Wij trouwen niet met een knecht

Een rijk meisje, een arme minnaar en een woedende vader. Zij zijn de hoofdrolspelers in een 18de-eeuwse tragikomedie vol geld, liefde, eergevoel en drank als ingrediënten.

‘Jonge vrouw die een oorhanger bewondert bij kaarslicht’, een schilderij (63 bij 76 cm) van Godefridus Schalcken (1643-1706) Omslag boek

Machiel Bosman: Elisabeth de Flines. Een onmogelijke liefde in de achttiende eeuw. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 158 blz. €17,50

Het leek een kansloze juridische strijd: aan de ene kant een steenrijke zijdehandelaar aan de Herengracht te Amsterdam en ter andere zijde zijn voormalige huisknecht die er met zijn dochter vandoor had willen gaan. Gezien de standsverschillen en zijn financiële armslag had de koopman, Jacob de Flines, moeten winnen van de eenvoudige Eduart Back. Hij zou hem hebben moeten vertrappen en vernederen, hem in ballingschap hebben laten sturen en nog jarenlang het leven zuur hebben moeten maken. Wat dacht zo’n snotaap, dat kleermakerszoontje wel? Het wonderlijke is dat het niet zo is gelopen.

Wat was er aan de hand, daar in Amsterdam in 1701?

Elisabeth de Flines, de hoofdpersoon van deze geschiedenis, dochter uit het eerste huwelijk van Jacob de Flines, was verliefd geworden op de huisknecht Eduart. Lang bleef dit niet geheim en het kwam ook haar vader ter ore, die in woede ontstak. Het was niet alleen een schande voor de familie, het had ook – toen Elisabeth zwanger bleek te zijn en het stel wilde trouwen – grote financiële consequenties. Wanneer Elisabeth zou trouwen, zou zij namelijk volgens het testament van haar moeder 50.000 gulden erven.

Dit familiedrama, deze juridische en psychologische strijd die zich decennia zou voortslepen, is door de historicus Machiel Bosman met veel speurwerk in Amsterdamse, Friese en Haagse archieven gereconstrueerd.

Vader De Flines wilde ten koste van alles het huwelijk – althans dit huwelijk – van zijn dochter voorkomen. Maar de jongelieden volhardden in hun besluit. Elisabeth beviel van een dochter en zij en Eduart doken op verschillende adressen onder. Ze gaven geen gevolg aan de oproepen om voor de Amsterdamse rechtbank te verschijnen. De zaak kwam voor het Hof van Holland en vervolgens voor de Hoge Raad. Die bepaalde dat Elisabeth maar eerst moest afkoelen en in alle rust drie maanden bij haar vader moest wonen.

Zo gebeurde. Maar binnen die maanden maakte Elisabeth een ommezwaai. Ze verklaarde in een dertig pagina’s tellend epistel dat ze verleid was door Eduart en dat ze niets meer van hem wilde weten. En dat, terwijl tot dan toe alle getuigen hadden betoogd dat zij het was geweest die hem had verleid.

Geweermaker

Vader De Flines leek nog op een tweede front te winnen: hij vond een andere huwelijkspartner, een onschadelijke persoon, zoon van een geweermaker, een jurist die koos voor een ambtelijk baantje en die ver weg woonde in Leeuwarden en met wie Elisabeth inderdaad trouwde.

In een volgend bedrijf zien we de oude partijen opnieuw voor de Hoge Raad verschijnen. De Flines had veel geld aan advocaten en aan zijn notaris uitgegeven en dat wilde hij terug. Bovendien eiste hij een openbare schuldbekentenis van Eduart. Die zou op zijn blote knieën vader De Flines om vergiffenis moeten vragen.

Daarvan is het niet gekomen, want Eduart op zijn beurt eiste ook geld en bovendien alimentatie voor zijn dochter Maria. Hij was het immers die haar onderhield. Dit was een uitzonderlijke situatie. Vaker kwam het voor dat een huismeid zwanger was geworden van de heer des huizes of van een van zijn zonen en dat haar geld werd toegestopt. De rechters gaven Eduart gelijk: Maria zou jaarlijks driehonderd gulden ontvangen. Zuur voor De Flines en een overwinning voor Eduart.

Het volgende bedrijf speelt zich af te Leeuwarden en later in Dokkum. Een nieuw begin, een nieuw leven: Elisabeth en haar man krijgen maar liefst acht kinderen die allen nog blijven leven ook. Maar zo zonnig als dit huwelijk begon, zo treurig liep het af. Het echtpaar raakte diep in de schulden en de echtgenoot stierf na tien jaar. Juridisch betekende zijn dood dat Elisabeth handelingsbekwaam was geworden en zelfstandig stappen zou kunnen ondernemen om achter haar erfenis aan te gaan. Vader Jacob probeerde dat te verhinderen door haar onder curatele te stellen: getuigen hadden vastgesteld dat ze haar kinderen verwaarloosde en aan de drank was geraakt.

Voor het zover kwam, dook een schim uit het verleden op: Eduart, die al die jaren met zijn dochter Maria had samengewoond en die de kost had verdiend als handelaar in zijden kousen. De oude liefde was niet verbleekt en Elisabeth en Eduart doen, tot woede van vader De Flines, opnieuw een poging te trouwen. Opnieuw rechtszaken, opnieuw beschuldigingen over en weer en ook nu weet De Flines een huwelijk te voorkomen. De twee wonen wel samen en krijgen ook nog kinderen.

Wanneer je dit onwaarschijnlijke verhaal niet meer wilt geloven, wordt Elisabeth door toedoen van haar vader onder curatele gezet. In diezelfde periode ontdekt ze dat haar vader haar moeders testament altijd voor haar verborgen heeft gehouden. Ze is in feite schatrijk, maar kan, omdat ze onder curatele staat – en dus ineens weer handelingsonbekwaam is – niet bij haar geld komen.

Ook na de dood van haar vader in 1718 gaan de processen door. Elisabeth heeft drie halfbroers die aan lager wal dreigen te raken en op de erfenis azen. En dan zijn daar nog haar acht Friese kinderen en de nakomertjes die ze met Eduart heeft. Opnieuw processen, opnieuw een onwaarschijnlijke paperasserie, en de enigen die er echt beter van werden, zo stelt Machiel Bosman, waren de advocaten en procureurs en de notarissen. Elisabeth overleed uiteindelijk op 65-jarige leeftijd in het huis van een van haar kleinkinderen. Niet helemaal onbemiddeld, zodat ze nog een nette uitvaart kreeg. Met koets en al.

Trouweloos

Deze geschiedenis heeft nog het meest van een onhandige en nogal onwaarschijnlijk in elkaar stekende tragikomedie vol geld, liefde, eergevoel en drank. Anderzijds lijkt dit boek op een studie in oud-vaderlands recht, een casus waarbij rechtshistorici zich de vingers kunnen aflikken.

Machiel Bosman heeft knap orde gebracht in deze gecompliceerde geschiedenis. Misschien dat hij als reactie op het oude juridische, ondoorzichtige vakjargon wat doorgeschoten is naar een al te losse stijl. Maar hij heeft de bijzondere strijd tussen vader en dochter mooi in kaart gebracht, waarbij hij ook heeft laten zien dat vrouwen als Elisabeth en kleine zelfstandigen als Eduart niet per definitie kansloos waren in hun gerechtelijke strijd met een veel machtiger tegenstander als Jacob de Flines.

Bosman heeft ook nog een wens van de hoofdrolspeelster in vervulling gebracht. Toen het Elisabeth duidelijk was geworden dat haar vader het testament van haar moeder voor haar verborgen had gehouden schreef zij: ‘Ik wens en begeer dat de trouweloze handelingen van mijn vader publiek en openbaar gemaakt zullen worden, desnoods na mijn dood’.

    • Roelof van Gelder