Druk, druk

Verveling is de enige kunst die ik enigszins beheers. Ik pers een halve sinaasappel plus een halve grapefruit plus een halve citroen uit, geeft de kat 120 gram zalm/tonijn uit blik, beluister de haperende motor van een sportvliegtuig, zie dat de akkers net niet meer bruin maar evenmin al groen zijn, verbaas mij over de organisatie van een formatie gakkende ganzen, lees alle post twee keer en kijk naar een contract. Dan ga ik vol verwachting naar een winkel voor een rubberen afsluiting, maar de verkoper zegt dat ik daarvoor de klantendienst moet bellen. Ik eet zwaar Duits brood, val in een chaotische slaap tijdens het middag tv-journaal, denk diep na of ik een eind zal gaan fietsen, doe dat niet, lees de voor- en achterpagina van een krant, zit een half uur geconcentreerd op het toilet, gun mijzelf een Snicker en een hand drop, beluister het koeren van duiven op de dakgoot, speel tegendraadse toonladders op de piano, zoek in de IKEA-catalogus een toiletkastje, vind het verstandig een opdracht naar de volgende dag uit te stellen en denk: wat zal ik eens gaan doen?

Even naar buiten dan maar.

Net als ik de fiets vastpak en denk dat ik de banden moet oppompen – ik heb de voetpomp al in handen – gaat de deur bij de buren open en loopt de dochter van achttien of vierentwintig naar buiten. Zij heeft een groot wit laken over haar schouders en is mensonterend mooi. Ze loopt de tuin in – nee, zij zweeft over groen tapijt, tussen lichtblauwe krokussen en gele narcissen, laat zich meevoeren door een lentebries zo fris als champagne, zo licht als alleen maar de illusie van een geur. Naast haar versteent wat leeft tot zinloze dingetjes. Ik zie haar lippen die alleen maar vragen stellen, haar ogen die de enig mogelijke woorden spreken. Zij legt het laken op het gras, aarzelt even, gaat dan terug naar het huis, draait zich om, glimlacht, ziet dat het goed is en slaat de deur dicht.

Daar sta ik met mijn fietspomp. Ik breng het mondstuk aan op het ventiel en begin te pompen. Eerst langzaam en dwingend, dan sneller en heftiger. Ik stap op de fiets, rij de weg af en denk: ik ben ervan overtuigd dat ik de aardappelen nóg dunner kan schillen. Ik weet het zeker.

Wynold Verweij

    • Wynold Verweij