‘Als de verhuizing doorgaat, valt de collectie uiteen’

Het Museum voor Religieuze Kunst heeft een zeldzame collectie religieuze middeleeuwse kunst. Sluiting van het museum dreigt, omdat de financiële situatie precair is.

Een zuster leidt een bezoeker, een Amerikaanse Birgittijn, rond in het Museum voor Religieuze Kunst dat huist in de eeuwenoude abdij van de Birgittinessen in Uden Foto Vincent van den Hoogen Uden, 06-08-08; Museum voor Religieuze Kunst. Op dit moment kampt het met dalende bezoekersaantallen; eventueel wordt (een deel van) de collectie overgebracht naar het Noord-Brabants Museum in Den Bosch. Een gedeelte van het museum ligt in het klooster van de zusters Birgitinessen, een orde die afzonderig leeft. Hier wordt een frater (een Birgittijn, de mannelijk 'tak) uit de VS rondgeleid. Dit zal, als alles doorgaat, straks niet meer te zien zijn. Foto Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Aan de rand van Uden ligt in een oase van groen ‘Maria Refugie’, de eeuwenoude abdij van de zusters Birgittinessen. In een deel van het ommuurde klooster, waar nog zeven nonnen verblijven, is sinds 1973 het Museum voor Religieuze Kunst gevestigd. „De Udense parel”, heet het in de volksmond.

Het museum begon met een bescheiden collectie, bestaande uit de verzameling van het bisdom Den Bosch, kostbaarheden van de Birgittinessen en een grote bruikleen van middeleeuwse beelden van het Rijksmuseum.

„De collectie is nadien enorm gegroeid”, vertelt directeur-conservator Leon van Liebergen in de kruidentuin, die dertig jaar geleden volgens een middeleeuws principe is aangelegd. Van Liebergen zegt dat hij „de hoogste kwaliteit van religieuze middeleeuwse kunst” in huis heeft. Hij wijst op een aantal zeer zeldzame monstransen van rond 1500, bidprentjes en een piëta uit 1510. „Het museum belicht onder andere de geschiedenis van de abdij en de vele kloosters uit deze regio. Het is uniek.”

Deze middag schijnt de zon, maar de toekomst van de abdij is minder stralend. Sluiting van het museum dreigt, omdat de financiële situatie precair is. Van Liebergen noemt de subsidie van de gemeente Uden „ontoereikend” om het museum, waarvan een deel een betere klimaatbeheersing behoeft, open te houden. Per jaar komen er ongeveer tienduizend bezoekers op af. „Bij belangrijke tentoonstellingen schiet dat aantal omhoog, maar voor zulke grote exposities hebben we de tijd en de middelen niet meer.”

Ook het bestuur van het museum zag de bui al hangen. Het vond geen structurele oplossing voor de geldproblemen, er ontstond een bestuurscrisis en een deel van het bestuur trad eind vorig jaar af.

Om uit de impasse te komen, werd begin dit jaar een adviescommissie ingesteld, om te onderzoeken of het museum nog toekomst heeft. Kort daarop ging een interim-bestuur aan het werk onder leiding van Carel ten Horn. Ten Horn: „De commissie oordeelde vorige maand dat de enige juiste en haalbare oplossing een verhuizing was naar het Noordbrabants Museum in Den Bosch.”

Ten Horn zegt dat de verhuizing nog niet definitief is. Het bisdom, de Birgittinessen en de gemeente Uden moeten zich nog uitspreken. De gemeente zegt dat burgemeester Joke Kersten en de Brabantse gedeputeerde Paul Rüpp in overleg zijn over „mogelijke alternatieven voor het voortbestaan van het Museum voor Religieuze Kunst”. Op haar infopagina in het Udens Weekblad schrijft de gemeente: „Uden investeert al jarenlang een fors bedrag in het museum en voelt zich erg betrokken bij deze Udense parel. Daarom zou de gemeente het museum in Uden willen behouden en het liefst in de abdij van de zusters Birgittinessen.”

Wat vinden de nonnen? Zuster Karin van Rosmalen zegt dat het „een schande voor Uden” is wanneer het museum naar Den Bosch gaat. Zij heeft haar hoop gevestigd op de gemeente. Als de verhuizing doorgaat, valt de collectie uiteen, vreest ze. „De 34 stukken die wij aan het museum in bruikleen hebben gegeven, gaan niet mee. Die blijven hier.”

Frits Scholten, hoofdconservator van het Rijksmuseum en oud-bestuurslid, noemt een verhuizing „een klap in het gezicht van het museale bestel”. „Het komt het Noordbrabants Museum natuurlijk heel goed uit de collectie uit Uden erbij te krijgen. Het museum in Den Bosch heeft wat de Middeleeuwen betreft een magere verzameling. ”

Dat gevoel deelt professor Claudine Chavannes-Mazel van de leerstoelgroep kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen van de Universiteit van Amsterdam. „Het museum moet in Uden blijven, absoluut. De collectie en de streek zijn heel sterk met elkaar verbonden.” Ze komt er vaak met haar studenten, vertelt ze. „Het is het beste religieuze museum van Nederland.”

Ter illustratie noemt ze de collectie beelden van de Meester van Koudewater; een beeldhouwer die in de vijftiende eeuw werkte voor de Birgittijnse abdij in Koudewater bij Den Bosch. Deze werd na de reformatie opgeheven, en na 1713 voortgezet in Uden. Daar is nu een complete collectie van ‘de Meester’ te zien.

Directeur-conservator Van Liebergen is daar trots op. „Uden is de meest natuurlijke locatie voor het museum. Maar je moet reëel zijn: kan het op deze locatie met de huidige middelen nog wel?”

    • Guido de Vries