Georgiërs willen nooit meer slaven van de Russen zijn

In Georgië zijn de interne politieke tegenstellingen verdampt. De gelederen sluiten zich tegen Rusland.

In het café tegenover het gebouw van de Philharmonie in de Kostavastraat in Tbilisi verbergt op deze vrijdagavond een vrouw haar tranen. „Ze hebben vanochtend alle reservisten opgeroepen”, zegt ze. „Mijn zoon moet zich nu ook bij de kazerne melden en ik ben zo bang voor wat er met hem kan gebeuren.”

Twee vriendinnen proberen haar gerust te stellen, maar het helpt niet. Want het is oorlog in Georgië en die oorlog speelt zich af op 85 kilometer van de Kostavastraat, in de separatistische provincie Zuid-Ossetië.

„De agressor zit in het Kremlin”, zegt Zorabi Algadasjvili voor zijn boekenkraampje tegenover het café. „Daar kunnen ze het niet hebben dat Georgië zeventien jaar geleden ophield slaaf van Rusland te zijn. Vandaag hebben Russische straaljagers dichtbij Tbilisi een vliegveld gebombardeerd. Misschien gaan ze nu ook nog proberen ons opnieuw te onderwerpen. Maar dat laten we niet gebeuren. We zijn allen bereid om tegen de Russen te vechten. We gaan toch zeker geen dankjewel zeggen als ze ons bombarderen?”

Heel Georgië heeft zich sinds gisterochtend achter president Saakasjvili geschaard. Politieke tegenstellingen zijn in een ochtend verdampt, oude conflicten tussen oppositie en regeringspartij vergeten. Het gaat nu om de verdediging van het vaderland. Tegen de Russen, want die worden alom als de kwade genius achter de escalatie van het conflict gezien.

„De situatie in Zuid-Ossetië is op dit moment erg onduidelijk", zegt Zaza Gatsjetsjiladze, hoofdredacteur van de Engelstalige krant The Messenger en tot voor kort een fel criticus van Saakasjvili. „De afgelopen maanden hebben we onder vier ogen met de Zuid-Ossetische separatisten onderhandeld. Maar die gesprekken zijn op niets uitgelopen. Donderdag is onze minister van Integratie nog in Tschinvali geweest, maar niemand wilde hem ontmoeten. De separatisten durven geen beslissing te nemen zonder ruggenspraak met Moskou.”

Volgens Gatsjetsjiladze zijn de separatisten donderdagnacht met het geweld begonnen. „Het schieten begon aan hun kant van de grens”, zegt hij. „Ze wilden Georgië in een oorlog betrekken. Toen ze Georgische vredesoldaten beschoten, hebben onze troepen zich nog koest gehouden. Maar we konden het niet over onze kant laten gaan dat ze de burgerbevolking onder vuur namen.”

Vervolg Georgië: pagina 5

Georgie

Saakasjvili enige hoop Georgië

Vervolg van pagina 1

Gatsjetsjiladze verdedigt de beslissing van Saakasjvili om Zuid-Ossetië binnen te vallen. „Het is natuurlijk een controversieel besluit, want je vecht tegen een deel van je eigen lichaam. Bovendien bestaat er geen conflict tussen het Georgische en Zuid-Ossetische volk, want die konden het de afgelopen eeuwen heel goed met elkaar vinden. Het werkelijke conflict bestaat alleen tussen Rusland en Georgië. Het Kremlin wil Georgië straffen voor zijn onafhankelijke gedrag en weer een Russische satellietstaat van ons maken. Russische vliegtuigen bombarderen nu vliegvelden en barakken ver van de grens met Zuid-Ossetië. Ze hebben over Georgisch grondgebied gevlogen en terecht noemt Saakasjvili dat een oorlogsdaad. De internationale gemeenschap moet Rusland oproepen het geweld te staken.”

Ook Zoerab Abasjidze, in de jaren negentig ambassadeur van Georgië in Nederland en België en tegenwoordig directeur van de Georgische Raad voor Internationale Betrekkingen, luidt de noodklok. „De huidige situatie is geheel het gevolg van de politiek die Rusland de afgelopen tijd heeft gevoerd”, zegt hij. „Moskou heeft de separatisten bewapend en financieel gesteund en beweert tegelijkertijd een vreedzame oplossing na te streven. De Russen spreken met meerdere tongen. Wat er nu gebeurt, is natuurlijk vreselijk. Ik ben tegen geweld, maar als het niet anders kan, dan moet het maar zo. Het vredesoverleg was in een doodlopende steeg beland. De eindeloze discussie waarin we ons bevonden, had nog 150 jaar door kunnen gaan. Vooral omdat Rusland niet in een oplossing van het conflict is geïnteresseerd. Ze geven iedereen de schuld van de uit de hand gelopen situatie, behalve zichzelf.”

Op het moment dat Russische tanks oprukken naar de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali, acht Abasjidze het zelfs niet uitgesloten dat de Russen zijn land zullen bezetten.

Voor de Russische ambassade in Tbilisi hebben laat in de avond duizenden Georgiërs uitzinnig gedemonstreerd. Mensen zwaaien met Georgische vlaggen, auto’s toeteren onophoudelijk. Een zee van waxinelichtjes, in de handen van de demonstranten, golft over de straten voor het ambassadegebouw. Twee meisjes houden een spandoek vast met daarop de tekst: ‘Boedapest, 1956. Praag ’68. Georgië 2008?’.

Vriend en vijand, jong en oud, verenigt zich deze avond rond president Michail Saakasjvili. Zijn naam galmt uit duizenden kelen. Opeens is hij Georgiës enige hoop in bange dagen.

    • Michel Krielaars