Iran spaart niet

Deze zomer beschrijven onze correspondenten de verhouding van hun land met geld.

Foto Bloomberg News Iran's Central Bank has issued a new 50,000 Rials banknote worth about 5 U.S. Dollars.The new note has a nuclear symbol showing electrons flying across a map of Iran. In a move seen as an assertion of the national will in the face of international sanctions over its insistence on enriching uranium. Photographer: Mohammad Kheirkhah/document IRAN/Bloomberg News. BLOOMBERG NEWS

Waar de Teherani’s hun geld vandaan halen, is me na zes jaar in deze wereldstad gewoond te hebben nog steeds onduidelijk. Veel mensen lijken op het eerste gezicht geen geld te verdienen of het moeten maandsalarissen van 300 euro of minder zijn. Een fooi, vergeleken met wat je nodig hebt om te leven in Iran. Het is helemaal geheimzinnig hoe de inwoners van Teheran rondkomen als je weet dat de inflatie ruim 25 procent bedraagt, er geen hypotheeksysteem bestaat en de overheid minimale uitkeringen geeft. Het gevolg: de Teherani’s hebben het moeilijk.

Maar ze komen nog steeds rond. Waarschijnlijk komt dat door hun eindeloze inventiviteit om ‘sud’, winst, te maken.

Wie winst wil maken, moet zich 24 uur per dag bezighouden met geld. Teherani’s praten dan ook graag en veel over geld. Op feestjes, begrafenissen, in de supermarkt, sauna en taxi. Dat is geen slechte gewoonte, maar juist onderdeel van het spel. Gedachtenwisselingen over nieuwe ondernemingen kunnen altijd leiden tot nieuwe mogelijkheden.

Nadenken over geld is een bittere noodzaak. Want hoe islamitisch en barmhartig hun overheid ook is (of zich graag voordoet), als puntje bij paaltje komt, moeten de Iraniërs voor zichzelf zorgen. In een gesloten land met talloze overheidsregels die persoonlijke vrijheden inperken (kledingregels, geen alcohol) koop je met geld stukjes vrijheid op de zwarte markt voor alles wat niet mag. Tevens kunnen de kinderen ermee in het buitenland studeren, kun je er een groter huis van kopen met nog hogere muren om de buitenwereld buiten te houden en is het handig om de politie af te kopen als die je op iets verkeerds betrapt.

De vertegenwoordigers van de Iraanse middenklasse, voornamelijk stedelingen in metropool Teheran, beginnen al jong met het opbouwen van financiële zekerheden. De Iraanse tradities hebben door de eeuwen heen geleid tot het uitstippelen van een ingenieus financieel levensplan. Geen zilvervlootrekening, maar een systeem dat kinderen en hun kinderen enzovoort van een woning moet voorzien.

Hypotheken zoals in Europa, met relatief lage rentes en decenniadurende, gespreide betaling, bestaan in Iran niet. Maar jonge bruidsparen rekenen erop dat de ouders van de bruidegom een huis kopen en de ouders van de bruid de inboedel. Een leven van slimme investeringen is aan dit moment vooraf gegaan.

Onlangs trouwde een Iraanse vriendin van mij met een arts. Ook al moesten zijn ouders de kosten van het huis op zich nemen, de vader van de bruid verkocht verschillende stukjes land die hij in de loop der jaren had gekocht om de inboedel (grote tv’s en protserige meubels) te kunnen betalen.

Traditioneel had hij de stukjes land al ten tijde van de geboorte van zijn dochter gekocht. Deze waren flink in waarde gestegen. „Land- en huizenprijzen gaan nooit omlaag”, is een van de volkswijsheden in Iran. Ieder gezin dat deze investeringen kan maken, doet dit dan ook, als appeltje voor de dorst.

Maar voor financiële zekerheid is meer nodig dan een huis en wat grond. Meer dan 80 procent van de Iraanse economie is in handen van de overheid, de overige 20 procent is meestal eigendom van de ondernemende middenklasse.

Een populaire manier om succesvol te worden is een ‘agentschap’ binnenslepen: het recht om een merk en producten in Iran te vertegenwoordigen.

De agentschappen komen in alle soorten en maten en, ondanks hun populariteit, met wisselend succes. Er is iemand die het alleenrecht heeft op de verkoop van Otis-liften en er is ook een zakenman die alle Bosch-boormachines verkoopt. Maar de man die voor de revolutie van 1979 Heineken-bier naar dit vervolgens drooggelegde land bracht, heeft wat anders moeten zoeken.

Risico’s horen bij het leven in Iran, waar de overheid van de ene op de andere dag de rente kan halveren en immer dreigt Israël te bombarderen, met alle onvoorspelbare effecten vandien.

Iraniërs zijn wellicht daarom over het algemeen geen behoudende investeerders. Ook is er een ander perspectief dan in Nederland. Als ik vertel dat de hypotheekrente in Nederland iets van 5,5 procent is, vragen mijn Iraanse vrienden verward waarom ik dan niet direct tien huizen koop. In Iran zijn alleen korte leningen voor onroerend goed te krijgen van ver boven de 30 procent.

Sparen is voor sukkels. Door eeuwige inflatie wordt stilstaand geld minder waard, dus moet je er mee werken. De dag van vandaag is de enige die van belang is voor de meeste Iraniërs. Daarom wordt het verdiende geld ook weer net zo snel uitgegeven aan luxe artikelen, die de status verhogen. Wie een gelukkige hand heeft gehad, koopt direct dure auto’s, dure tasjes en dure kleren, want de buren moeten wel zien dat het hun voor de wind gaat.

Op feestjes en bruiloften neemt men dan ook graag de financiële gesteldheid van anderen door. Degenen met veel geld, zelfs als dat is verkregen door contacten met de autoriteiten, worden als succesvol gezien. „Poul dare?”, heeft hij geld, is een van de standaardvragen bij roddels over een nieuwe buurman, een aanstaande schoonzoon of aangetrouwde neef.

„Inshallah, als god het wil, wordt hij snel rijk”, wordt er gezegd als de nieuweling in de sociale cirkel nog flink wat treden op de maatschappelijke ladder voor zich heeft.

Want over de noodzaak van voorspoed doet niemand vreemd in Iran. Sterker nog, het verkrijgen ervan is een ‘way of life’.