‘De PvdA heeft mij voortdurend tegengewerkt’

Voor het eerst spreekt hij zich uit. De Rotterdamse ex-wethouder Kaya heeft het gehad met PvdA’er Van Heemst. „Hij kan mensen maken en breken, en dat doet hij dan ook.”

Orhan Kaya Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel De Rotterdamse Groen Links wethouder voor Cultuur en Participatie Orhan KAYA . foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 20 mei 2008 Mentzel, Vincent

Orhan Kaya is niet uit eigen beweging opgestapt als wethouder in Rotterdam, maar is daartoe gedwongen door de fractieleider van de grootste coalitiepartij, PvdA’er Peter van Heemst. Dat zegt de GroenLinks-politicus vanaf zijn vakantieadres in Izmir, ruim twee weken nadat hij terugtrad als portefeuillehouder cultuur en participatie. Zijn partij liet eerder in een persverklaring weten dat Kaya was opgestapt omdat hij te weinig steun van de coalitiepartijen zou ervaren.

Kaya (35) spreekt echter van „walgelijke machtspolitiek, waar ik op geen enkele manier meer mee geassocieerd wens te worden”. Hij stapt uit de politiek en adviseert zijn partij om te breken met coalitiegenoten PvdA, CDA en VVD. „Met deze Rotterdamse incidentenpolitiek zou GroenLinks zich niet meer moeten inlaten.”

Wat ging er aan uw vertrek vooraf?

„Van Heemst wilde praten, hoewel ik op het punt stond om met mijn vrouw en vier kinderen op vakantie te gaan. We zaten thuis midden in de voorbereidingen, en dat heb ik hem laten weten. Mijn gezin heb ik de afgelopen twee jaar enorm verwaarloosd. Maar uit zijn dreigende en hier en daar zelfs wat intimiderende sms’jes bleek dat ik geen keuze had. We moesten en we zouden praten voordat ik weg zou gaan. Dat is gebeurd, op dinsdagmiddag om twaalf uur op het stadhuis. Daarbij waren ook mijn fractievoorzitter Anneke Verwijs en mijn collega-wethouder Jantine Kriens van de PvdA aanwezig. Maar wat als een gesprek was aangekondigd, bleek een mededeling te zijn, uitgesproken door Van Heemst. Hij zag het niet meer in me zitten, ik moest weg. Binnen een half uur was het zogenaamde gesprek voorbij. Voor zover ik zelf al een beslissing had kunnen of had willen nemen, had de PvdA die al voor mij genomen.”

Wat waren de argumenten?

„Dat bleef tamelijk vaag. Het was allemaal wel duidelijk zo, vond hij. Kennelijk heb ik in zijn ogen te veel steken laten vallen. Maar als er één partij is die mij voortdurend heeft tegengewerkt, is het zijn PvdA wel. Voortdurend moest ik verantwoording afleggen, voortdurend plaatste men kanttekeningen, zonder zelf oplossingen aan te dragen. Zoals met de inburgeringscursussen. Iedereen weet dat de huidige wet totaal onwerkbaar is en dat die nu niet voor niets wordt aangepast. Toch heb ik de inburgeringsklassen weer vol gekregen. Dat was niet dankzij de PvdA, maar ondanks de PvdA.”

Klopt het dat u uw ontslagbrief niet hebt ondertekend?

„Ja, maar men had ineens ook zo’n haast! Dat was ook veelzeggend. Kort na de mededeling van Van Heemst belde burgemeester Opstelten. Hij was inmiddels op de hoogte. Verrassend snel, mag ik wel zeggen. Opstelten wenste me sterkte en een goede vakantie. Dat kon ik wel waarderen. Uitgerekend die dag was zijn vader overleden. Kort daarna moest ik mee met de gemeentesecretaris, want ook die wilde alles snel afhandelen. Waarom al die haast, vroeg ik nog. Op 26 augustus ben ik terug, dan kunnen we die formele zaken toch ook nog wel regelen? Maar nee, dat kon niet. Ik was het zat en wilde naar huis. Zijn handtekening staat daarom onder mijn ontslagbrief.”

U had ook een persbijeenkomst kunnen organiseren om uw vertrek toe te lichten. Of mocht dat niet?

„Dat wilde ik zelf niet. Bepaalde fatsoensnormen houd ik namelijk wél in acht. Ik heb bewust even afstand willen nemen, om alles te laten bezinken. Maar sindsdien is er zo veel gezegd en geschreven dat het nu tijd is dat ik mijn verhaal vertel. Zodat ook mijn partijgenoten weten wat er achter de schermen is gebeurd.”

Uw partij zei na uw vertrek onmiddellijk de coalitie trouw te blijven.

„Dat heb ik uitgelegd als een gebrek aan steun. Ik vind het zwaar teleurstellend. Maar de vraag is of GroenLinks de coalitie wel trouw blijft. Woensdag komt de partij bijeen. Ik baal ervan daar niet bij te kunnen zijn. Maar als ze het mij zouden vragen, dan zeg ik: terugtreden, en wel onmiddellijk. Met de incidentenpolitiek onder aanvoering van de PvdA zou GroenLinks zich niet meer moeten inlaten. Dat schaadt het aanzien en de geloofwaardigheid van onze partij. Wat [bestuurskundige] Pieter Tops onlangs vaststelde, is waar: het ontbreekt Rotterdam aan elan en scherpte. De stad rent van incident naar incident. Dat heeft te maken met de nervositeit van de PvdA. Die partij voelt zich gemangeld tussen de SP en Leefbaar Rotterdam. De laatste maanden is dat toegenomen. Vandaar dat zenuwachtige gedrag van veel PvdA’ers.”

Hoe valt uw gemoedstoestand het beste te omschrijven?

„Woede, teleurstelling, irritatie – van alles een beetje. Maar ook opluchting speelt een voorname rol. Blij dat ik geen deel meer uitmaak van deze goedkope manier van politiek bedrijven. Het is misschien niet zo’n passende vergelijking, maar toch: ik voel me een gastarbeider die twee jaar lang de hete kolen uit het vuur heeft mogen halen. Op het moment dat we gaan oogsten, word ik bruutweg aan de kant geschoven. Dat zijn kennelijk de omgangsvormen. Twee jaar lang mocht ik het linkse smaldeel binnen deze zogeheten brede coalitie vertegenwoordigen en alle bijbehorende beledigingen van Leefbaar Rotterdam incasseren. Nu pas ik niet meer in het plaatje van Van Heemst. Hij is met achttien zetels de grootste en dus heeft hij het laatste woord. Hij kan mensen maken en breken en dat doet hij dan ook. Echt walgelijk, ik heb er geen ander woord voor.”

Wat verwijt u zichzelf?

„Ik had soms wat duidelijker en overtuigender kunnen zijn. Let wel: kúnnen, niet móéten. Het beleid klopte, wat je er ook van mocht vinden. Zie de nu weer gevulde inburgeringsklassen, zie de extra miljoenen voor kunst en cultuur. Het enige is dat ik niet bedreven ben in het spelen van slinkse spelletjes. Maar dat wil ik ook niet. Ik noem geen namen, maar ik had ook wel wat meer steun verwacht van de andere collegeleden.”

U keert niet terug in de politiek?

„Never say never, luidt het spreekwoord. Maar op dit moment zegt mijn gevoel: onder geen beding. In zo’n zieke sfeer weiger ik te opereren. Wat ik ga doen, weet ik nog niet. Misschien pak ik mijn oude beroep van bedrijfsarts wel weer op. Nu wil ik eerst bijkomen van alle emoties.”

    • Mark Hoogstad