Antisprookje dat verwarring oproept

Aan de kunstacademies studeren ook dit jaar weer honderden studenten af. Vandaag in deel 8 van een serie: Wai Ming Ng van de Koninklijke Academie in Den Haag.

Wai Ming Ng: ‘Zelfportret’

„Als ik dood zeg, ben ik dood.” Met die gefluisterde woorden begint het digitale boek dat grafisch vormgever Wai Ming Ng maakte samen met Joris Buitendijk, die de teksten schreef. Op het beeldscherm staan twaalf rode stippen op een witte achtergrond. Iedere stip is een hoofdstuk van het verhaal. Als je op een volgende stip klikt, verbindt een rode lijn de twee punten en klinkt een nieuw hoofdstuk. Je kunt doorklikken totdat zich een patroon van rode lijnen heeft gevormd en je het verhaal in een zelf bepaalde volgorde hebt afgeluisterd. Die eerste zin had dus net zo goed een van de laatste kunnen zijn.

Wai Mings luisterboek Ben je bang voor vergif heeft 39.916.800 mogelijke uitkomsten, heeft hij uitgerekend. Er is geen definitief einde. „Het is een vloeiend geheel waarin wel suggesties worden gedaan.” Op de examenexpositie van de Koninklijke Academie in Den Haag stonden twee pc’s met het boek. Aan de achterwand hingen twaalf affichegrote foto’s met droombeelden – soms luguber – die bij het verhaal horen.

„Ook op mijn site benjebangvoorvergif.nl is het nu nog alleen maar een luisterverhaal, maar het moet ook een echt fysiek boek worden”, zegt Wai Ming Ng (22). Het verhaal gaat over twaalf kinderen in coma en is gebaseerd op een krantenartikeltje over een vrouw die vorig jaar in Arkel een groep schoolkinderen van de weg reed.

In de papieren versie van Ben je bang voor vergif waar Wai Ming aan werkt, krijgen de verhalen een volgorde, of eigenlijk twee, want je kunt het ook van achter naar voren lezen, zegt Wai Ming.

Voor zijn scriptie heeft hij westerse sprookjes onderzocht. „Die hebben altijd een vaste structuur en de hoofdpersonen zijn stereotiep. Na wat wendingen komt het goed. Ik wil dat lezers zelf nadenken en verbanden leggen. De tekst van Ben je bang voor vergif geeft de foto’s een meerwaarde, maar ook andersom. Je blijft achter met verwarring en dat is goed. Mijn boek is een antisprookje.”

Wat opvalt is dat Wai Ming zijn grafische opleiding breed inzet. Hij maakte van zijn scriptie over sprookjes en C.G. Jung een begeerlijk boekje, met verborgen tussen de pagina’s prachtige foto’s. Na het winnen van een wedstrijd van klasgenoten mocht hij het affiche voor Crossing Border 2006 ontwerpen (man voor microfoon met hertenhoofd). „Heel speciaal om het in de stad te zien hangen.” Tom Yorke van Radiohead vervormde hij tot een Che Guevara-achtig icoon. „Ik beeld hem af als icoon. De kleuren geven de contrastrijkheid van de muziek weer, dat rauwe, dat depressieve maar ook het zachte.”

De foto’s in zijn portfolio zijn poëtisch. Een close-up van een paar schoenen op een kiezelstrand met een jongen die vrolijk over het water rent. Of een jongen die origami kraanvogeltjes onder zijn handen laat zweven. En de mooiste: een blauwe keukenstoel waarop je iemands benen ziet en een reiskoffertje. „Het is een zelfportret. Veel mensen denken dat over zelfmoord gaat, maar ik heb het intuïtief gemaakt. Over mijn foto’s denk ik nooit na. ”

Hij heeft verschillende aanbiedingen voor exposities gekregen, maar wil eerst het boek afmaken en proberen te verkopen via winkels als Boekie Woekie in Amsterdam. „Grafisch ontwerpen zal ik voor mijn werk moeten doen, maar ik wil nu eerst een jaar rust. Daarna ga ik projecten opzetten of een vervolgstudie doen, misschien de Filmacademie of een masters in het buitenland.”

Inl: www.wmng.nl, www.kabk.nl. Eerdere afleveringen op nrc.nl/kunst

    • Dirk Limburg