Een arme oudere die niets heeft misdaan

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een 80-jarige taxichauffeur wordt verweten dat hij is doorgereden na een ongeval. Hij snapt er niets van. Welk ongeval?

Uitgebreid kijkt Adriaan (80) om zich heen voordat hij plaatsneemt in het getuigenbankje. De rechter grinnikt. U bent natuurlijk nog nooit in uw leven in zo’n gebouw geweest, zegt hij vriendelijk. De oude man, keurig in pak met daaronder gepoetste schoenen, reageert olijk. Nog nooit, lacht hij. „Alles hier is nieuw voor mij.”

Dan wordt de toon serieus. Volgens de officier van justitie heeft meneer, terwijl hij een taxi bestuurde, een personenauto aangereden en is hij daarna willens en wetens doorgereden.

Niks van waar, riposteert Adriaan op luide toon. Hij zal eens precies vertellen hoe het is gegaan. Die avond moesten hij en zijn collega’s een groep mensen ophalen bij een feest in Erp. Het was een flinke groep, dus ze reden met drie busjes. In die straat was het een drukte van jewelste. Ze moesten tot het einde doorrijden en dan keren, zodat ze daarna in de goede richting konden wachten voor de feesttent.

Terwijl hij op zijn klanten stond te wachten, kwamen er andere mensen aan. Ze waren dronken en bleven zeuren of hij ze naar huis wilde brengen. Toen hij dat weigerde, werden ze vervelend.

Eerst bogen ze zijn kentekenplaat om. Toen kwamen ze zelfs zijn bus in. Ze zaten aan zijn spiegel, radio en navigatiesysteem.

Ja, zegt de rechter, en een vrouw uit dat groepje heeft later tegenover de politie verklaard dat u tijdens het keren achteruit tegen een geparkeerde auto aan reed. Dat hoorde ze. Een vriend van haar verklaarde dat hij het zag gebeuren. Hij zag de geparkeerde auto bewegen.

Dat kan echt niet, verzekert Adriaan. Want er stond maar één auto en er was genoeg ruimte. Maar zou het kunnen, vraagt de rechter terwijl hij bedachtzaam zijn bril afzet, dat u die auto hebt geraakt en dat u dat niet hebt gemerkt? Alles kan, zegt Adriaan. „Maar ik weet zeker dat het niet is gebeurd.” Bovendien, voegt hij daaraan toe, die mensen stapten pas in mijn bus nadat ik allang was gekeerd. „Dat verhaal klopt dan toch niet?”

De rechter zet zijn bril weer op en kijkt bedenkelijk. Dat is een belangrijke opmerking die meneer maakt, zegt hij.

De getuigen, de twee taxichauffeurs die erbij waren op de bewuste avond, vertellen even later hetzelfde. Eerst hebben ze hun taxi’s gekeerd, pas daarna kwam dat groepje. Tijdens het keren is er niets gebeurd. Als Adriaan iets had geraakt, zouden de getuigen dat moeten hebben gezien. En er stonden geen auto’s omheen.

Jawel hoor, onderbreekt Adriaan zijn getuigen, daar stond een auto. Even uw mond houden meneer, zegt de rechter resoluut, u mag straks weer iets zeggen.

Maar Adriaan is niet van plan te zwijgen. Als de officier van justitie haar eis voorleest, begint hij weer. Mevrouw? Ssst, zegt de rechter. Maar ik kan haar niet verstaan, klinkt het verongelijkt. Als de officier haar microfoon wat dichter naar haar mond buigt, leunt Adriaan tevreden achterover.

De klanten hebben tegen meneer gezegd dat hij een aanrijding had gemaakt, vervolgt de officier haar betoog, dus hij had moeten uitstappen en z’n gegevens moeten achterlaten. Of, als hij dat op dat moment niet durfde, later de politie moeten bellen. Dat heeft hij niet gedaan en daarom moet meneer 220 euro schadevergoeding betalen. De oude man veert op uit zijn stoel. In plat Brabants tiert hij dat de officier van justitie er niets van begrepen heeft. Ssst, zegt zijn advocate. Even stil meneer, probeert de rechter opnieuw.

Adriaan is pas stil als zijn advocate het woord krijgt. Dat meneer een aanrijding heeft veroorzaakt is niet bewezen, betoogt zij. De getuigen zijn niet betrouwbaar. De ene zei nota bene zelf al die avond te diep in het glaasje te hebben gekeken. Er is geen bewijs dat meneer met een eventuele aanrijding schade heeft toegebracht aan de auto. En tot slot, waarom zou meneer wegrijden als hij een auto aanrijdt? Hij is oud en nog nooit in aanraking geweest met justitie. Voor schade is hij toch gewoon verzekerd?

Adriaan lijkt inmiddels wat bedaard. Hij kan het allemaal niet goed volgen, zo blijkt. Even later gaat hij toch weer flink tekeer. Die dronken jeugd, die moesten ze aanpakken. Niet een arme man van tachtig die niets heeft gedaan.

De rechter grijpt met zachte hand in. Hij heeft maar twintig minuten voor deze zaak, zegt hij, en daar is hij al ruimschoots overheen. Hij maakt er gauw een einde aan. Er is geen bewijs dat meneer die auto heeft aangereden en al helemaal niet dat hij daarna opzettelijk is doorgereden. Vrijspraak dus. Adriaan staat bedeesd op en geeft de rechter een vriendelijk knikje voordat hij de zaal verlaat. „Ik dank u.”

    • Barbara Rijlaarsdam