Collectief pensioen niet boterzacht

De onverwachte stijging van de inflatie betekent hooguit risico op onvolledige compensatie voor de gestegen lonen en prijzen, zeggen Gerard Riemen e.a.

De resultaten die de grote collectieve pensioenfondsen enkele weken geleden presenteerden vielen in het licht van de kredietcrisis mee. Weliswaar zijn er verliezen geleden op de beleggingsportefeuille, maar de dekkingsgraden blijven ruim boven de door De Nederlandsche Bank (DNB) gestelde eisen. Voor de deelnemers van de grootste collectieve pensioenfondsen blijft daarmee het uitzicht op een goed pensioen gehandhaafd.

Opvallend was het commentaar van hoogleraar Corporate Finance Arnoud Boot (Opiniepagina, 18 juli). Hij betoogt dat de pensioenaanspraken „boterzacht” zijn geworden. Er zou volgens Boot geen sprake meer zijn van enige zekerheid in de pensioenopbouw. Deze uitspraken kunnen wij niet plaatsen gegeven de feiten.

De kredietcrisis en de oplopende inflatie vormen zonder meer een bron van zorg voor pensioenfondsbestuurders. Onder invloed van de kredietcrisis noteerden de pensioenfondsen voor overheid en onderwijs, zorg, kleinmetaal en grootmetaal een verlies op het pensioenvermogen van 3 tot 5 procent over het eerste half jaar van 2008.

De nominale dekkingsgraden zijn hierdoor eind juni tussen de 127 procent (kleinmetaal) en 143 procent (zorg) uitgekomen. De onverwachte stijging van de inflatie doet bovendien de reële pensioenverplichtingen toenemen waardoor het risico op onvolledige compensatie voor de gestegen prijzen en lonen toeneemt.

Het gaat echter te ver om de Nederlandse collectieve pensioenen daarmee als boterzacht te bestempelen. Het beleggen van pensioengelden gaat nu eenmaal gepaard met risico. Sommige kwartalen zit het mee en wordt er een rendement van 10 procent gemaakt. In andere kwartalen zit het tegen en wordt er een verlies van 5 procent geleden. Om deze eventuele verliezen op te vangen vereist DNB dat pensioenfondsen buffers aanhouden. Beleggingsverliezen gaan daarmee eerst ten koste van de buffers en pas in een later stadium van het nominale pensioen van deelnemers. De buffers van de vier grootste pensioenfondsen zijn de afgelopen maanden onder invloed van het zware beursklimaat weliswaar geslonken, maar bevinden zich boven de door DNB gestelde eisen. Daarmee is er nog ruim geld voorhanden om de nominale pensioenen van deelnemers uit te keren.

Vervelend is wel dat met de gedaalde dekkingsgraden het risico is toegenomen dat er dit jaar niet volledig wordt gecompenseerd voor prijs- en loonstijgingen, de zogenoemde indexatie. Enkele grote pensioenfondsen hebben op dit moment bijvoorbeeld een dekkingsgraad van ongeveer 130 procent. Mocht dit niveau tot het eind van het jaar gehandhaafd blijven, dan zal er een korting van 10-20 procent op de indexatie plaatsvinden. Bij een contractloonstijging van drie procent zou dit een korting op het pensioen van maximaal een half procent betekenen. Deze korting wordt bovendien weer ingelopen zodra de beleggingsresultaten weer meezitten. Zo zijn de meeste collectieve pensioenen weer op peil nadat de groei aan het begin van deze eeuw noodgedwongen achterbleef onder invloed van de beurscrisis.

Boot stelt als oplossing voor om onze collectieve pensioenen te verruilen voor individuele pensioenen op basis van beschikbare premie. Ons is echter onduidelijk hoe deze pensioenen wel gevrijwaard blijven van de gevolgen van de kredietcrisis en oplopende inflatie. Individuele pensioenverzekeringen zijn veelal gebaseerd op beleggingsfondsen met een wereldwijde beleggingsmix.

Veel van deze fondsen noteerden over het eerste half jaar van 2008 een verlies van ruim 8 procent. In tegenstelling tot een collectief pensioen gaat dit verlies wel direct ten koste van het pensioenresultaat van de individuele deelnemer. Dit is uiteraard erg transparant, maar het is de vraag of dit aantrekkelijk is.

De collectieve pensioenfondsen hebben wellicht in sommige jaren niet volledig kunnen compenseren voor prijs- en loonstijgingen. De afgelopen decennia hebben ze wel een volledig waarde- of welvaartsvast pensioen geleverd.

Gerard Riemen is werkzaam bij de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen. De co-auteurs Arno Lammeretz en Stephan Schüller werken bij Algemene Pensioen Groep.

    • Gerard Rienen E.A