Het Ierse ‘nee’ gaat niet vanzelf over

Ierland mag de Europese integratie niet langer ophouden, vinden veel EU-landen. Maar de Ieren haasten zich niet om hun ‘nee’ tegen het verdrag van Lissabon terug te draaien.

Dublin, 9 aug. - Als andere Europese landen hadden gedacht dat de Ieren wel tot inkeer zouden komen na hun ‘nee’ van vorige maand tegen het Europese Hervormingsverdrag, komen ze vooralsnog bedrogen uit. Het tegendeel lijkt eerder het geval.

„Ik zou zeker weer tegenstemmen”, zegt Freddy Daly, een gepensioneerde gemeentelijke ambtenaar die in het St Stephens park in het centrum van Dublin op een bankje de krant leest. „Het Lissabon-verdrag wil ons van onze onafhankelijkheid beroven, waarvoor we nu juist zo lang hebben gestreden.” En hij laat een paar krachttermen volgen aan het adres van de Franse president Nicolas Sarkozy. Deze had volgens partijgenoten vorige maand de euvele moed te zeggen dat Ierland een tweede referendum moet houden.

Ook onder de jongere generatie is er geen gebrek aan tegenstanders. „Ik stemde in juni tegen omdat ik vond dat de regering te veel de houding aannam dat wij als kiezers maar moesten doen wat ons verteld werd”, zegt de 27-jarige student verpleegkunde Fergal Dorn op de campus van Dublins vermaarde Trinity College. Hij denkt overigens dat er niet gauw een tweede referendum komt, want al na het tweede referendum in 2002 over het verdrag van Nice klaagden veel Ieren dat het niet democratisch was zo om te springen met het oordeel van de kiezers (de Ierse regering bedong na het ‘nee’ in de eerste ronde een speciale verklaring over Ierse neutraliteit en legde het verdrag vervolgens opnieuw voor aan de Ieren).

De regering doet er intussen het zwijgen toe. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft opdracht gegeven tot een diepgravend onderzoek naar de motieven van de Ieren om bij het referendum van 12 juni in meerderheid tegen te stemmen. Pas over enkele weken, wanneer dat is afgesloten, zal het kabinet zich beraden wat het te doen staat. Op de Europese top van half oktober bespreekt premier Brian Cowen de kwestie opnieuw met zijn EU-collega’s.

Veel andere lidstaten menen dat het kleine Ierland, het enige land dat grondwettelijk verplicht is belangrijke Europese verdragen via een referendum aan zijn bevolking voor te leggen, de Europese integratie niet te lang mag ophouden. Het verdrag van Lissabon, dat beoogt de EU efficiënter en democratischer te maken, moet door alle lidstaten worden geratificeerd voor het in werking kan treden.

Maar Cowen zal naar verwachting weinig haast maken met pogingen de impasse te doorbreken. Peter Brennan, een ervaren consultant die regelmatig over Ierland en Europa publiceert, vermoedt dat de regering nog ten minste een jaar zal nemen om een uitweg uit de impasse te zoeken. Niet alleen uit vrees dat de premier anders opnieuw het lid op de neus krijgt, maar ook omdat er op het moment dringender zaken zijn.

„De regering, noch de bevolking is op het moment trouwens erg bezig met het verdrag van Lissabon”, stelt Brennan, zelf een voorstander van het verdrag. „De oplopende werkloosheid, de teruglopende belastingopbrengsten en het vastlopen van de loononderhandelingen tussen werkgevers en werknemers hebben ‘Lissabon’ naar de achtergrond gedrongen.”

De vraag is intussen of het over een jaar zoveel makkelijker zal zijn een oplossing te vinden, vooral als het economische tij blijft tegenzitten. Veel waarnemers gaan ervan uit dat economische zorgen ook in juni al veel Ieren er toe brachten tegen Lissabon te stemmen, al is het de vraag of die op conto van de Europese samenwerking kunnen worden geschreven.

Inmiddels stevent Ierland volgens de laatste prognoses voor het eerst in decennia hard af op een recessie. Mede daardoor wordt ook de consensus onder de gevestigde partijen omtrent de wenselijkheid van ‘Lissabon’ ondermijnd. In de aanloop naar het referendum van 12 juni trokken alle grotere partijen met uitzondering van Sinn Féin eendrachtig op en voerden campagne vóór ‘Lissabon’.

Slechts de helft van de aanhangers van oppositiepartij Fine Gael stemde echter voor Lissabon, terwijl bij Labour zelfs ruim de helft van de eigen aanhang tegenstemde. Dat noopt die partijen tot behoedzaamheid wat betreft ‘Europa’. Labour-leider Eamon Gilmore heeft zich al uitgesproken tegen een tweede referendum. En ook Fine Gael lijkt het Europabeleid van de regeringscoalitie in de toekomst kritischer te willen volgen.

„Het is niet aantrekkelijk voor de oppositie om de regering over het omstreden verdrag al te gedwee te volgen”, meent de econoom Alan Barrett, verbonden aan het gezaghebbende Economische en Sociale Onderzoeksinstituut, ESRI. „Nu we voor het eerst in lange tijd op een recessie afkoersen, biedt dat eindelijk mogelijkheden voor de oppositiepartijen om zich te profileren. Ze ruiken bloed.”

Verontrustend voor de voorstanders van het verdrag was ook een opiniepeiling kort na een bezoek van Sarkozy aan Dublin. Zo’n 71 procent van de kiezers zei tegen een tweede referendum te zijn en 62 procent zou, in het geval dat er toch komt, tegen stemmen. Dat is aanmerkelijk meer dan de 53,4 procent die 12 juni ‘nee’ stemde.

Brennan betwijfelt de betrouwbaarheid van de peiling, die is gehouden in opdracht van een eurosceptische denktank. Maar ook hij erkent dat deze zomer nog weinig opwekkends voor eurofielen in Ierland en andere landen heeft gebracht.