Klaar voor Team McDonald’s?

Becky Hammon beseft wellicht niet eens dat ze een uitspraak doet over de globalisering als ze later deze week in Peking het Russische shirt aantrekt. De in Zuid-Dakota geboren basketbalster besloot voor het Russische team te gaan spelen toen het tot haar doordrong dat ze het Amerikaanse team niet zou halen. Sommige Amerikanen noemden haar beslissing onpatriottisch. Maar dat kon wel eens een ouderwetse manier van naar sport kijken zijn.

De sportwereld is net als veel bedrijfstakken vandaag de dag een multinationale aangelegenheid. Baseball, voetbal, cricket, tennis – de teams en toernooien zoeken naar spelers die geld opleveren en de spelers gaan zelf het geld achterna. Hammon speelt als professional in de Verenigde Staten en in Moskou. Haar besluit om voor Rusland deel te nemen aan de Olympische Spelen hielp de basis te leggen voor een vierjarig contract ter waarde van 2 miljoen dollar met het Moskouse team CSKA.

De Olympische Spelen zitten vast in een oudere nationalistische benadering. Hammon moest Russisch staatsburger worden. Zo’n snelle wisseling van nationaliteit is niet in strijd met de regels van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). De dubbele nationaliteit van Hammon is feitelijk meer in overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling van de moderne Spelen – de bevordering van het “wederzijds begrip in de geest van de vriendschap” – dan het zeer gepolitiseerde IOC.

Stel dat het IOC de regels ten aanzien van het staatsburgerschap overboord zou zetten, zodat de nationale teams iedereen zouden kunnen aantrekken die ze maar wilden. Ouderwetse patriotten zouden zeggen dat de fans niet zouden klappen voor multinationale teams. Maar niets is minder waarschijnlijk.

Sportploegen als de New York Yankees kunnen bogen op een fanatieke plaatselijke aanhang, ook al komen vrijwel alle spelers van buiten de stad of zelfs uit het buitenland. Er is geen reden om aan te nemen dat Amerikaanse supporters geen Keniase marathonloper in het rood, wit en blauw van de Amerikaanse vlag zouden willen toejuichen. De in Kenia geboren langeafstandsloper Bernard Lagat is dit jaar een van Amerika’s beste kansen op een medaille op de 1500 meter. Hij is in 2004 Amerikaans staatsburger geworden.

Te veel vrije markt zou de arme landen uiteraard benadelen. Om dat tegen te gaan, zouden ze hun teams moeten kunnen laten sponsoren. De Olympische Spelen krijgen nu ook al veel geld van bedrijven, meestal grote multinationals. Maar is de wereld echt al klaar voor een Team McDonald’s en een Team General Electric?

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com

    • Lauren Silva