Een jaar kredietcrisis

95 miljard euro: dat bedrag pompte de Europese Centrale Bank op donderdagmiddag 9 augustus 2007 in de interbancaire geldmarkt om paniek onder de banken te voorkomen. De Franse bank BNP Paribas had zojuist de handel in drie van haar beleggingsfondsen opgeschort om te voorkomen dat deze zouden omvallen. De markt waarmee banken hun ingewikkelde beleggingsconstructies financierden, was volledig opgedroogd. En dus kon de ECB weinig anders dan zelf het geld maar te verschaffen.

Die donderdag, vandaag precies een jaar geleden, zal waarschijnlijk de geschiedenis in gaan als het officiële begin van de kredietcrisis, die met name de financiële sector in de Verenigde Staten en Europa teistert. Begonnen als een ogenschijnlijk geïsoleerd probleem op de Amerikaanse markt voor laagwaardige hypotheken, heeft de crisis inmiddels een rot in het hele stelsel blootgelegd. De complexiteit van de nieuwe generatie financiële instrumenten en constructies is beleggers, toezichthouders en de meeste banken zelf boven het hoofd gegroeid. Banken bleken toch verantwoordelijk voor beleggingen die zij formeel op afstand hadden gezet.

Het toekennen van een juiste prijs aan ingewikkelde financiële instrumenten was achteraf eerder een kunst dan een wetenschap. Dat geldt evenzeer voor het beoordelen van de kredietwaardigheid van beleggingsproducten. En de nieuwe generatie van financiële constructies mocht dan bedacht zijn om financiële risico’s over het gehele financiële systeem te verspreiden en zo te neutraliseren, in de praktijk bleken deze risico’s zich elders gewoon te concentreren, al wist niemand meer waar. Tot de volgende strop zich aankondigde.

De crisis is hardnekkig. Nog vorig najaar werd gedacht dat het ergste achter de rug was. En ook dit voorjaar leek de kalmte terug te keren. Maar telkens laait het vuur weer op, en het heeft er alle schijn van dat het voorlopig niet onder controle is. De bancaire sector in Amerika en Europa waardeerde inmiddels het onvoorstelbare bedrag van 476 miljard dollar (309 miljard euro) af op beleggingen en leningen die aan hypotheken waren gekoppeld. Dat kan meer worden. De zakenbank Merill Lynch verkocht onlangs een pakket aan hypotheekbeleggingen voor nog maar 22 procent van de oorspronkelijke waarde.

Nu zijn financiële crises vaak grotendeels abstract, en vaak blijven ze dat ook. Totdat de reële economie erdoor wordt geraakt, lijkt er voor het grote publiek weinig aan de hand. Deze crisis valt evenwel samen met een zeer forse stijging van de grondstoffenprijzen en met een conjunctuur die zowel in de Verenigde Staten, Japan als Europa op kantelen staat. Het inperken van de kredietverlening door banken, als reactie op de geleden verliezen, komt dan hoogst ongelegen.

Aan beleidsmakers de taak om de crisis te mitigeren, zonder de banksector al te genereus te hulp te schieten. Want juist het nemen van excessieve risico’s, wetend dat de autoriteiten toch wel inspringen als het misgaat, is gedrag waarop de financiële sector moet worden aangesproken.