De beste op een dieet van haring en bonen

In Peking vinden de Olympische Spelen plaats.

nrc.next-redacteuren testen hun sporttalent. Kunnen ze – met wat training – meedoen aan de Spelen in 2012?

De Russische Natalia Zabolotnaya, met het hoofd van Carola Houtekamer. Foto AFP, bewerking fotodienst NRC Gold medalist Russia's Natalia Zabolotnaya competes in the women's 75 kg category during 2008 european weightlifting championships in Lignano Sabbiadoro on April 17, 2008. The competition runs until April 20. AFP PHOTO DAMIEN MEYER AFP

„Zo scheur je je liezen, doe dat maar niet met kilo’s.” Dit wordt niets. Ik ben nog niet eens begonnen met gewichtheffen, ik oefen met een houten stokje van vijfhonderd gram. Achter me staat Nederlands beste gewichtheffer Safak Ekici 130 kilo de lucht in te stoten. Hij grijnst erbij.

Bondstrainer Tom Bruijnen van de Nederlandse Olympische Gewichthefbond leunt op de stok die ik tot schouderhoogte heb opgetild. We zijn in het Universitair Sportcentrum in Amsterdam, Safaks trainingslocatie. Ik moet in één sprong onder de stok zien te komen met gestrekte armen. Want gewichtheffen gaat niet over stom sjorren aan een dood gewicht, vertelt Tom. De gewichtheffer moet de loodzware stang met beheersing en snelheid opgooien en daar op tijd onder springen. „De sport zit in hetzelfde rijtje als yoga”, vindt hij. Dat zie ik nog niet helemaal.

Nu is Safak ook groter (86 kilo), jonger (20) en breder („er zijn geen masseurs met voldoende handomvang”) dan ik (62 kilo, 28 jaar). Maar toch. Hij doet zijn warming-up door zestig kilo heen en weer te zwaaien, terwijl ik dat gewicht nog geen centimeter van de grond krijg. Safak kan 115 kilo trekken (het gewicht in één keer van de grond naar boven het hoofd) en 158 kilo stoten (met een tussenstapje bij de schouders).

In Peking doen dit jaar geen Nederlandse gewichtheffers mee. De sport is niet zo populair, er bestaat geen professioneel circuit, vertelt Tom. De gewichthefbond telt maar iets meer dan honderd actieve wedstrijdleden. Nederlanders, zegt de trainer, willen altijd onderhandelen, ook in sport. Maar met 120 kilo metaal kun je niet onderhandelen.

Bovendien heeft de gewichtheffer een slecht imago. „Nederlanders denken dat gewichtheffen iets is voor grote domme mannen. Dat is onjuist, want zo’n gewicht krijg je alleen met balans, lenigheid, coördinatie, en de juiste versnelling de lucht in.”

Met Safak gaat Tom proberen in 2012 tot de Spelen in Londen toegelaten te worden. Maar eerst gaan ze naar de Benelux Kampioenschappen en – hopelijk – ook naar het EK. Safak, die met veel haring en bonen in vorm blijft, oefent zo’n tien keer per week, anderhalf uur lang. Safak werkt hard, zegt Tom, ook tijdens de ramadan. In de vastenmaand heeft hij zelfs persoonlijke records getild. In de rest van zijn tijd doet hij mbo detailhandel.

Ik moet de basishouding oefenen. Die is al tamelijk ingewikkeld. Met het stokje boven mijn hoofd – „polsen recht, trek de stok uit elkaar, schouders aanspannen, ellebogen naar buiten, billen naar achteren, rug recht en zakken, hóú die hakken op de grond!” – hurk ik. Ik krijg een rood hoofd. Het is een belachelijk gezicht. Maar, zegt Tom goedkeurend, „je doe het helemaal niet slecht. Anderen komen niet eens halverwege.”

Ik heb talent, vindt Tom. Ik ben lenig. Overmoedig begin ik over mijn turnjeugd. Turnen blijkt een goede basis. Ryan Shinn, Australische gewichtheffer en de topsportcoördinator van de NOGB, noemt een paar beroemde Australische hef/turncombinaties. En de Nederlandse kampioene Ingrid Teeuwen heeft óók geturnd.

Het sprankje hoop dooft vlot uit als ik daarna dezelfde hurkoefening doe met de junior/vrouwenstang van 15 kilo. De stang zwaait alle kanten op, Tom is zo aardig ’m vast te houden.

En nu gaat er echt getild worden. Aan de juniorstang komen maar liefst twéé gewichten van 2,5 kilo te hangen. Ik hurk. „En nu omhoog.” Er gebeurt niks. Omhoog? Hoe? „Span je rug! Strek je ellebogen!” Nog steeds niets. Na wat krampachtige momenten sta ik op om het gewicht omhoog te hijsen. Helemaal fout. Tom prikt tussen mijn schouderbladen en duwt mijn onderrug terug. De stang komt in beweging, maar mijn houding lijkt nergens op.

Zijn zoontje van elf trekt herhalingen met twintig kilo, vertelt Tom. Maar ik heb tot mijn 38e. Dan gaan vrouwen op hun retour. Bij mannen is het rond hun 28ste voorbij. „Die zijn sneller opgebrand.”

    • Carola Houtekamer