Ferschtman laat kamermuziek zingen in Delft

Klassiek Delft Chamber Music Festival. Gehoord: 10/8 Delft. Liza Ferschtman in Robecoserie: 13/8 Concertgebouw, Amsterdam.

Het is de zomer van violiste Liza Ferschtman. Gisteren besloot zij een artistiek zeer geslaagde en drukbezochte aflevering van haar Delft Chamber Music Festival. Achttien concerten in tien dagen hadden ‘zingen’ als thema: zowel in vocale als in lyrische instrumentale muziek. Donderdag speelt Ferschtman in de serie Zomerconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw het vierde en laatste concert in een aan haar gewijd minifestival.

In Amsterdam klinken, met hulp van Ferschtmans Delftse festivalvrienden, het Pianokwintet van Franck en het Eerste strijksextet van Brahms. Dat laatste stuk was gisteren ook het slot van het Delftse Festival, dat een topdag beleefde.

Het middagconcert opende met het geestige operaatje A hand of Bridge van Samuel Barber: in nog geen tien minuten leggen vier kaartspelers hun kaarten én hun gevoelens op tafel. De zangers zaten op het podium ook aan een bridgetafel, naast de vleugel van de begeleidende Enrico Pace.

Sopraan Lenneke Ruiten had de emotioneel opvallendste rol met haar zelfverwijten over haar stervende moeder. Even later zong Ruiten even prominent en gevoelig in het Stabat Mater voor sopraan en strijkkwintet van Boccherini.

Het was een verheffende en vervoerende uitvoering met een ideale eenheid tussen het vocale aandeel van Ruiten en het instrumentale aandeel van het Londense Belcea Kwartet, versterkt met de voortreffelijke jonge cellist Sebastian Klinger. In München is hij de rechterhand van Mariss Jansons bij het Orkest van de Beierse Omroep.

Het Belcea Kwartet gaf ook een superieure uitvoering van het Vijfde strijkkwartet van Bartók, in wiens werk het kwartet nu de absolute top is. Geconcentreerd, krachtig, dringend en intens klonken het eerste en het laatste deel. Het indrukwekkendst was het Adagio molto: de spaarzame, vaak nauwelijks hoorbare pianissimo-noten hadden een ongekende spanning. Die zorgde er ook voor dat het hele stuk voorbijging zonder ook maar één kuchje van het publiek.

De zondagavond was gewijd aan Schumann – de Canonische etudes in Debussy’s versie voor twee piano’ s met Jonathan Biss en Enrico Pace – en aan Schumanns vriend Brahms. De Liebeslieder Walzer – het licht- schalkse vocale antwoord van Brahms op de walsen van Johann Strauss – klonken bij Lenneke Ruiten, Rachel Frenkel, Robin Tritschler en André Morsch wel erg keurig, dat had best wat Wienerischer gemogen.

Brahms’ Strijksextet kreeg door een ad-hocformatie van festivalmusici onder leiding van Liza Ferschtman een gedreven en warm klinkende uitvoering, waarin risico’s niet werden gemeden.

Het festivalthema werd hier bij uitstek gepresenteerd door Sebastian Klinger, met zijn zingende cello.

    • Kasper Jansen