De gemoedelijke koning van de soul

Isaac Hayes maakte naam als schrijver van liedjes als ‘Soul Man’. Als zanger zette hij zijn zwoele geluid in voor symfonische songs.

Isaac Hayes in 1971 Foto Corbis ca. 1971 --- Isaac Hayes --- Image by © Joel Brodsky/Corbis Brodsky, Joel

Met zijn kale schedel, nauwelijks grijze baard en imposante gestalte bleef Isaac Hayes eeuwig de soulster uit de jaren zeventig, onbestemd van leeftijd. Maar gisteren bleek ook zijn leven eindig. Hayes (65) werd dood gevonden naast een fitnessapparaat in zijn huis in Memphis.

Tot het laatst speelde Hayes met verve de rol van goedmoedige soulkoning. Ging hij in de jaren zeventig gehuld in zebracapes en Mozesjurken, vijf jaar geleden droeg hij bij zijn laatste Nederlandse optreden het witte gewaad van de Ghanese koning Katey Ocansey I – een titel die hij een paar jaar daarvoor had verworven.

Begin jaren zestig kon Hayes niet weten dat hij nog eens als koning zou eindigen. Hij werkte in een vleesfabriek in Memphis en schnabbelde als toetsenist voor het toen nog niet beroemde soullabel Stax/Volt. Bij toeval ontmoette hij verzekeringsagent David Porter, die hem een polis probeerde te verkopen. De polis kocht Hayes niet, maar met Porter werd hij wel de succesrijkste songwriter van Stax/Volt . Ze schreven zo’n tweehonderd liedjes, waaronder klassiekers als Soul Man en When Something Is Wrong With My Babyvan Sam & Dave.

Songs schrijven kostte Hayes en Porter weinig moeite. „Als Sam & Dave ’s avonds naar de studio kwamen, gingen David Porter en ik ’s middags bij elkaar zitten om wat nummers te schrijven”, zei Hayes hierover tegen deze krant. „De volgende dag was de plaat klaar.”

Vervolg: Hayes: pagina 6

Zwoele stem, zebra-capes en veel violen

Hayes

Vervolg van pagina 1

Alles kon aanleiding zijn voor een liedje van tweeënhalve minuut. Beroemd is het verhaal over een hit van Sam & Dave. David Porter zat op de wc, een ongeduldige Isaac Hayes riep dat het nu echt tijd was om te vertrekken en Porter antwoordde: ‘Hold on, I'm coming.’ Een hit was geboren.

Eind jaren zestig zorgde Isaac Hayes voor een revolutie in de soul. Hij veranderde van de koning van het korte liedje in de koning van het lange soulepos. Als beloning voor zijn vele liedjes mocht Hayes van de bazen van Stax/Volt zelf een plaat opnemen. „Ik ging de studio in met de gedachte dat het niets uitmaakte of de plaat een commercieel succes werd of niet”, zei Hayes hierover. „Wat ik wilde zeggen, kon onmogelijk binnen drie minuten worden uitgedrukt. Ik wilde al zo lang werken met veel violen, ik ben altijd een liefhebber van klassieke muziek geweest.” Het resultaat was Hot Buttered Soul uit 1969, een plaat met slechts vier lange nummers die de soul veranderde van van singlemuziek in elpeemuziek. Met zijn zwoele bas-bariton, die bijdroeg aan Hayes’ reputatie als seksbeest, zong hij zelf alle nummers, waaronder een wonderlijke, 18 minuten durende uitvoering van Jimmy Webbs lelieblanke country-hit By The Time I Get To Phoenix.

Hayes werd de meester van de overdaad, de Wagner van de soul. Voor zijn lang uitgesponnen muziek, die soms – zoals op het messianistische Black Moses (1971) – helemaal ‘over the top’ ging, liet Hayes een heel symfonieorkest naar de studio komen. Steeds als een nummer zijn climax lijkt te hebben bereikt, zet Hayes nog meer violen en blazers in, die de eenvoudige melodie weer een andere kleur geven. Het resultaat is een soort rijk georkestreerde minimal-soulmusic, die Hayes vaak gebruikte als ondergrond voor langdurige sonore raps; samen met James Brown is Hayes een voorloper van de rapmuziek.

Hot Buttered Soul werd, mede dank zij de lage stem van Hayes, een groot succes en betekende het begin van de rijk georkestreerde jaren-zeventigsoul van Curtis Mayfield, Marvin Gaye en bovenal Barry White, die Hayes’ muziek nagenoeg kopieerde. Zijn grootste succes behaalde Hayes twee jaar na Hot Buttered Soul met muziek voor de blaxploitation-film Shaft, waarvoor hij een Oscar kreeg die hij in gezelschap van zijn moeder in Hollywood in ontvangst nam. Ook in het maken van serieuze filmmuziek werd hij nagevolgd door Mayfield en Gaye.

Midden jaren zeventig was Hayes toe aan een volgende stap in carrière en begon hij zijn eigen platenlabel. Maar het disco tijdperk maakte Hayes van een pionier tot een trendvolger. Hij maakte een paar bleke discoplaten, en zijn label ging failliet. „De muziekindustrie wees me af”, zei Hayes over deze tijd.

In de jaren tachtig en negentig was Hayes vooral actief als acteur in tv-series als Miami Vice, The Fresh Prince of Bel Air en in films. Als veel Hollywood-acteurs werd hij lid van de Scientology kerk. Dat zorgde hij ervoor dat er ook aan zijn laatste succes een einde kwam. Hij leende zijn sonore stem aan Chef, een van de personages die de tekenfilmserie South Park tot een groot succes maakte. Maar toen hij vond dat deze subversieve cartoon de Scientology kerk belachelijk maakte, trok hij in 2006 zich terug en hield Chef op te bestaan.

Interview, recensies en clip van Hayes op nrc.nl/kunst

    • Bernard Hulsman