De netten om de Higgs sluiten zich weer wat verder

De grote cdf-detector bij het Amerikaanse Fermilab doet dienst in de jacht op de Higgs Foto Fermilab Fermilab

Nieuwe stappen, deze week, in de jacht op het Higgsdeeltje. Dit theoretisch voorspelde deeltje wordt door natuurkundigen beschouwd als de kroon op het Standaard Model, dat een beschrijving geeft van de elementaire bouwstenen van ons universum en de krachten die deze deeltjes bijeenhouden.

De massa van die theoretisch voorspelde Higgs is deze week op een conferentie in Philadelphia door de internationale onderzoeksteams van twee experimenten bij de Tevatron-versneller van het Amerikaanse Fermilab een eind naar beneden bijgesteld: van 190 giga-elektronvolt (GeV) naar 170 GeV. Dat die Higgsmassa in een energie-eenheid wordt uitgedrukt, is omdat dat in de berekeningen handiger werkt, én omdat Einstein heeft aangetoond dat energie en massa equivalent zijn. De ondergrens van de Higgsmassa staat al jaren op 114,6 GeV.

De nieuwe bovengrens vergroot de kansen om de Higgs toch nog in de Verenigde Staten, bij het Tevatron, op te sporen. Maar de grootste kans om het Higgsdeeltje – als het inderdaad bestaat – binnen deze limieten op te sporen, maakt nog steeds het CERN in Genève.

Hier worden dit weekeinde voor het eerst protonen geïnjecteerd in twee segmenten van de grote nieuwe LHC-versneller. Op 10 september, zo kondigde CERN deze week aan, moeten ‘wolkjes’ van zulke protonen voor het eerst in tegengestelde richting door de hele LHC-versneller draaien. Volgend voorjaar moeten dan de botsproeven beginnen, die na jaren voorbereiding de Higgs moeten aantonen.

Margriet van der Heijden

    • Margriet van der Heijden