Medailles?

De Olympische Spelen in Peking zijn gisteren geopend. Wat is het belang van een hoog of zelfs recordaantal medailles voor Nederland?

Margo Vliegenthart, oud-staatssecretaris Sport: „Een goede performance op de Spelen is niet alleen van belang voor de georganiseerde sport, maar is ook goed voor het zelfvertrouwen van de Nederlandse samenleving. De trots krijgt een impuls door goede sportieve prestaties. Dat zag je ook tijdens het afgelopen EK voetbal. Gaat het goed met het Nederlands elftal [tijdens groepsfase EK], dan gaat het goed met Nederland. Dat Oranjegevoel heeft impact op de samenleving. Of zo’n gevoel beklijft, durf ik niet te zeggen. Maar de goede prestaties van Nederland bij de Spelen in Sydney [recordaantal medailles van 25, waarvan twaalfmaal goud] hebben lang doorgeklonken. Goede sportieve prestaties hebben ook uitstraling op de jeugd en zetten hen aan meer aan beweging te doen. Het draagt zeker bij aan de breedtesport.’’

Frank van den Wall Bake, sportmarketingdeskundige: „In economisch opzicht is het buitengewoon belangrijk voor de BV Holland. Het is ook goed voor de perceptie in de wereld van Nederland als een goed georganiseerd land met aandacht voor sport. Dat is belangrijk met het oog op de ambitie om Nederland in de wereld neer te zetten als topsportland, ook in verband met de lobby om de Olympische Spelen toegewezen te krijgen. En, last but not least, is het ook belangrijk voor de sport aan de basis. Zoals het gymnastiekonderwijs in Nederland in het gedrang is gekomen, is bijna crimineel. Goede prestaties op de Spelen werken inspirerend op de jeugd. Door de publieke opinie voelt het ministerie van Onderwijs dan de dwang om meer aandacht te besteden aan bewegingsonderwijs.’’

Jan Rijpstra, oud-leraar lichamelijke opvoeding, voormalig sportwoordvoerder voor VVD in Tweede Kamer, burgmeester Tynaarlo: „Die vraag stel ik mezelf al jaren naar aanleiding van al die ranglijsten, ook buiten de sport. In feite zegt het aantal medailles heel weinig. Veel medailles op de Spelen halen zegt niet veel over hoe de sportinfrastructuur in een land er uitziet. Een land kan veel aandacht hebben voor topsport en tegelijkertijd toch de breedtesport verwaarlozen. Maar het prestige van goed presteren op de Spelen is ontzettend belangrijk. En de relatie tussen topsportprestaties en de breedtesport is in Nederland goed aanwezig. Onze topsporters laten zich overal zien, bijvoorbeeld ook bij de gehandicaptensport, en dat is een goede zaak. Die sporters hebben zo een enorme uitstraling.’’

Carole Thate, directeur Johan Cruijff Foundation, oud-hockeyster, nam deel aan Spelen van 1992, 1996 en 2000 : „Het effect is positief. Dat heb ik gemerkt na de Spelen van Sydney. Het leeft niet alleen tijdens de Spelen. Naar buiten toe is dat positief voor de sport in het algemeen. Het laat zien dat er in Nederland goed gesport wordt en dat draagt bij aan een verbeterd sportklimaat. We hebben helden nodig. Een goed voorbeeld doet volgen. Goede prestaties hebben invloed op de jeugd. Het WK hockey in Utrecht in 1998 [goud mannen, zilver vrouwen] heeft een positief effect gehad op het ledental van de hockeybond. De Spelen zijn hét podium voor een sporter om te laten zien waar je mee bezig bent en wat een sport inhoudt. Dat is vooral voor andere sporten dan voetbal van groot belang. En goede prestaties kunnen bijdragen aan een bijzonder saamhorigheidsgevoel.’’

Peter Blangé, voormalig volleybalinternational, won olympisch goud in 1996: „Het belang is dat het aantoont dat Nederland een prima topsportland is. Een groot aantal medailles is de bekroning op het gevoerde topsportbeleid. Het heeft ook absoluut invloed op de breedtesport, de basis onder de topsport. Goede prestaties maken de toeschouwers trots en dat geeft een bepaalde mate van verbondenheid tussen Nederlanders. Door het goud in 1996 kregen we enorm veel aanzien en waardering. Het was een stimulans voor het volleybal in Nederland. Als de medailleoogst van Nederland tijdens deze Spelen tegenvalt, moeten we ook weer niet in zak en as gaan zitten. De grootte van deze Nederlandse olympische ploeg, met een recordaantal deelnemers, geeft aan dat er in de breedte genoeg perspectief zit.’’

    • Pieter de Vries