Een sportbobo uit Brabant, autoritair maar aimabel

Hij was een astmatische scholier in Helmond. Hij werd een internationale sportbestuurder met daadkracht. Hein Verbruggen is „attent met voorbedachten rade”.

Zelf noemt Hein Verbruggen zich een „strateeg” en „pragmaticus”. Foto Bas Czerwinski 07-08-08, Beijing, China. Hein Verbruggen. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Het roodverbrande lijf van Hein Verbruggen rende een paar dagen vóór de openingsceremonie van de Olympische Spelen welgeteld dertig meter richting het Rode Plein. Met de olympische fakkel in zijn hand.

„Een unieke ervaring”, zegt de Nederlandse voorzitter van de IOC-coördinatiecommissie ‘Peking 2008’. Hij nam de fakkel over van dé Chinese volksheld, basketbalreus Yao Ming. Voor de 67-jarige sportbestuurder stellen de dertig meter sportief gezien weinig voor. „Ook al heb ik last van mijn knie, en kan ik dus even geen lange afstanden lopen, ik trek nu elke dag baantjes in het zwembad”, pareert Verbruggen de veelgehoorde kritiek dat hij als sportbobo een sportachtergrond zou missen.

In zijn jonge jaren wilde de Brabander profwielrenner worden. Maar zijn moeder vond dat te gevaarlijk. Bovendien moest hij eerst zijn school afmaken. Later zei hij hierover, dat „de idioterie” van het wielrennen misschien wel compensatie is geweest. Verbruggen was dertig jaar wielerbestuurder, waarvan bijna vijftien als hoogste internationale baas. In plaats van fietser werd hij op latere leeftijd fanatiek hardloper. Hij liep als vijftiger twee marathons – die van New York en Amsterdam – beide in ongeveer vier uur.

Sinds 2001 is hij ook voorzitter van de coördinatiecommissie van het IOC en daarmee de buitenlander met de meeste, directe invloed in China. Tijdens de openingsceremonie van de Olympisch Spelen afgelopen vrijdag zat hij in het ‘Vogelnest’ te midden van hoogwaardigheidsbekleders. „Naast Havelange (oud-voorzitter wereldvoetbalbond FIFA, red.) en de Chinese leiders”, klinkt het trots.

Een arbeiderszoon uit Helmond tussen de groten der aarde. Hoe is hij in de vaart der volkeren opgestoten? Wie schuilt er achter deze machtige, maar controversiële bestuurder? Zelf noemt Hein Verbruggen zich een „strateeg” en „pragmaticus”. Anderen vinden hem „aimabel”, maar ook „rücksichtslos”. Zijn twaalf jaar jongere broer Wil: „Ik heb hem als jongetje al horen zeggen dat hij minister van Sport wilde worden. Maar hij wist ook dat hij geen politicus was. Hij is niet diplomatiek, kan geen compromissen sluiten. Hij reageert soms fel, emotioneel. Dat zit in de familie.” Zo werd hij dit voorjaar tijdens een uitzending van Pauw & Witteman nog boos op zijn interviewers toen zij hem confronteerden met de schending van de mensenrechten in China.

Mensenrechten, smog, Tibet, commercialisering. Verbruggen wuifde de kritiek op de Spelen bij voorbaat weg. Zo noemde hij de kritiek op de Chinese mensenrechten van zwemcoach Jacco Verhaeren „popi-jopie-gedrag van zomaar een zwemtrainer”. Later ontkende hij deze woorden te hebben gebruikt. Maar de toon was gezet.

Eerder beschuldigde hij Amnesty International van stemmingmakerij. Tegenover deze krant: „In Nederland is het een doodzonde kritiek op Amnesty te hebben. Amnesty suggereert dat het IOC medeplichtig is aan de mensenrechtenschendingen in China. Weet je wat het is: zonder mensenrechtenschendingen zijn ze out of business. Dus maken ze de lijst van verkeerde landen zo groot mogelijk. Hoe kan je anders Zwitserland op een zwarte lijst zetten? Ja, in China is nog veel te verbeteren. En dat gaat ze lukken – dankzij en niet ondanks de Spelen.”

De topbestuurder van nu was toen hij jong was „best een zorgenkindje”, zegt zus Els. „Hein was vroeger vaak ziek, tot zijn twaalfde was hij astmatisch. Elke logeerpartij was een fiasco.” Ondanks zijn astma ging hij met zijn vader vaak bij wielerkoersen kijken bij Helmond, waar hij is geboren en getogen. Was de Italiaanse campionissimo Fausto Coppi in Den Bosch? Dan gingen ze ernaartoe.

De jonge Hein was geen voorbeeldige leerling. Toen hij twee keer was blijven zitten, werd hij van de plaatselijke katholieke hbs gestuurd. Daarop ging hij naar de rijks hbs, waar het wel goed ging. Hij werd voorzitter van de leerlingenraad, de toneelclub en hij was Sinterklaas. Els: „Toen had hij dat al: flair, een vlotte babbel en handelsgeest. En: heel erg aanwezig. Zeg maar gerust autoritair.”

Maar zijn eindexamen haalde hij toen niet. Verbruggen stopte met school. Hij wilde naar de Zeevaartschool en besloot bij de kustvaart ervaring op te doen. Een paar maanden voer hij rond als ketelbinkie. Tot hij in Kiel van boord stapte en liftend terugkeerde naar Helmond om alsnog eindexamen te doen. Maar hij zakte. Uiteindelijk deed hij negen jaar over de hbs. „In die tijd liftte hij vaak alleen”, vertelt zus Els. „Dan kregen we een telefoontje uit Zweden, Denemarken of Noorwegen. Hij was toen al een avonturier.” Met flair, want hij nam overal meisjes mee vandaan. Hij had penvriendinnen over de hele wereld. „Ze deden niets”, weet ze. „Puur platonisch.”

Hij trok in die tijd veel op met Ad Beks, die hij kende van de hbs uit Helmond en met wie hij nog steeds contact heeft. Ze gingen op een scooter naar Italië. En ze reisden af naar Denemarken. Beks: „Maar waar we ook waren, op zondag ging Hein vroeg de tent uit om een kerk te bezoeken.” Katholiek en frequent kerkbezoeker is Verbruggen gebleven.

Na de hbs overwoog hij sociale wetenschappen te studeren, maar kreeg daar geen beurs voor, en zette vervolgens zijn zinnen op Nyenrode. „Toen wist hij wat hij wilde. En als Hein iets in zijn hoofd heeft, zit het niet in zijn kont, zeggen we in Brabant”, vertelt broer Wil die net als zijn zus in Helmond is blijven wonen. Door zijn magere schoolresultaten voorzag hij problemen bij het verkrijgen van een beurs voor Nyenrode. Hij stuurde een brief aan Frans-Jozef van Thiel, de toenmalige voorzitter van de Tweede Kamer en bestuurslid van Nyenrode. En ook belangrijk: Helmonder. Van Thiel deed een goed woordje voor hem.

Na Nyenrode ging Verbruggen in de jaren zestig in België wonen en werken. Hij zou er jarenlang blijven, totdat hij ruim tien jaar geleden naar Lausanne verhuisde. Toen hij bij Mars ging werken, kwam de wielersport weer in zijn leven. De snoepfabrikant besloot een profteam te sponsoren en Verbruggen werd verantwoordelijk voor het budget van de Mars-Flandria-ploeg waar de latere Tourwinnaar Joop Zoetemelk zich voor het eerst in de kijker reed.

Collega-renner Eddy Beugels adviseerde Hein Verbruggen zitting te nemen in de profsectie van de nationale wielrenunie KNWU en sindsdien is hij opgeklommen in het bestuursleven van de wielersport, eerst nationaal, later internationaal bij de profsectie FCIP en de overkoepelende UCI. In 1975 vertrok hij bij Mars en ging hij aan de slag als marketingadviseur en vervolgens als zelfstandig foodbroker waarbij hij leiding gaf aan een verkoopafdeling die op commissiebasis actief was in de voedingsmiddelenindustrie.

Mijn overtuiging is dat hij altijd heeft geweten wat hij wil, herinnert voormalig wielerbestuurder Rob Hessing zich. De ex-politiecommissaris van Rotterdam en oud-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken voor de LPF: „Hein is een doelgericht mens. Hij wist al heel vroeg dat hij naar de top van de UCI wilde. Hij is aimabel, toonde daadkracht en hij is een geweldig netwerker. Hij heeft een tot in de finesses doorgevoerd telefoonmanagement. De hele dag zat hij te bellen, of werd hij gebeld.”

Verbruggen belt, belt en belt. Zo is hij deze weken in Peking op elk tijdstip telefonisch benaderbaar. Dat aspect noemen alle geïnterviewden. Zijn zoons Martijn (35) en Rogier (32), beiden werkzaam als accountmanagers bij telecombedrijven en woonachtig in België, belt hij iedere dag. „Zijn bemoeienis met zijn zoons is uit bezorgdheid, soms was het op het randje”, zegt zijn zus Els, die haar oudere broer naast autoritair ook dominant noemt. „De verjaardagen van alle secretaresses staan in zijn agenda. Hij is heel attent, maar met voorbedachten rade. Hij krijgt er wat voor terug”.

Jongere broer Wil: „Hein is slim. Hij zal altijd zeggen wat hij vindt. Hij heeft ook veel gereisd. Als ik op vakantie ga, dan vertelt hij mij wat ik moet zien. Dat kan bemoeiziek overkomen. Hein heeft altijd geïnvesteerd in mensen, zo noemt hij het.” Zo maakt Hein Verbruggen ook deel uit van talloze ‘clubjes’. Hij onderhoudt oude vriendenclubs en is bijvoorbeeld nog steeds erelid van de Helmondse carnavalsvereniging Keiebijters.

Met zijn dominante houding, kennis en netwerk werd Hein Verbruggen in 1991 voorzitter van de UCI, een positie die hij tot 2005 zou bekleden. „De wielersport is een frituur die een restaurant moet worden”, luidde zijn eerste boodschap. Hij pleitte voor mondialisering. Wie de uitslagen anno 2008 bekijkt, moet hem achteraf gelijk geven. Er bevinden zich nu renners uit alle windstreken in het peloton. Hij introduceerde een wereldbekerklassement waarin de beste allrounders de meeste punten en het meeste geld kunnen verdienen. Met minder combines en minder omkopingen als gevolg. Hij organiseerde in 1995 een vlekkeloos verlopen WK in het te gevaarlijk geachte Colombia. Zijn benoeming tot IOC-lid in 1996 was een logisch vervolg.

Maar Verbruggen overspeelde als bijna gepensioneerde wielerbestuurder zijn hand met de introductie van de ProTour, een nieuwe competitie-opzet waarbij de beste renners in de belangrijkste koersen van start mogen en zelfs moeten gaan. Hij liep volgens bijna alle ondervraagden te hard van stapel, wilde de ProTour er nog voor zijn geplande afscheid in 2005 doordrukken. En belangrijker: hij onderschatte de belangen van de Fransen die de organisatie van de Tour – verreweg de belangrijkste wedstrijd van de wielerkalender – in eigen hand wilden en willen houden. Met als gevolg: een tot op heden tot op het bot verdeelde wielersport. Stakingen, boycots en persoonlijke vetes zijn aan de orde van de dag.

Oud-Tourdirecteur Jean-Marie Leblanc: „Ik heb me al heel snel uitgesproken tegen een gesloten systeem dat Verbruggen voorstelde, toch hebben we er nooit strijd over gevoerd. Maar tussen Verbruggen en Patrice Clerc (voorzitter van de Tourorganisator ASO, red.) was er een animositeit die zich heeft getransformeerd in haat. Verbruggen heeft niet naar anderen geluisterd. Noch naar de federaties, noch naar mij, noch naar het IOC. Hij zat in zijn trip.”

Theo de Rooy, oud-manager van de Raboploeg, was aanvankelijk voorstander van de ProTour. „Het briljante idee is helaas uitgedraaid op een politiek machtsspel. Het systeem is maffiose trekjes gaan vertonen. Het is de ene mortieraanval na de andere, per e-mail van Frankrijk naar Zwitserland en vice versa. Potsierlijk.”

Een andere vete vecht Verbruggen uit met WADA, het mondiale antidopingbureau dat hij in 1999 heeft helpen oprichten. Canadees IOC-lid en voormalig WADA-voorzitter Dick Pound vertelt vanuit Peking over zijn collega-bestuurder: „Ik begrijp niet goed waarom Verbruggen zo boos op me is. Ik heb niet meer gedaan dan de misstanden over doping in de wielersport aan de kaak stellen. Ik vond het zijn taak schoon schip te maken. Hij was als UCI-voorzitter verantwoordelijk, dan heb je wat uit te leggen.”

Verbruggen verklaart zich desgevraagd nader: „WADA is net als Amnesty. Ze zetten steeds nieuwe producten op de dopinglijst omdat ze anders out of business zijn. Ze maken alle atleten bij voorbaat verdacht door steeds meer producten te verbieden. Renners moeten hun onschuld bewijzen in plaats van andersom. Schandelijk. Ik sleep meneer Pound voor de rechter. Hij heeft een sfeer gecreëerd waarin mensen niet meer geloven in de puurheid van een sportprestatie. Ik ageer daar tegen.”

Lon Schattenberg, gepensioneerd arts te Geleen, was bijna dertig jaar Verbruggens rechterhand als medicus van de KNWU en later de UCI. Hij bevestigt dat Verbruggen dopinggebruik in de pers vaak heeft gebagatelliseerd – zo zei Verbruggen ooit: „epo is voodoo” – maar benadrukt dat ze samen „gevreesd hebben dat er doden vielen” toen dit medicijn voor nierpatiënten gemeengoed werd in het profpeloton. Het eiwithormoon epo verdikt het bloed en kan bij veelvuldig gebruik tijdens zware inspanningen levensgevaarlijk zijn.

Schattenberg: „Door te ontkennen dat epo prestatiebevorderend is, probeerde Hein de renners van het spul af te houden. Natuurlijk wist hij beter. Sterker nog: niemand heeft zo veel tegen doping gedaan als hij. Niemand heeft zo veel controles uitgevoerd. En niemand heeft zo veel geld in dopingonderzoek gestoken als de UCI. Hoe meer controles, hoe meer positieven. Dat is de tragiek van het verhaal.”