Mondkapjes, vochtbalans, controles en noodscenario’s

Om in te kunnen spelen

op de slechte luchtkwaliteit in Peking, werkt chef-arts Tjeerd de Vries van de Nederlandse olympische ploeg nauw samen met

het KNMI.

Tjeerd de Vries Foto WFA WFA190804-01:TJEERD DE VRIES:ATHENE;20AUG2004- Tjeerd de Vries teamarts. Special voor NRC. WFA/sc/str. Soenar Chamid WFA

‘Air is fine, let the Games begin’, kopte de krant China Daily gisteren. Een vaststelling die bij Tjeerd de Vries, chef-arts van de Nederlandse olympische ploeg, de wenkbrauwen deed fronsen. Zijn oordeel over de luchtkwaliteit in Peking is aanzienlijk genuanceerder. „De concentraties fijnstof en ozon mogen voor Chinese begrippen momenteel vrij laag zijn, gemeten naar Europese normen zijn die nog steeds te hoog.”

Desondanks maakt de sportarts zich weinig zorgen over de gezondheid van de sporters, omdat een kortstondig verblijf in Peking volgens hem geen risico’s met zich meebrengt. De Vries baseert zich op betrouwbare gegevens, omdat hij dagelijks wordt geïnformeerd door het KNMI, dat metingen laat verrichten door onderzoeksinstituten in Peking. Dat alles met dank aan een samenwerkingsverband van sportkoepel NOC*NSF met het Nederlandse weerinstituut gedurende de Olympische Spelen.

De grootste zorg van De Vries gaat uit naar de duur- en buitensporters, die vooral geconfronteerd kunnen worden met irritaties aan de luchtwegen, van de slijmvliezen en de ogen. De arts prijst zich gelukkig dat hij ruim van tevoren heeft kunnen anticiperen op de Chinese omstandigheden en de sporters goed heeft kunnen voorbereiden.

Aan de hand van (long)testen is de medicatie geoptimaliseerd volgens De Vries, wat voor een tachtigtal Nederlandse teamleden in Peking betekent dat zij zonder een medisch attest niet door de dopingcontroles komen. De Vries: „Er is vooral ontheffing verleend voor de anti-astmamiddelen salbutamol en ventolin en ontstekingsremmende corticosteroïden. In het ergste geval moeten we noodscenario’s toepassen, die variëren van het gebruik van maskers tot het binnenhouden van sporter. Daarnaast hebben we voor alle 242 sporters een mondkapje beschikbaar. Maar die worden alleen gebruikt als de smog aanzienlijk verergert en vervolgens niet snel zal verdwijnen.”

In de plaatsen waar de Spelen worden gehouden, zijn extreme weersomstandigheden volgens het KNMI goed mogelijk. Hoge temperaturen, zware buien en stormen behoren allemaal tot de mogelijkheden.

Met de hitte in Peking verwacht De Vries geen problemen, mede omdat hij vier jaar geleden ervaring heeft kunnen opdoen bij de Olympische Spelen in het warme Athene. „Vanwege de warmte is het van belang dat sporters hun vochtbalans goed bijhouden. Om dat te checken worden elke dag urineanalyses uitgevoerd. Je moet de sporters er dagelijks op attenderen genoeg te drinken. Feitelijk is het een oud verhaal, maar nog altijd een valkuil voor veel sporters, vooral bij de Olympische Spelen, waar zoveel afleiding is. ”

Waar bij sommigen landen wordt geklaagd over de grote aantal dopingcontroles, vindt De Vries de hoeveelheid testen meevallen. Hij heeft nog niet ervaren dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) het aantal dopingcontroles met veertig procent heeft verhoogd ten opzichte van de vorige Spelen. „Blijkbaar heeft Nederland een goede naam, want van de medische commissie van het IOC hoorde ik dat vooral verdachte sporters en landen met een dubieus verleden in de gaten worden gehouden. Bij de controles die zijn uitgevoerd viel me overigens de onkunde van het personeel op. Of het komt door een andersoortige opleiding of gebrek aan ervaring weet ik niet, maar het prikken ging nogal eens mis. Ik had op dat gebied iets meer routine verwacht.”

Uitgesproken kritisch is De Vries over de whereabouts, het systeem dat sporters verplicht om voor ‘vliegende controles’ hun dagelijkse verblijfplaats te melden. Niet de maatregel stoort De Vries – „dat hoort tegenwoordig bij topsport” – maar het gebrek aan afstemming tussen de dopinginstanties. „Met de invoering van de wereldantidopingcode was harmonisatie beloofd. Maar daar is in dit geval geen sprake van. Sporters moeten hun whereabouts opgeven bij zowel de Nederlandse Dopingautoriteit als hun internationale federatie en tijdens de Olympische Spelen komt daar het IOC ook nog eens bij. En dan hebben die instanties nog verschillende systemen ook. Ik vind dat verwonderlijk.”

Om de sporters te ontlasten worden de opgaven van de verblijfplaatsen ingevuld door de verschillende begeleiders. Binnen de Nederlandse olympische ploeg is de teammanager van elke sporttak verantwoordelijk gesteld voor de whereabouts, waarna NOC*NSF de gegevens controleert en naar het IOC stuurt. De invulling betekent een enorme administratieve last, omdat iedere sporter gedurende de Spelen verplicht is voor elke twee uur zijn of haar verblijfplaats aan te geven. De Vries wacht met smart op invoering van het centrale meldingssysteem via internet bij het wereldantidopingbureau WADA, maar problemen op het gebied van privacy houden de invoering vooralsnog tegen.

Kijk via nrc.nl/spelen naar de uitgebreide informatie over smog en de weersverwachtingen in de steden waar de Spelen plaatsvinden.

    • Henk Stouwdam