‘In het Concertgebouw slaap ik in’

In het dorpje van zijn jeugd organiseert violist Daniel Rowland een kamer-muziekfestival. Met concerten en masterclasses van de legendarische violist Ivry Gitlis (85).

Daniel Rowland in het Amsterdamse Vondelpark Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 06-07-2008 Daniel Rowland (Londen, 1972) is een Brits-Nederlands violist. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

„Musici willen communiceren. Dat kan wat mij betreft nooit kleurrijk, eerlijk, ontroerend en extreem genoeg zijn.” Voor de Nederlandse violist Daniel Rowland (Londen, 1972) was dat vier jaar geleden de aanleiding om een eigen kamermuziekfestival op te zetten. Vandaag begint de vierde editie van het ‘Internationale Stift Muziekfestival’ in Weerselo, het idyllische dorpje nabij Oldenzaal in Twente, waar hij zelf ook opgroeide.

„Het Stift Festival, genoemd naar de abdij waarin we spelen, is een combinatie van kamermuziekconcerten en masterclasses”, zegt Rowland. Zo komen er topmusici als de legendarische vioolvirtuoos Ivry Gitlis (1922), de Engelse klarinettist Michael Collins, cellist Alexander Baillie, violist Ronald Hoogeveen, bassist Leon Bosch en pianist Frank van de Laar.

Rowland studeerde zelf bij onder anderen Davina van Wely, Viktor Liberman en Igor Oistrach, en volgde lessen bij Herman Krebbers, Ruggiero Ricci en Gitlis. In 1995 won hij het Oskar Back Concours en in 2007 werd hij primarius van het Brodsky String Quartet.

‘Bezieling’ is Rowlands muzikale toverwoord. „In het Concertgebouw val ik vaak in slaap, omdat er bijna geen momenten meer zijn van totale muzikale overgave. Die hoor je nog wel in het spel van de vioolvirtuozen uit het verleden. Je hebt natuurlijk slechte oude violisten, en goede nieuwe. Maar in het algemeen werd er in de vorige eeuw beter muziek gemaakt.”

Rowland besloot in Brussel zijn licht op te steken bij Igor Oistrach. „Hij heeft in de jaren zeventig geweldige opnames gemaakt van Bartok, Chausson, Sjostakovitsj en Tsjaikovski. Zijn vulkanische temperament vind ik een grote inspiratiebron.”

In Salzburg volgde Rowland lessen bij de oude Rugierro Ricci, wereldberoemd om zijn fantastische Paganini-opnames. „Ik wilde hem zijn geheim ontfutselen, maar hij had het vooral over streek, vingerzettingen en langzaam studeren.”

En bij Ivry Gitlis in Parijs leerde Rowland tot slot hoe je de muziek kan kleuren. „Voor hem is de stok een middel voor het bereiken van een eindeloos kleurenpalet, van het heeste gefluister tot de helderste klanken. Gitlis stamt nog uit de tijd dat musici grote persoonlijkheden waren. Hij is iemand die ramen open kan zetten die anders gesloten blijven.” Gitlis komt dit jaar voor de tweede keer naar Weerselo, waar hij niet alleen een masterclass geeft maar ook concerten speelt. Op een van de concerten toont Rowland ook oude filmfragmenten uit Gitlis’ carrière.

Ooit was het in 1972 gerestaureerde ‘Stift’ het kloppende hart van Weerselo. In de twaalfde eeuw bouwden de Benedictijnen hier een abdij, maar na een conflict met de paus scheidde het klooster zich in de vijftiende eeuw af van de orde. Het Stift werd een woonoord voor ‘juffers’, ongehuwde adellijke dames die veel geld inbrachten en boerderijen in de omgeving bezaten. Er stond een kerkje, een school en een gemeentehuis, die nog altijd het gezicht bepalen van dit beschermde middeleeuwse dorpsgezicht.

„Voor mij is het Stift een gewijde plek. Kort na mijn geboorte zijn we op Stift 23 komen wonen. Mijn ouders zijn in het kerkje getrouwd, ik heb er mijn eerste concerten gespeeld en mijn vader David Rowland, die componist was, ligt er begraven. Hij schreef zijn leven lang avant-gardemuziek. Zijn oeuvre is indringend, nooit zoetsappig. Tijdens het vorige Stift Festival speelde hij voor de laatste keer piano.”

Op maandag 10 augustus speelt Rowland zelf mee in de Nederlandse première van zijn vaders Strijkkwartet – een modern werk. Rowland zelf is net als zijn vader dol op de avant-garde. Hij houdt het meest van de muziek van de Tweede Weense School van Schönberg, Berg en Webern, vertelt hij.

„Maar het vervelende is dat de muziek van Bach, Vivaldi en Piazolla beter verkoopt dan Schönberg en Berg.” In de programmering van het Stift Festival komen zowel populaire als ‘moeilijke’ componisten aan bod. En zijn er sympathieke initiatiefjes als Pas de Deux – waarin ‘lievelingsduo’s’ van docenten en studenten samenspelen.

Rowland: „Zelf verheug ik me het meest op het Strijkoctet van Enesco en de Metarmophosen voor 23 strijkers van Richard Strauss.”

Stiftfestival, 9 t/m 16/8, Weerselo. Info en reserveren: www.stiftfestival.com

    • Wenneke Savenije