En weer verzwakt Bush een internationaal verdrag

Nieuwe soorten kernwapenlanden dienen zich aan. Vanouds waren er de vijf erkende kernwapenstaten: de VS, Rusland (ex-Sovjet-Unie), het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China. Hun status werd vastgelegd in het Non-Proliferatieverdrag (NPV). De Vijf deden met hun handtekening onder het verdrag de toezegging eens van hun atoombewapening af te zullen zien, maar daar is tot op heden niets van terechtgekomen. Van andere ondertekenaars wordt geëist dat zij zich voorgoed van het ontwikkelen dan wel het verkrijgen van kernwapens zullen onthouden.

Noord-Korea heeft zich intussen van het NPV losgemaakt en de proefexplosie tot stand gebracht die algemeen wordt gezien als bewijs dat een land de zogenoemde atoomdrempel heeft overschreden. Een drietal landen is bewust buiten het verdrag gebleven: India en Pakistan hebben kernwapenproeven genomen en van Israël wordt aangenomen dat het over een effectieve kernmacht beschikt. Sinds een week is India een kernwapenland nieuwe categorie: het heeft niet het NPV ondertekend, maar het wordt desondanks voorzien van grondstoffen en apparatuur voor het opwekken van nucleaire energie.

De zwakte van het NPV is dat een verdragsstaat zich vrij eenvoudig kan onttrekken aan de verplichtingen. Ieder land is gerechtigd kernenergie voor vreedzame doeleinden als stroomvoorziening te ontwikkelen of van derden te betrekken. In ruil daarvoor onderwerpt het zich aan controle door het Internationale Atoombureau (IAEA) te Wenen, een VN-instituut. Irak en Noord-Korea hebben aangetoond dat die controle niet waterdicht is. Van Iran wordt verondersteld dat het zich toelegt ofwel toegelegd heeft op het ontwikkelen van een kernbom.

Na de eerste Indiase kernproef (1974) hebben landen die aangemerkt worden als leveranciers van grondstoffen en apparatuur voor de atoomindustrie zich verenigd in de zogeheten Nuclear Suppliers Group (NSG) die erop toeziet dat geen leveranties worden gedaan aan landen die het NPV niet hebben ondertekend of zich niet volledig aan de regels van het IAEA onderwerpen.

Een week geleden heeft het IAEA met India echter een regeling getroffen waarbij dat land een aantal kernreactoren voor de ontwikkeling van vreedzame kernenergie mag laten bevoorraden door leverancierslanden. Als de NSG later deze maand die regeling overneemt, zal een land tot de erkende kernwapenclub zijn toegetreden zonder de verplichtingen te hebben aanvaard die het NPV oplegt.

De afspraak met het IAEA is uitvloeisel van een overeenkomst die de Amerikaanse regering twee jaar geleden met India heeft gesloten. Daarbij werd het India toegestaan zijn kernwapenmacht niet alleen te behouden, maar ook verder te ontwikkelen. De verrijkings- en opwerkingsinstallaties ten behoeve van de aanmaak van kernwapens blijven buiten de regeling voor civiele reactoren.

Bij de opstelling van het IAEA – en waarschijnlijk straks van de NSG – is het de vraag of het glas halfvol dan wel halfleeg is. Voorstanders van de afspraken met India volgen een praktische redenering: het land is een van de opkomende grootmachten, het beschikt al over de bom, het heeft een langjarig conflict met buurland Pakistan, de nieuwe regeling laat tenminste internationale controle toe op een deel van de Indiase atoomactiviteiten, en het land is niet langer een nucleaire paria en zal zich wellicht als erkende atoommacht van zijn verantwoordelijkheden bewust zijn. Tenslotte is het een bewezen democratie.

Critici menen dat nu het NPV verder is ondermijnd, dat landen als Iran zich zullen beroepen op het Indiase voorbeeld wanneer zij een kernbom tot ontwikkeling brengen, dat India zijn kernmacht verder zal willen uitbreiden, dat de gemaakte afspraken zo lek zijn als een mandje. Wat gebeurt er bijvoorbeeld wanneer India verdere kernwapenproeven neemt? Tenslotte maken de leveranties van buiten capaciteit vrij ten behoeve van de verdere opbouw van de Indiase stoomstrijdkrachten.

De doorbraak naar de nieuwe status van India als een van ’s werelds erkende atoommachten is een rechtstreeks gevolg van de Amerikaans-Indiase overeenkomst van 2006. Tot dan werd India internationaal geboycot als straf voor zijn opeenvolgende kernproeven. Bovendien bestond het meer algemene Amerikaanse ongenoegen met de Indiase opstelling tijdens de Koude Oorlog nog. Het land noemde zich toen ongebonden, maar in de praktijk toonde het voorkeur voor nauwe banden met Moskou. Wellicht heeft president Bush bij zijn toenadering tot India gemeend in de voetsporen te lopen van zijn voorganger Nixon toen deze in 1972 de opening naar communistisch China tot stand bracht: op zijn manier een opening makend naar een nieuwe hoofdrolspeler op het internationale toneel.

De prijs die wordt betaald is hoog. Opnieuw heeft Bush een internationaal verdrag verzwakt dat garant stond voor een zekere mate van stabiliteit in gevaarlijke tijden. Het NPV is een multilateraal verdrag, weliswaar niet multilateraal tot stand gekomen, maar wel multilateraal gehandhaafd. Het was, zeker in de beginjaren toen de overgrote meerderheid van lidstaten van de VN toetrad, een baken bij het streven de spanningen die gepaard gingen met de Koude Oorlog onder controle te houden.

Bush heeft al eerder getoond dat hij weinig opheeft met wapenbeheersingsverdragen die door zijn voorgangers zijn gesloten. Hij is de man gebleken van het scheppen van voldongen feiten, in Europa en nu in Azië. Zijn opvolger zal daarmee na zijn inauguratie in januari hardhandig worden geconfronteerd.

Reageren kan op nrc.nl/sampiemon (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)