‘Alles draait in wielerleven om combineren’

Marianne Vos was de eerste vrouw die op drie fietsonderdelen wereldtitels won. In Peking gaat het ‘fietsende wonderkind’ voor een trilogie.

Marianne Vos: „Uiteindelijk moet je toch zelf trappen en beslissingen nemen.” Foto Bas Czerwinski 07-08-08, Beijing, China. Marianne Vos. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Als Marianne Vos de cijfercombinatie 10-13-18 uitspreekt, heeft het bijna een magische klank. Het gaat automatisch. Alles is er de afgelopen jaren op afgestemd. Ze reed er wedstrijden voor in alle uithoeken van de wereld, tot in de moordende hitte van El Salvador. Ze pijnigde zichzelf in tijdritten, deed overdag beklimmingen en trainde ’s avonds op de baan, voor haar snelheid.

De cijferreeks verwijst naar de data waarop de 21-jarige wielrenster moet aantreden in Peking: morgen gaat de olympische debutante als favoriet van start in de wegwedstrijd naar de Chinese muur. Drie dagen later volgt de tijdrit. Vijf dagen daarna moet ze haar werk afmaken in de puntenkoers op de baan van de Laoshan Velodrome.

Peking komt haar tot nu toe over als aangenaam, zegt Vos in het olympisch dorp. Ondanks de temperatuur van 33 graden en de vochtigheid vindt ze het zelfs koud. De wielrenster acclimatiseerde de laatste weken in Zuid-Korea, waar het beduidend onaangenamer was dan in Peking. „Het valt hier wel mee. We hadden ons op extremer weer voorbereid”, zegt ze opgewekt.

Het is Marianne Vos ten voeten uit. Geen mogelijkheid hebben zij en haar ploegleider Thijs Rondhuis onbenut gelaten om haar optimaal voor te bereiden op de Spelen. Als één vrouw in de wielersport zo’n zwaar en divers programma kan rijden, is zij het.

Dat is ook buiten Nederland opgevallen. Het Amerikaanse tijdschrift Time plaatst Vos deze week als Nederlandse sporter in de top-100 van sportmensen op wie in Peking speciaal moet worden gelet. De pedaling prodigy, het fietsende wonderkind, stond op de 39ste plaats. „Dat is wel heel speciaal”, zegt ze. „Dan spreken mijn resultaten toch wel tot de verbeelding. Ze verwachten er wel wat van.”

Dat komt vooral door het feit dat Vos met schijnbaar gemak muren afbreekt waar anderen niet eens overheen kijken. Ze reed in het voorjaar al eens haar ‘eigen’ Olympische Spelen, in Europa. Na een wegwedstrijd en een individuele tijdrit in Spanje vloog ze naar Manchester voor de WK baanwielrennen. Vijf dagen later behaalde ze op de puntenkoers goud met een ongekend machtsvertoon, hoewel haar baancarrière nog nauwelijks was begonnen.

Ze werd daarmee de eerste vrouw in de geschiedenis die regenboogtruien op drie verschillende fietsdisciplines won: in het veld, op de weg en op de baan. Ze moest toen nog 21 jaar worden.

In plaats van er een dagje van te genieten vloog ze nog dezelfde avond naar huis. De volgende dag, nog voor het evenement in Manchester was afgesloten, reed Vos alweer de Heuvelland Classic in het Limburgse Sibbe, in de stromende regen. „Dat vind ik gewoon leuk”, zegt Vos. „Dat doe ik echt voor de lol. Die race in Limburg was niet schadelijk voor mij. Als het qua planning echt niet kan, dan doe ik het niet, maar dit vond ik gewoon leuk om te combineren.”

Daar draait alles om in het wielerleven van Marianne Vos: combineren. Ze haat stilzitten, zei haar manager bij de DSB-wielerploeg, Thijs Rondhuis, eens. Vos: „Uitrusten? Ja hoor, dat doe ik ook, zoals hier in Peking. Ik wil wel graag altijd iets te doen hebben. Maar er zijn rensters die nog meer trainen dan ik. Ik doe veel disciplines, dus dan lijkt het heel veel. Maar ik kan niet voor alle drie de disciplines de volledige training doen.”

Haar ambities waren voor bondscoach Johan Lammerts zelfs te veel van het goede. Hij selecteerde haar in juni niet voor de olympische tijdrit, tot woede van Vos. „Ik wilde heel erg graag die tijdrit rijden, ik zie kansen. Ze waren bang dat ik minder zou presteren op de puntenkoers als ik ook de tijdrit zou rijden. Ze wilden mij beschermen. Dat begreep ik ook wel. Lammerts heeft mij een paar keer duidelijk gemaakt dat ze dat besluit niet hadden genomen om mij te zieken. Maar ik denk dat ik het wel kan. En er was een plek vrij voor Nederland, dus ik zat niemand in de weg.”

Vooral de manier waarop Vos de bondscoach alsnog van zijn ongelijk overtuigde, was kenmerkend voor haar vechtlust. Terwijl het kamp-Vos dreigde dat ze haar deelname aan de olympische tijdrit desnoods via de rechter zou afdwingen, stapte de renster zelf op de fiets in de Baskische rittenwedstrijd Emakumeen Bira. Ze won niet alleen vier van de vijf etappes en het klassement, in de tijdrit versloeg ze de Duitse wereldkampioene tijdrijden, Hanka Kufpernagel.

„Die tijdrit was natuurlijk heel belangrijk”, zegt Vos. „Ik heb alles gegeven. Dat doe ik altijd, maar misschien had ik wel een half procentje extra. Maar ik was steeds betere tijdritten gaan rijden. Ik heb er in de winter veel op getraind. De planning was zo gemaakt dat het kon, 10-13-18.” Vos had op haar manier haar punt gemaakt: door haar fiets als eerste over de finish te duwen. Een dag na haar zege wees Lammerts haar alsnog aan voor de olympische tijdrit.

Vos’ ontwikkeling op de baan, in het veld en op de weg gaat zo snel dat ze zichzelf ook wel eens verbaast. In maart zei ze in Manchester nog dat ze nooit van haar leven wereldkampioen tijdrijden zou worden. Nog geen half jaar later is ze in Peking een van de favorieten. „Dat meende ik toen echt. Maar ik heb daarna in heel korte tijd een stap gemaakt die ik zelf ook niet had verwacht. Maar ik heb de laatste maanden echt heel hard getraind. Heel veel bergop, om meer vermogen te creëren. Dat werpt zijn vruchten af.”

Het meest opmerkelijke onderdeel van haar voorbereiding op de Spelen was een trip naar El Salvador, nog geen drie maanden geleden. „Ik ben vorig jaar rond deze tijd niet in Peking geweest omdat dat niet in het programma paste, en ik wilde nog graag een keer voor de Spelen die hitte en vooral die vochtigheid voelen. Zoveel kansen heb je niet.”

Samen met Rondhuis ging ze op zoek op internet. „Je kijkt gewoon op de UCI-kalender naar wedstrijden in warme landen. We maken die planning samen. We kijken wat nodig is. El Salvador was een hele mooie kans.”

Met haar hittebestendigheid zat het wel goed, getuige acht zeges in een wegrace en twee etappekoersen. El Salvador had nog een voordeel: Vos en Rondhuis vonden er een wielerbaan waarop ze tussendoor ook nog kon trainen. „Die wedstrijden begonnen ’s ochtends, dan ging ik ’s middags een beetje uitrusten, en ’s avonds trainen op de baan. Zwaar? Het is juist heel goed om als je een zware wedstrijd hebt, los te rijden en op snelheid te trainen op de baan. Daar heb ik op de weg ook baat bij.”

Van eventuele ongemakken in het land, zoals ziek worden door verkeerd voedsel, lag ze niet wakker. „Ach, alles kan gebeuren. Het was een hele ervaring. We zijn wel een keer in een verkeerde wijk verdwaald met de auto. We hebben toen de organisatie gebeld en gezegd waar we ongeveer zaten. Ze riepen meteen: Blijf waar je bent, ramen dicht! Wij komen je halen! Dat duurde een uur. We hadden een vrij luxe auto. Als ze dan Europeanen zien, heb je problemen.”

Haar onconventionele aanpak, en haar band met manager Rondhuis leiden hier en daar in de Nederlandse wielerwereld tot scheve gezichten. Vos zal het een zorg zijn. „Wij hebben een andere manier van werken. Omdat wij proberen die verschillende disciplines te combineren, moet je iets anders te werk gaan. Ik weet niet hoe anderen daar tegenaan kijken. Het zal vast wel apart worden gevonden. Ik ben daar niet echt mee bezig.”

Rondhuis zit in Peking in een hotel bij de wielerbaan, met de ouders van Vos. Hij is niet geaccrediteerd. „We hebben nu even wat minder contact”, zegt ze. „Maar uiteindelijk moet je toch zelf trappen en beslissingen nemen. Lammerts is heel goed in staat ons de weg te wijzen. Op WK’s heb ik nooit iemand anders gehad dan de bondscoach.”

Ook op het parkoers in Peking bereidde Vos zich grondig voor op een manier die weinig renners haar nadoen. Vorig jaar maakten ze samen tijdens de wereldbekerwedstrijd in Peking video-opnamen van het parkoers, zodat ze thuis kon oefenen. „Vanaf de fiets heb ik opnamen gemaakt, maar dat trilde te veel. Uiteindelijk hebben we vanaf de motor en vanuit de auto het parkoers gefilmd.”

Die beelden werden gekoppeld aan gps-gegevens en ingevoerd in een Tacx Virtual Reality-systeem, waarmee wielrenners thuis op de rollenbank races kunnen simuleren, inclusief beklimmingen en afdalingen, met het wegbeeld voor zich op de computer. „Zo heb ik heb het parkoers thuis regelmatig getraind, dus ik weet wat er gaat komen. Op een Tacx fiets je wel iets anders. Je kunt moeilijker gaan staan, maar de klim is wel hetzelfde. Je ziet hem ook. Ik weet waar de steilere stukken zitten.” Vos schat dat ze de race op die manier al vijf keer helemaal reed, de lastige klim veel vaker.

Vos is niet bang voor de torenhoge verwachtingen die zij op basis van haar talloze overwinningen heeft gewekt. „Je hoort wel mensen zeggen dat ik even drie gouden medailles ga winnen. Ik vind het wel leuk dat veel mensen meeleven. Ik wil zelf het meest van allemaal goede resultaten halen in Peking. Maar ik heb niet een aantal medailles in mijn hoofd. Ik denk niet aan goud. Ik heb er alles aan gedaan om hier top te zijn, en volgens mij is dat gelukt. Nu moet het er in de wedstrijd uitkomen.”

Eén van haar grootste concurrenten is in elk geval afwezig. De Italiaanse Marta Bastianelli, wereldkampioen op de weg, werd onlangs geschorst nadat zij bij een dopingtest positief was bevonden op het dieetmiddel fenfluramine. Volgens Bastianelli zat het middel in een kruidenmengsel van een apotheek. Vos heeft geen medelijden. „Het is hoe dan ook ontzettend dom, want als wereldkampioen hoor je dat stofje niet in je lijf te hebben, ook niet als het in een dieetproduct zit. Dan moet je daar op letten. Het is een raar verhaal. Als ik alleen maar een pijnstiller neem, kijk ik al op het doosje of er niet iets engs in zit, en ik check het batchnummer om te kijken of het schoon is.”

Een scenario voor de wegwedstrijd van morgen, die Vos rijdt met Mirjam Melchers en Chantal Beltman, heeft ze niet. „Mij maakt het helemaal niet uit. Het enige scenario waarop ik hoop, is dat ik als eerste over de finish kom.”

    • Rob Schoof