zoektocht naar de Nederlandse identiteit: de Hollandse gezelligheid. „Dit was ooit een hartstikke leuk dorp.”

Een seniorenvereniging is een dorpswinkel begonnen in Westwoud om de gezelligheid terug te brengen in het dorp. Alle andere winkels waren er verdwenen. Foto Bram Budel De dorpswinkel van Westwoud in het seniorencentrum van het dorp, vrijwilligers die werken in de winkel drinken een kopje thee. Voor serie over de nederlandse identiteit. FOTO: BRAM BUDEL Bram Budel

Om tien uur gaat de dorpswinkel in Westwoud open. Om twaalf uur is het middagpauze en gaan de deuren dicht. Er zijn twee klanten geweest.

Druk wordt het nooit, ook niet als ’s middags om drie uur de winkel weer opengaat. Eens in de week komt een leverancier verse zuivelproducten brengen. Het is niet rendabel hem vaker te laten komen. Winkelbediendes stappen daarom in de auto naar de supermarkt in Hoogkarspel. Ze kopen daar tien pakken verse melk. Om door te verkopen in Westwoud.

Zeven bakkers, twee kruideniers, de slager, de huisarts: ze zijn de laatste jaren allemaal vertrokken uit het dorpje. Westwoud ligt tussen Hoorn en Enkhuizen.

Vroeger waren er cafés, daar zag men elkaar. Zoals De Zeven Groene Bomen, populair toen Westwoud nog een station had. En café Halfweg, gesloten wegens gebrek aan klandizie. Alleen de café’s De Lindenboom en dorpshuis De Schalm zijn wisselend geopend. De laatst overgebleven winkel, een SRV-wagen, is ermee gestopt. Winkeliers Siem en Riet Hoogland zijn met pensioen gegaan. „Dit was ooit een hartstikke leuk dorp met winkeltjes”, zegt Kees Ooteman (55), de uitbater van De Schalm. „Er is weinig meer van over.”

Het ons kent ons, een praatje bij de bakker, het verenigingsleven, het naar elkaar omzien, weggaan zonder de deur op slot te hoeven doen, het avondje klaverjassen. Dat alles wordt steeds meer verleden tijd. De gezelligheid verdwijnt, zeggen de inwoners.

Is dat erg? De ouderen vinden van wel, en zijn met hun dorpswinkel een offensief begonnen. Maar jonge mensen komen er nauwelijks. Die gaan liever naar de supermarkt in de grote stad. Ze hebben hun eigen leven, vaak buiten Westwoud. Klaverjassen? Praatje bij de bakker? Het is aan hen niet besteed. Joop Brouwer (66), bezoeker van dorpshuis De Schalm: „Het zou mij niet verbazen als we op een dag Hoorn, Enkhuizen en Medemblik overhouden. De rest verdwijnt gewoon.”

Westwoud is er tegenwoordig alleen nog maar om te wonen, niet om te werken. Dat begon volgens Brouwer met „het forenzengedoe. Vroeger werkte hier iedereen op het veld.” Later, in de jaren 50, kwamen de bussen die de arbeiders naar de Hoogovens, Duyvis- en de Verkade-fabriek brachten. Toen de welvaart groeide, kregen de arbeiders een auto en verdween het station. Het aantal personen dat dagelijks de regio verlaat is in ongeveer 10 jaar toegenomen van ruim 24.000 naar ruim 34.000 personen, meer dan 1/3 van de werkzame beroepsbevolking, aldus de Staat van de regio West- Friesland, een rapport van I&O Research, opgesteld in opdracht van de provincie.

Daniëlle Hogerwerf (37) is zo’n forens. Ze ging juist voor de rust wonen in Westwoud, vorig jaar mei. Vooral voor de kinderen, zegt ze. Ze heeft met haar partner een tweeling van ruim anderhalf. Hogerwerf komt uit Amsterdam. De stad mist ze soms nog wel, maar haar vrienden wonen ook door „het hele land” dus daarvoor hoefde ze ook niet perse in Amsterdam te blijven. „Ik kijk hier uit op een weide met koeien en schapen, waar vind je dat nog?” Een buurtsuper zou misschien handig zijn, zegt ze. „Maar dan eerder voor het gemak dan voor de gezelligheid. Binnen tien minuten zitten we in Hoorn.”

Westwoud telt 1.310 inwoners, maar is toch een stad. In 1414 kreeg het stadsrechten. Het stadhuis in de Raadhuisstraat staat leeg. Het werd overbodig bij de laatste gemeentelijke herindeling. „De dancing voor jongeren gaat ook al weg. Er werd gedanst op zondag, dertig jaar geleden. Het hele laantje stond vol geparkeerde auto’s. Dat is niet meer. Alleen het biljart blijft open”, zegt Siemen Swart (66). Hij is penningmeester van stichting Seniores Priores, de lokale ouderenvereniging die de dorpswinkel probeert te redden.

De vereniging kwam in het geweer toen de SRV-wagen stopte. In het oude gebouw van de bibliotheek (ook verdwenen) begon ze een dorpswinkel. Gesubsidieerd door de provincie en gerund door honderd vrijwilligers, zonder winstoogmerk. Als er een winkel is, blijft de gezelligheid behouden, is het idee. Noord-Holland subsidieert drie soortgelijke projecten in dorpen als Westwoud.

De kerk is nog maar eens per maand open. Bij de achteruitgang ligt een parkeerplaats. Gras groeit tussen de tegels. „Jonge mensen willen hun leven op hun manier inrichten. Een spontaan praatje of lid worden van een vereniging past daar niet meer bij”, zegt de kosteres van de protestantse kerk, Aafke de Vries (56). Er was een jeugdclub, maar die is twee jaar geleden opgeheven. Jonge mensen houden steeds minder van activiteiten in groepsverband, zegt De Vries. „Ze gaan liever alleen naar de sportschool.” Het aantal ouderen zal de komende jaren relatief nog sterk stijgen in West Friesland, voorspelt I&O Research.

Is de Hollandse gezelligheid helemaal aan het verdwijnen? Nee, zegt Kees Ooteman. „Freek de Jonge komt nog wel eens optreden in het dorpshuis. Ik ken hem toevallig.” Er is nog een toneelvereniging en ook de voetbalclub is populair. „De gezelligheid is er nog, dat past bij Nederland.”

Maar op een doordeweekse dag in Westwoud is het stil, zeg maar gerust uitgestorven.

    • Jaus Müller