Monument

Op zondag, als het lekker weer is, maak ik af en toe een stadsreis, altijd volgens hetzelfde beginsel. Stap in een willekeurige tram of bus, laat je naar het eindpunt rijden en dan weer terug naar het beginpunt. Het kan overal, in Brussel, Rotterdam, New York, Parijs, iedere stad met openbaar vervoer. Ga eens niet in de rij staan om in een museum de schilderijen te zien die je al van de plaatjes kent. Doe niet mee aan het festival of de hospartij van het weekeinde. Dat kan de hele zomer nog. Maak zo’n stadsreis. Je weet niet wat je ziet: alles wat niet in de reisgidsen staat. Deze zondag wilde ik in Amsterdam met lijn drie of lijn tien naar de andere kant van de Amstel om me te laten betoveren door de melancholie van de negentiende-eeuwse buurten. Maar terwijl ik op de halte stond, kreeg ik een ingeving die mijn oorspronkelijke plan wegvaagde. Ik ging een zeereis maken.

Door de vroege, stille stad reed ik naar het Centraal Station, liep door de hal naar de oever van het IJ en scheepte me in op de eerste de beste pont. Ik dacht dat ik regelrecht naar de overkant zou varen, maar deze koerste in oostelijke richting. In de ochtendnevel zag ik hoe we ons van de zuidelijke oever verwijderden, hoe de Westertoren en de Sint Nicolaaskerk langzaam vervaagden. Nog altijd wist ik niet wat onze bestemming was. Opeens zwenkte de pont naar stuurboord, stevende regelrecht af op de kust van Amsterdam Noord. Ik weet wel dat ik me wat romantisch uitdruk, maar dat doe ik om de stemming van de vroege zondagsontdekkingreiziger weer te geven. Dit is het gebied van de NDSM, de Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij waar vroeger zeekastelen werden gebouwd en gerepareerd en waar nu kunstenaars huizen.

We bereikten de veilige haven. Terwijl we aan land gingen, zag ik plotseling iets waardoor ik perplex stond. Volgens Van Dale: verward, verbluft. Dit was sterker. Een ogenblik voelde ik me teruggeworpen in een ver verleden. Daar lag een prachtige onderzeeboot, een slank, zwart gevaarte, een grimmig schip uit vroeger tijden. Ik dacht aan professor F.A. Vening Meinesz die met onze K XVIII een wereldreis heeft gemaakt om de zwaartekracht te onderzoeken. De K XVIII, ook zo’n prachtschip, heeft in de oorlog nog een paar Japanse schepen buiten gevecht gesteld, voor het als schietschijf zelf ten onder ging. Plotseling voelde ik me een jaar of negen, tien.

Mijn perplexheid ebde weg, veranderde in een stille opgetogenheid die weer gemengd werd met een groeiende nieuwsgierigheid. Op de boeg ontdekte ik een rode sikkel en hamer. Een sovjetonderzeeboot! De raarste dingen schieten door je hoofd. Had de bemanning een jaar of twintig geleden asiel gevraagd? Hadden onze kabinetten dit altijd geheim gehouden? Voor Google blijft niets geheim. Ik wierp een laatste bewonderende blik, ging naar huis en zette de computer aan.

Ik vond meteen een paar mooie foto’s. Daarbij staat vermeld met welke camera ze zijn gemaakt, nog meer technische bijzonderheden, je kunt mailen of je ze ook mooi vindt en dat is dat. Ik zocht verder. Het blijkt dat dit een schip is uit de Zulu-klasse, gebouwd in Riga, in 1956. Daar ging weer een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis open. Het jaar van de Hongaarse opstand en de Suez-crisis, het heetst van de Koude Oorlog. Dit schip was gebouwd om het Arbeidersparadijs te verdedigen. Nu, las ik op een website, kun je het huren om er voor maximaal vijftig mensen een exclusief feest te houden. Niets blijft ons bespaard, dacht ik. Maar nog altijd wist ik niet hoe het 52 jaar later in het IJ terecht was gekomen.

De gemeente gebeld. Nadat ik een paar verwijzingstoetsen had ingedrukt, kwam er een onverstaanbare meneer aan de telefoon, wel een autochtoon maar daar was alles mee gezegd. Hij begreep me, verbond me met een mevrouw die ik J.J. noem, want ze wil niet met haar naam in de krant. Reddende engel. De eigenaar van het schip wil ook geheim blijven, maar hij laat zich vertegenwoordigen door een advocatenkantoor waarvan ze de naam noemde. Dit kantoor gebeld. De deelgenoot die ik daar aan de telefoon kreeg, bracht de relatieve verlossing.

Ook hij wilde de naam van de eigenaar niet prijsgeven, maar het was in ieder geval niet Vladimir Poetin, zei hij. En dat je deze onderzeeboot voor een exclusief partijtje kunt huren, is absoluut niet waar. Het schip heeft eerst in Den Helder gelegen, Nieuwediep, het Marine-etablissement, als attractie. Toen is het naar Amsterdam versleept om hier als prachtstuk in een maritieme verzameling te dienen. Maar dat project is geruisloos mislukt. En nu ligt het bij de NDSM te roesten, en vertelde hij, er zijn plannen om het te slopen.

Slopen! Zijn ze gek geworden. Dit historisch technisch wonder met snijbranders kapot maken? Dat zou een daad van onbeschrijfelijke vernielzucht zijn. Daar moet een stokje voor gestoken worden, zei ik de jurist. Hij was het met me eens. Misschien is dit stukje een begin.

    • S. Montag