Vledder – Eese

Dit pleintje van Vledder is, zoals pleintjes in alle Nederlandse provincies, vermoord door doorsnee kaalslag, met een rotonde, horeca met appeltaart in de aanbieding en een rij karakterloze huisdingen (een ander woord weet ik niet voor die bouwsels).

Acht rode motorfietsen passeren een file, bereden door vigilantes in rood leer met hun hoofden in rode kogels. Dat doet het plein goed. Er flitste nu tenminste even iets.

We verlaten het plein en het dorp en belanden op een fabelmooie landweg. Sijsjes vliegen behendig uit de bomen op, dwarrelen door de lucht en landen naast elkaar, of ze kralen rijgen aan de staaldraad die het grasland afperkt.

Het bosperceel achter het akkerland is drukbegroeid met grijpstruiken die onder de bomen landjepik spelen. Het bos verbergt een ven, het zit verstopt achter riet en sigaren en het weerspiegelt de hemel. Het gebroken blauw rimpelt mee, het wateroppervlak vangt ook veel van die hele dikke grijze wolk, daar.

Een bezeten godje kleurde de bermen om de akkers en de weilanden in met veldbloemen, met de hoedjes van papier van de klaproos, de parasolletjes van het duizendblad, met grasklokjes, wier tere paars trouwens niet weet op te boksen tegen het bezwerende fluweelblauw van de zwermen korenbloemen. Er zijn ook verwilderde zonnebloemen, en iets met kleine gele kelken wat ik niet thuis kan brengen. Tweemaal omzomen de wilde-bloemenbermen akkers waar lelies worden gekweekt. Bij alle kleur geurt het ook nog eens als in een parfumerie. Au bonheur des dames, je zou er een flauwte van krijgen.

De weilanden zijn stijlvol ingelegd met roze en paarse klaver. Man ontdekt vreemde peulen. Hij houdt het op triffids, ik op bodysnatchers.

Regelmatig lijkt het of de wind naar beneden valt, dan bewegen de bloemen en de bomen alsof ze geplaagd worden met de kieteldood. Regen, zou je denken. En inderdaad, er vallen dan wat druppels. Niet veel, meer of er iemand even zijn natte handen uitschudt.

Het nat doet de varens goed, die ogen ineens niet meer moe en stoffig.

Daar is alweer zo’n luxueus bos, vooral naaldhout, maar dat niet alleen, er is ook veel blad. De volle lading onderhout maakt ook dit bos compact. Onverwachts leidt het naar een maïsakker, waar een sperwer uit opvliegt. Hij verdwijnt tussen een rij berken met ijle stammetjes.

„Heb jij al andere wandelaars gezien?”’

„Nee, niemand. Vreemd hè?”

„Ja, waar is iedereen toch? Het is hier zo mooi.”

We volgen een spoor in het gras, langs een vaart. De meeste bramen zijn rijp.

12 km plus 1 km aanlooproute uit Vledder. Kaarten 31 en 32 uit: Zevenwoudenpad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2001. Geen openbaar vervoer tussen begin- en eindpunt. Tel. taxi 0521-518216.

Joyce Roodnat

    • Joyce Roodnat