De AIVD screende rechters niet. Wie dan wel?

De Zeeuwse korpschef Fup Goudswaard moest vertrekken toen hij vijf jaar na zijn aanstelling niet door de screening kwam. Tegen een negatief oordeel kan weinig worden gedaan.

Voorzitter Erik van den Emster van de Raad voor de Rechtspraak kan zich de vraag van inlichtingendienst AIVD nog goed herinneren. De dienst wilde in 2005 weten of de rechters wel waren gescreend die de strafzaak zouden behandelen tegen een AIVD-tolk die werd verdacht van het lekken van informatie aan de Hofstadgroep.

„Geen idee, dat moeten jullie weten”, was het antwoord van Van den Emster, destijds president van de rechtbank Rotterdam. Maar de dienst screent geen rechters. Het antwoord van Van den Emster moet een bevestiging zijn geweest van het vermoeden dat bij de AIVD kennelijk al leefde. Als de dienst die onderzoeken niet doet, wie dan wel? Het antwoord? Niemand.

En dus moest de geheime dienst zeer vertrouwelijke stukken over soms nog lopende onderzoeken naar terroristische groeperingen in Nederland in handen geven van rechters wier integriteit nooit was getoetst.

Het is dat scenario dat de wetgever in gedachten moet hebben gehad toen in 1997 de Wet op de veiligheidsonderzoeken werd ingevoerd. Daarin werd vastgelegd dat alle functionarissen die over zeer vertrouwelijke informatie kunnen beschikken of op grond van hun functie de nationale veiligheid kunnen schaden, uitvoerig moeten worden doorgelicht.

Mensen met dergelijke „vertrouwensfuncties” moeten worden getoetst op hun integriteit en chantagegevoeligheid. Niet alleen politiefunctionarissen of officieren van justitie en politierechercheurs die onderzoek doen naar de georganiseerde misdaad of terrorisme, maar ook departementale topambtenaren beschikken over zeer vertrouwelijke beleidsinformatie. Of defensiepersoneel met kennis over lopende militaire operaties. Maar ook tolken, toeleveranciers van Defensie en medewerkers van Schiphol horen te worden gescreend volgens de wet.

De gevolgen van een dergelijke screening kunnen ingrijpend zijn, zo mocht de Zeeuwse politiechef Fup Goudswaard vorige week ervaren. Hij werd in 2003 aangesteld. Maar de inlichtingendienst AIVD voerde het veiligheidsonderzoek pas in 2008 uit. Goudswaard kwam er niet doorheen.

Volgens Goudswaard was dat vanwege buitenechtelijke affaires. Maar het is nauwelijks te achterhalen of dat klopt. De inhoud en resultaten van een screeningsonderzoek van de AIVD zijn, op de conclusie na, vertrouwelijk. Fout of niet, de carrière van Goudswaard bij de politie is vrijwel zeker ten einde.

Hij is niet de enige topfunctionaris die sinds de invoering van die wet door de mand is gevallen. Maar bij de politie is dat wel uitzonderlijk. Bijna 5.000 medewerkers gingen vorig jaar door de AIVD-molen. Slechts tien haalden de eindstreep niet, meestal vanwege akkefietjes in de privésfeer. Op Schiphol ging dat anders. Meer dan 44.000 medewerkers gingen door de molen. Dat leverde 825 weigeringen op.

Maar waarom werd Goudswaards doopceel niet vóór zijn officiële aanstelling in 2003 gelicht? Iedereen, van korpsbeheerder tot ministerie, wist immers dat die screening voorafgaand aan zijn aanstelling verplicht was. Een verzuim, volgens Binnenlandse Zaken. Geen aanvraag in 2003 gehad, aldus de AIVD. Kennelijk spreekt het toch niet voor zich dat zo’n onderzoek wordt uitgevoerd. Het doet denken aan de woorden van voormalig Tweede Kamerlid Marijke Vos (GroenLinks). Zij noemde het integriteitsbeleid van de overheid in het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie bouwfraude een „papieren tijger”. De regels bestaan wel, maar het schort nogal eens aan de uitvoering.

De affaire-Goudswaard staat niet op zich. Bij het Openbaar Ministerie, waar officieren, hoofdofficieren en beleidsmedewerkers inzage hebben in strikt vertrouwelijke, soms staatsgeheime dossiers, ontbrak het tot begin dit jaar helemaal aan degelijk AIVD-onderzoek. En het zal waarschijnlijk nog minstens twee jaar duren voordat de tweehonderd OM-functionarissen die direct toegang hebben tot de meest vertrouwelijke documenten, daadwerkelijk zijn gescreend.

Rechters komen niet eens voor in de AIVD-bestanden. Voor hen is in de wet een uitzondering gemaakt. Het ministerie van Justitie wil die AIVD-screenings ook voor rechters. Van den Emster is daar voorstander van. „Niet voor iedere rechter is zo’n zware screening nodig. Maar wel voor rechters of rechters-commissarissen die te maken hebben met zware criminaliteit of zaken waarbij de AIVD is betrokken.”

Wie eenmaal door de AIVD is betrapt, krijgt het moeilijk om zijn blazoen te zuiveren. De dienst beschikt bij de zwaarste onderzoeken niet alleen over gegevens van van politie, het OM en de fiscus, maar ook over zijn eigen netwerk van informanten, zusterorganisaties in het buitenland en ondervragingen van familie- en vriendennetwerken. Die mogen tot in de intiemste details worden ondervraagd.

Uit de spaarzame jurisprudentie van beroepsprocedures tegen conclusies van de AIVD blijkt dat er geen absolute lijst van ‘doodzondes’ is. Jeugdzonden kunnen een reden voor weigering zijn. Maar alleen in combinatie van hetzelfde soort delicten in de jaren daarna. Nauwe contacten met extremistische politieke partijen weer wel. Een wild liefdesleven hoeft niet te leiden tot bezwaren van de AIVD. Maar een uitzonderlijke latrelatie kan bij de dienst weer leiden tot heel veel vragen, ook aan familie en vrienden.

Voor personen zoals korpschef Fup Goudswaard, die zich willen verweren tegen de conclusies van de AIVD, is de vertrouwelijkheid van de procedure een grote handicap. Nadat de AIVD zijn conclusie kenbaar heeft gemaakt, kan iemand in beroep bij een interne bezwarencommissie. Als dat geen soelaas biedt, kan de betrokkene naar de bestuursrechter en in laatste instantie naar de Raad van State.

In alle gevallen is het probleem dat de betrokkene zelf nauwelijks inzage krijgt in het AIVD-dossier. De dienst hoeft in principe zijn informatiebronnen aan de hand waarvaan de conclusies zijn getrokken niet te openbaren. Een functionaris die niet door de AIVD-screening komt, krijgt die informatie nooit te zien.

Dat leidt soms tot bizarre situaties, zoals in het geval van een Turkse politietolk. Deze man werd een verklaring van geen bezwaar geweigerd omdat hij vertrouwelijke recherche-informatie zou hebben gelekt aan de Turkse autoriteiten. De tolk ontkent de beschuldiging en heeft via zijn advocaat geprobeerd om zichzelf strafrechtelijk te laten vervolgen.

„Ik kan me tegen de AIVD niet verdedigen omdat ik niet weet waar deze verhalen vandaan komen”, vertelde de man, die inmiddels zijn werk als politietolk kwijt is.„Als ik wordt vervolgd, kan ik mezelf verdedigen. Dan kan ik laten zien dat de verhalen die over mij verteld worden gewoon niet waar kunnen zijn.”