Een onderwaterwereld van vele klanken

De Amerikaanse band Yeasayer gebruikt veel software voor hun muziek.

Het viertal staat zondag met zijn verleidelijke melodieën op Lowlands.

Ooit was er de rondreizende bard die gitaar en mondharmonica speelde, en ondertussen met zijn voet het ritme stampte. De muzikanten van de band Yeasayer zijn de moderne versie van deze oude minstrelen. Tijdens optredens staan zij met al hun bewegende lichaamsdelen in contact met een elektronische klankbron. De zwartharige Anand Wilder bijvoorbeeld beroert tegelijk gitaar en keyboard, terwijl hij, net als de drummer en bassist, met beide voeten toetst op pedalen die samples in werking zetten.

Tijdens een recent optreden in de Melkweg, Amsterdam vindt alleen zanger Chris Keating tijd voor spontaniteit. Met maniakale blik en hoekige bewegingen schuift hij tussen zijn muzikanten door en valt dan plotseling voorover op zijn knieën – om in één sprong weer op zijn voeten te staan en de keyboards naast hem te raken. Want Keating mag dan dansen als Ian Curtis, de muziekvorm van zijn band vereist discipline. Zoals te horen is op hun debuut-cd All Hour Cymbals, creëren de vier muzikanten, allen rond de dertig, met hun vele geluidsbronnen een onderwaterwereld van klank. Yeasayers popmuziek zweeft van Indiase percussie naar Arabische slangenbezweerders, er zijn huilende walvissen en veraf klinkende kinderstemmen, en ritmes die deinen als waterplanten.

Opvallend is de terloopse manier waarop de klanken langs spoelen, maar toch samenklonteren tot een verleidelijke melodie. De verbinding tussen al deze muzikale oriëntaties is de samenzang van de bandleden. In ieder nummer ontvouwen de harmonieuze mannenstemmen zich als een waaier. Ze zijn niet alleen een baken in de klankstroom, maar geven ook een hippie-achtige indruk van verbroedering.

Voor aanvang van hun concert in de Melkweg vertellen gitarist/keyboardspeler/effectenmaker Anand Wilder en drummer Luke Fasano over de samenwerking van de vier muzikanten. Yeasayer, dat werd opgericht door de schoolvrienden Wilder en Chris Keating, in Brooklyn, New York, opereert als een collectief. „We schrijven allemaal nummers, en die worden vervolgens door de hele band onder handen genomen. We overleggen, ruziën en spelen tot ze hun definitieve vorm hebben”, zegt Wilder. Fasano: „We geven elkaar tevoren alleen een omschrijving zoals: ‘Het moet klinken als een Marokkaanse tiener die Black Sabbath nadoet’.” Wilder: „En dan wordt het uiteindelijk toch heel anders.”

Is in de liedjes uiteindelijk nog de oorspronkelijke auteur te herkennen? Wilder lacht besmuikt: „De softe nummers zijn doorgaans van mij. Mijn liedjes zijn sixtiesachtig, in de richting van Simon & Garfunkel. De coole dancenummers zijn van Chris.” Wilders nummer Waiting for the Summer combineert Indiase sitar met een onbekommerd gezongen ‘lalala’. Het bekendste nummer van de cd, 2080, is een bezwerende ode aan de toekomst, geschreven door Keating.

Yeasayer maakt geen toegankelijke muziek, maar heeft inmiddels een eigen publiek gevonden. De groep treedt deze zomer op veel festivals op, zoals onder andere Lowlands. Het vele reizen per vliegtuig vergt enige organisatie, zegt Fasano. „We hebben voor onze concerten zo veel apparatuur nodig dat we het niet meer kunnen meenemen in het vliegtuig. Die huurt onze tourmanager ter plaatse, voor ieder optreden.” Wilder: „Als we reizen, ben ik behangen met mijn gitaren, keyboards, een synthesizer en mijn effectpedalen.”

Wilder en Fasano hebben allebei een laptop op schoot. Zoals ze hier zitten, op de bank achter het kleine scherm, zo werkten de vier bandleden ook aan hun debuut-cd. Want er is de laatste jaren een nieuwe manier van popmuziek maken ontstaan: in de computer. Dat de computer bepalend is voor genres als house of techno, is bekend, maar ook voor rock- en popbands is de computer inmiddels een hulpmiddel. Zo namen de leden van Yeasayer hun live-instrumenten op in de studio, en bewerkten ze daarna in de computer. „We zaten vijf dagen in de studio; de nabewerking duurde ruim vier maanden.”

Drummer Luke Fasano klapt zijn laptop open en wijst naar de grafische weergave van een van hun nummers: een stel kriebelige lijnen die fluctueren langs genummerde tijdassen. Met de cursor kan Fasano naar believen met fragmenten schuiven of de klank manipuleren: versnellen, vertragen, verhogen en voorzien van effecten als echo of gruizigheid. „Uren waren we bezig met de snaredrum, om hem te laten klinken als ‘whooshh’.” Fasano imiteert het geluid van een leeglopende fietsband. „En uren aan de klank van de aanslag van een pianotoets.”

Het manipuleren van geluid kan ook met apparaten, zoals vroeger gebruikelijk was, maar Yeasayer verkiest de software-aanpak. „Er zijn twee stromingen”, zegt Fasano. „Je hebt mensen die een beter resultaat toeschrijven aan kastjes, en mensen die de softwareversie beter vinden. De technicus met wie we aan het eind van het opnameproces werkten, zwoer bij effectkastjes in plaats van software. Hij was kwaad dat we het in de computer hadden gedaan. Hij wilde dat we alles opnieuw deden.”

Kun je het verschil horen? „Soms. Maar het verschil zit hem vooral in de rijkdom aan mogelijkheden die ‘in de computer werken’ geeft”, zegt Wilder. „Met digitale hulpmiddelen kun je nauwkeurig knippen en plakken. Als je een bepaald effect wil gebruiken, kun je heel precies doseren hoelang en waar.”

Fasano: „Dat betekent dat onze muziek voor een groot deel op een visuele manier ontstaat. Vroeger werkte je met tape en deed je alles op het gehoor. Door die visuele relatie met je muziek hoor je het soms niet goed omdat je steeds naar het scherm zit te kijken.”

Wilder: „Je moet voor het beste resultaat dus steeds schakelen tussen kijken en luisteren.”

Zanger Chris Keating en bassist Ira Wolf Tuton komen binnen met hun avondeten: noedelsoep en sla. Terwijl ze eten, praten we over de nu bloeiende ‘Brooklyn scene’, waartoe bands worden gerekend als MGMT, TV On The Radio, Celebration en Dirty Projectors. Deze groepen putten uit verschillende muzikale bronnen, maar hebben een intense en dwarse manier van spelen gemeen.

Yeasayer hoort daar niet bij, zegt bassist Ira Wolf Tuton. „We komen wel uit Brooklyn, maar niet uit de Brooklyn-scene.” Tuton, met brede snor en zijn haar in twee staartjes, haalt zijn schouders op. „We vallen er buiten. Wij zijn te maf voor de mainstream.”

Keating: „En te mainstream voor de mafketels.”

Yeasayer speelt op Lowlands: zondag 16.40 uur. De cd All Hour Cymbals is verschenen bij Konkurrent.