Anand als drakendoder

De Siciliaanse Draak is een vervaarlijke opening, de naam zegt het al. Pion d6 is de kop van de draak – de opengesperde drakenmuil is het traditionele beeld van de hel – en e7 is het lijf, dat op f7 overgaat in de dodelijk zwiepende staart die bestaat uit de pionnen g6 en h7 en de loper op g7.

Volgens de Russische meester Fjodor Doez-Chotimirski (1879-1965) had hij de naam bedacht toen hij in 1901 in Kiev naar de hemel keek en de gelijkenis opmerkte tussen de vorm van het sterrenbeeld Draak en die van de karakteristieke pionnenformatie van de schaakopening.

Verwijzingen naar een mythologisch monster of een imponerend sterrenbeeld zouden weinig indruk maken als de schaakdraak zelf een mak variantje was, maar het tegendeel is waar; het is een van de scherpste openingen die er in het schaakspel bestaan.

Wie met zwart de Draak speelt, hoopt op schitterende avonturen en neemt een groot risico. Het was voor de liefhebbers een mooie steun in de rug toen Magnus Carlsen dit jaar consequent de Draak ging spelen, wat hij vroeger slechts incidenteel deed. Hij stond aan vele gevaren bloot, maar tot afgelopen zondag had hij er dit jaar geen enkele partij mee verloren.

Twee weken geleden schreef ik over het toernooi in Biel. Er werd toen nog verwacht dat Carlsen dat zou winnen en er werd rekening mee gehouden dat hij daarmee de eerste plaats op de ratinglijst van Anand zou overnemen. Dat ging niet door. Carlsen verloor van de Rus Jevgeny Aleksejev en hij werd derde, achter de Cubaan Dominguez en Aleksejev.

Een dag later moest hij al in Mainz spelen, in een vierkampje dat daar enigszins megalomaan het wereldkampioenschap rapidschaak wordt genoemd.

Hoewel Carlsen pas een half uur voor de wedstrijd begon in Mainz aankwam, wist hij zich te plaatsen voor de finale tegen Anand. Alexander Morozevitsj en Judit Polgar werden in de voorronde uitgeschakeld.

De finale ging over vier partijen. Als Anand al de schrik te pakken had voor zijn jonge achtervolger op de ratinglijst, dan liet hij er weinig van merken. In de eerste finalepartij ging hij Carlsens Draak te lijf als een klassieke drakendoder. ‘Sac, sac, mate’, zoals Bobby Fischer het vroeger uitdrukte.

Tenminste, zo had het kunnen gaan als Anand niet door nonchalance de partij langer had gerekt dan nodig was.

Ook de tweede partij won Anand, de derde gaf hij in gewonnen stelling remise, en de laatste was een formaliteit: remise in 11 zetten. Zo zag je wie er nog de echte kampioen is. De speculaties over Carlsen als aanvoerder van de wereldranglijst waren voorlopig even verstomd.

Anand – Carlsen, Mainz rapid, finale, 1ste partij

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. Le3 Lg7 7. f3 Pc6 8. Dd2 0-0 9. Lc4 Ld7 10. Lb3 Tc8 11. 0-0-0 Pe5 12. Kb1 In de voorronde van dit toernooi kreeg Carlsen tegen Judit Polgar goed spel na 12. g4 b5 13. g5 b4. 12...a6 Kan zwart zich zo'n kalm zetje, dat in vele varianten onbetekenend is, wel permitteren? Eerder dit jaar speelde Carlsen een paar keer 12...Te8. 13. h4 h5 14. g4 In de voorronde had Anand tegen Carlsen 14. Lh6 gedaan. Die partij werd remise. Nu doet hij het scherper. 14...hxg4 15. h5 Pxh5 16. Tdg1 Een nieuwe zet die door Anand ongetwijfeld was voorbereid. Kort daarvoor, in Dominguez-Carlsen, Biel 2008, kon zwart zich na 16. Lh6 e6 17. Tdg1 Df6 verdedigen. Later kwam hij toch verloren te staan, maar het werd remise. 16...Da5 Hier gaat 16...e6 niet goed, want 17. fxg4 Pf6 18. Lg5 zou dan heel lastig zijn voor zwart. 17. Lh6 Txc3 Dit had snel moeten verliezen. De beste verdediging lijkt me een ander kwaliteitsoffer, 17...Lf6. Ook dan heeft wit allerlei aanvalsmogelijkheden, maar ik zie niets beslissends, al kan het er best zijn. 18. Lxg7 Kxg7 19. Txh5 Txb3

Nu had Anand snel kunnen winnen met 20. Dh6+ Kf6 21. Dg5+ Kg7 22. Pxb3 met beslissende aanval over de h-lijn. 20. Dxa5 Het ligt voor de hand om de dame te nemen, maar een beetje nonchalant is het wel. Anand blijft gewonnen staan, maar hij moet nu nog een tijdje werken. 20...Txb2+ 21. Ka1 gxh5 22. f4 Le6 23. Pxe6+ fxe6 24. fxe5 Tb5 25. Dc7 Txe5 26. Dxe7+ Tf7 27. Dxd6 Txe4 28. Th1 Tf5 29. De7+ Kg6 30. De8+ Kg7 31. Td1 Td5 32. Txd5 exd5 33. Dxh5 b5 34. Dg5+ Kh7 35. Dxd5 Ta4 36. Dg5 Tc4 37. Kb2 Tb4+ 38. Kc1 Ta4 39. a3 Tc4 40. Kd2 Td4+ 41. Ke1 Ta4 42. Kf1 Tc4 43. Kg1 Tc6 Een verdediging met Ta4 en g4-g3, om wits koning af te snijden, werkt ook niet. Zelfs zonder zijn a- en c-pion zou wit dat winnen door tempodwang. 44. Dd5 Tg6 45. a4 bxa4 46. Dd7+ Kh6 47. Dxa4 Kg5 48. c4 Kf5 49. c5 Ke5 50. Dd7 Zwart gaf op.

    • Hans Ree