Eb en overvloed

In Normandië is voetvissen een volkssport: bij eb in poeltjes zoeken naar vis en schelpen. „Het moet gek lopen als er straks geen plateau fruits de mer op tafel staat.”

Zoeken naar visjes en schelp- en schaaldieren Foto AFP Une femme cherche des crustacés, coques, palourdes ou bigorneaux à marée basse, dans la passage du Gois, entre Noirmoutier et le continent, le 11 août 2006. Les grandes marées actuelles favorisant la pêche à pied, les estivants affluent en grand nombre. AFP PHOTO FRANK PERRY AFP

Vanaf de duinovergang zie je links, op tien uur aan de horizon, het groene Britse Kanaaleiland Jersey, op twee uur, achter regenbuien, is nog net Alderney te zien en pal vooruit ligt Guernsey. De veerboot tussen Saint-Malo en Portsmouth worstelt zich door de schuimkoppen van het Kanaal. Voor mijn voeten ligt op deze julidag een winderig Normandisch strand, kilometers lang. En erg breed: het getijverschil in het Kanaal van wel tien meter legt tweemaal per etmaal vierkante kilometers rotspartijen bloot, afgewisseld met zandige geulen.

In de rugzak zitten een metalen klauw, twintig meter dik nylon, visdraad, haken, tentharingen, een paar dooie makrelen en een simpel handnetje. Het moet wel gek lopen als de komende dagen niet af en toe een plateau fruits de mer op de terrastafel van het zomerhuis staat.

Pêche à pied heet het hier, ‘voetvissen’, gewapend met wat simpel gereedschap en stevig schoeisel zoeken naar kokkels, alikruiken, wulken, krabben en vissen, zoals zeebaarzen en tong. In Normandië is het voetvissen een volkssport, die door de autoriteiten streng is gereguleerd, aangezien de kust anders leeg achterblijft.

Aan het werk. Het terugtrekkende water laat in de rotsen diepe poelen achter, soms mooier dan zeeaquaria. Visjes schieten tussen het wier en onder stenen weg. Een paar snelle halen met het net leveren kleine grondeltjes op en een enkele steurgarnaal. Dat schiet niet op.

De woelige zee maakt dat een van de beste voetvismethodes afvalt, het leggen van eblijnen. Het principe daarvan is simpel. Je knoopt aan een lang, watervast touw om de meter een eind vislijn van ongeveer een meter met een grote haak. Je verankert de lijn stevig met tentharingen in het zand waar het water zijn laagste punt bereikt en prikt stukken makreel aan de haken. Met de vloed staat er wel tien meter water boven de lijnen, zo diep dat er volop vis is te vinden.

Is het eenmaal weer eb, dan kijk je welke vis heeft gehapt. Spannender kan bijna niet: je volgt het wegtrekkende zeewater en tast met je handen naar de nog onzichtbare lijn. Hevig bonken aan de gevonden lijn verraadt een grote vis. Sla nooit een eb over, ook al is het nacht, want de droog gevallen vissen verdwijnen in hoog tempo in krabbenscharen of, overdag, aan meeuwensnavels.

Jaren terug was in dit lijnensysteem, op deze plek, echte routine geslopen. Een paar haken waren voorzien van hoedjesschelpen die van de rotsen waren gebikt. Daaraan bleken bij iedere eb lipvissen te hangen. Die zijn oneetbaar voor ons, maar goed bruikbaar als aas. Het kopen en meenemen van makrelen was niet meer nodig.

Het is een tegenvaller dat de lijnen nu niet kunnen worden uitgezet, maar de harde wind heeft zo veel wier losgeslagen dat je uitsluitend balen van dat spul zou vangen.

Ongevaarlijk is het niet, dat voetvissen. Zo wisselt het getij hier met grote snelheid: als het water opkomt, kan het je echt op je hielen zitten. In 2004 verloren ruim twintig illegale Chinese kokkelaars in de Britse Morecambe Bay deze hardloopwedstrijd met het wassende water en verdronken. Maar met de dieren moet je ook oppassen. Giftige pietermannen verschuilen zich bijvoorbeeld in het zand. Trap op een van de vinstekels en je vakantie is een paar dagen goed verziekt. Ook bleek jaren terug de platte vis die zojuist in het troebele water aan een tentharing was gespietst geen tong, maar een sidderrog, een soort accu met vinnen. Ook goed voor de pan, maar bij een genadeklap ontlaadde het beest zich met een schok van honderd maal schrikdraad.

Intussen is de plastic zak gereserveerd voor de vangst nog altijd leeg, dus op naar plan C. Krabben verschuilen zich bij eb in diepe rotsspleten, onder water. Slim zijn ze niet, dus met wat aas zijn ze vast wel uit hun schuilplaats te lokken. Ik leg een halve makreel in het netje en leg dat pal voor een veelbelovende rotswand in een diepe poel. Bij het voetvissen in Ierland kroop vorig jaar zelfs nog een paling naar de aangeboden makreel. Die paling ontsnapte, maar de techniek was bewezen.

Een meeuw komt eens kijken wat ik doe: in het poelwater turen. Er komt een garnaal ter grootte van een mier aan de blauwgestreepte walvis voor zijn neus ruiken, maar grote krabben laten zich deze eb niet meer zien.

Intussen stijgt de zee alweer en de teleurstelling haalt het niveau van springtij. Gelukkig zijn er ook zeevruchten die altijd voorhanden zijn: hoedjesschelpen. Je ziet ze zelden in de viswinkel of op de menukaart. Maar ze zijn uitstekend te eten. In tien minuten zijn een paar dozijn van de schelpen van de rotsen gebikt. De rest van de fruits de mer zal vanavond op een gemakzuchtiger manier op tafel komen: besteld in een restaurant.

Voor informatie over voetvissen in Normandië en Bretagne zie bijvoorbeeld http://www.payscotentin.net/peche/reglementation.php voor de reglementen en http://www.bretagnenet.com/mer_passion/plage.html en http://www.manger-la-mer.org/la-peche-a-pied voor de methodes.