Landis is te vaak getest

Floyd Landis tijdens zijn magische rit op 20 juli 2006, waar hij de Tourzege binnenhaalde. In zijn plasje van die dag zat te veel testosteron. foto afp USA's FLoyd Landis (Phonak/Swi) rides during the 200.5 km seventeenth stage of the 93rd Tour de France cycling race from Saint-Jean-de-Maurienne to Morzine, 20 July 2006. AFP PHOTO / FRANCK FIFE AFP

Floyd Landis is in de Tour de France van 2006 zo vaak op doping getest, dat de tests eigenlijk wel een keer positief móesten uitvallen. Dat is de kern van de bewering van Donald Berry, die als getuige-deskundige optreedt in rechtszaken die van doping beschuldigde sporters aanspannen om te worden vrijgesproken (Nature, 7 augustus).

De Amerikaanse wielrenner Floyd Landis won de Tour de France van 2006. Hij stortte in de 16e etappe in, maar kon zich een dag later met een indrukwekkende solo over Alpentoppen weer bij de kanshebbers rijden. Hij won, maar testte achteraf positief op testosteron. Hij werd geschrapt uit de uitslag en is voor twee jaar geschorst.

Barry opent in Nature de aanval op de testosterontest. Hij kreeg van een van Landis’ advocaten de uitslag van 166 testosterontests die het Franse dopinglab LNDD voor de Tour in 2006 uitvoerde. Hij beredeneert dat Landis – die tijdens de Tour acht keer werd getest – misschien wel een kans van 34 procent had om onterecht als dopinggebruiker te worden aangewezen.

Veel te hoog vindt Barry. En onaanvaardbaar dat van de tests de meetgrenzen (sensitiviteit en specificiteit) niet zijn gepubliceerd. En dat er geen rekening wordt gehouden met het effect van meerdere keren testen.

De aanval van Barry komt nadat eind vorige maand andere onderzoekers – die over de dopingtest op epo schreven – klaagden dat de werelddopingautoriteit WADA juist te soepele normen gebruikt en te veel mensen laat ontsnappen na dopinggebruik.

    • Wim Köhler