Terreur in India wordt autonomer

Terroristische aanslagen in India worden doorgaans toegeschreven aan Pakistaanse organisaties. Die krijgen steeds meer hulp vanuit India zelf.

Lashkar-e-Taïba is een van de meest gevreesde terroristische groepen in Kashmir. In januari 2002 zette generaal Pervez Musharraf, toen nog de sterke man van Pakistan, de groep op de lijst van verboden extremistische organisaties. Maar Lashkar-e-Taïba (Leger van de Zuiveren), gesteund door de Pakistaanse inlichtingendienst ISI, bestaat nog steeds. Begin juli reed een 22-jarige, door de terreurgroep gerekruteerde Pakistaanse zelfmoordenaar met een auto vol explosieven de poort van de Indiase ambassade in Kabul binnen. Meer dan vijftig mensen werden gedood. Volgens Afghanistan, India en Amerikaanse inlichtingenbronnen voerde de ISI de regie.

Lashkar treft niet alleen Indiase doelen in Kashmir en – vorige maand – in Afghanistan. De naam is in verband gebracht met veel van de bloedige bomaanslagen die de afgelopen jaren plaatshadden in grote Indiase steden (zie kaart).

Nu lijkt het er op dat Lashkar concurrentie heeft gekregen in India. In mei werden in de historische binnenstad van Jaipur, in de deelstaat Rajasthan, meer dan zestig mensen gedood toen daar acht bommen afgingen. Nog geen twee weken geleden volgde een serie aanslagen in Ahmedabad, in Gujarat, met 55 doden tot gevolg.

De aanslagen zijn opgeëist door de ‘Indiase Mujahedeen’. In een e-mail, vlak voor de explosies in Ahmedabad verstuurd, wordt in gezwollen taal gesproken over de „wraak van Gujarat”. Dat is een verwijzing naar de klopjacht van hindoes op moslims in 2002 in die deelstaat, waarbij naar schatting 2.000 mensen werden gedood. De e-mail eindigt met de tekst dat de Indiase Mujahedeen als enige achter de aanslagen in Gujarat zit, dat alleen Indiërs die hebben voorbereid en uitgevoerd en dat „het ons verzoek is aan Lashkar-e-Taïba en andere organisaties om, in naam van Allah, niet de verantwoordelijkheid op te eisen”.

Analisten hechten daar geen al te grote waarde aan. Twee jaar geleden noemde M. K. Narayan, de nationaal veiligheidsadviseur, Lashkar de „meest zichtbare manifestatie” van Al-Qaeda in India. Hij duidde op de banden tussen Lashkar, de ISI, de Talibaan en Al-Qaeda. In India wordt gevreesd dat steeds meer jonge, in India geboren jihadisten deel uitmaken van het regionale terreurnetwerk. De Indiase terreur krijgt daarmee een autochtoon karakter – maar wel met aansturing vanuit Pakistan.

Door falend onderzoek en falende opsporing ontbreekt evenwel een betrouwbaar beeld van het terreurpatroon. Vaak wordt de naam genoemd van de Islamitische Studentenbeweging van India (SIMI), ook bij eerdere grote aanslagen met de vingerafdrukken van Lashkar. SIMI werd ruim dertig jaar geleden opgericht uit onvrede over achterstelling van de moslimminderheid in India. Na de aanslagen van ‘11 september’ in de VS werd de ‘beweging’ verboden.

Ook in de Gujarat-e-mail verwees de Indiase Mujahedeen naar „onze broeders” van de SIMI. Volgens waarnemers is de Indiase Mujahedeen een nieuwe gedaante van de SIMI of bestaat er in elk geval nauwe verwevenheid.

Probleem is dat na elke aanslag tamelijk snel verdachten – overwegend moslims – worden opgepakt, maar dat de hoofddaders daar meestal niet tussen zitten. Ook na de aanslagen in Ahmedabad werd iemand aangehouden: de 43-jarige moslimprediker Abdul Haleem. Volgens politiebronnen zette deze activist van de SIMI jongeren aan tot terreurdaden.

Maar zijn de verdenkingen wel gegrond? Het weekblad Tehelka, dat onderzoek heeft gedaan naar „de willekeurig verdachtmakingen jegens moslims” denkt van niet. Ook Haleem is vermoedelijk het slachtoffer van bevooroordeelde opsporingsambtenaren die graag snel succes willen laten zien, schrijft Tehelka.

Dinsdag wees een rechtbank verlenging van het organisatieverbod van SIMI af. Volgens de rechter hebben de autoriteiten onvoldoende bewijzen op tafel gelegd om een ban nog langer te rechtvaardigen. Maar tot opluchting van de regering greep het Hooggerechtshof een dag later in en schortte het dat vonnis op. SIMI blijft vooralsnog verboden. Volgens de regering zijn de aangesloten studenten en jongeren „gemakkelijk te beïnvloeden door de harde kern van moslimterreurorganisaties die vanuit Jammu en Kashmir opereren”. Terreurgroepen als Lashkar en Hizb-ul Mujahedeen zijn met succes doorgedrongen tot het kader van SIMI om hun doelen te bereiken, aldus de regering.

Vorig weekeinde, op de top van Zuid-Aziatische landen in Colombo, noemde de Indiase premier Singh terrorisme „de grootste bedreiging” voor stabiliteit en vooruitgang in de regio. De Afghaanse president Karzai bood verontschuldigingen aan voor de aanslag op de Indiase ambassade, en zei, opnieuw, dat het terrorisme „geïnstitutionaliseerde voeding en steun” krijgt in Pakistan. De Pakistaanse premier Gilani, die tevergeefs heeft geprobeerd de ISI onder civiele controle te brengen, beloofde „onafhankelijk” onderzoek naar de aanslag in Kabul.

Ondertussen melden Indiase media, op gezag van inlichtingenbronnen, dat 800 Pakistaanse strijders klaar staan bij de bestandslijn in Kashmir. Na een lange periode van rust zijn er recentelijk beschietingen geweest tussen Indiase en Pakistaanse troepen. Daarnaast lopen de emoties tussen moslims en hindoes in het Indiase deel momenteel zeer hoog op over de toewijzing van een stuk grond voor hindoepelgrims. Zodra de ISI een kans ziet infiltreren de strijders in Indiaas Kashmir, zei de directeur-generaal van de Indiase grenstroepen deze week. Zo duurt het schimmenspel tussen terroristen en speurders voort.

    • Wim Brummelman